De sluiting van de WijkKliniek laat zien waarom zorginnovaties en AI-projecten vastlopen. Wat kun je nú anders doen om jouw innovatie wél duurzaam te maken?
Waarom de sluiting van de WijkKliniek iedereen raakt
De Amsterdamse WijkKliniek heeft aantoonbaar complicaties, heropnames en zorgkosten verlaagd bij kwetsbare ouderen. En toch gaat de stekker eruit. Niet vanwege slechte uitkomsten, niet omdat patiënten ontevreden zijn, maar omdat het financieel en structureel niet in het systeem past.
Dat is geen lokaal incident. Dit is precies het risico waar élke zorginnovatie – en zeker AI-toepassingen in de Nederlandse zorg – tegenaan loopt: je kunt inhoudelijk gelijk hebben, maar systeemtechnisch verliezen.
In deze blog kijk ik, binnen de serie “AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de Gezondheidszorg”, naar wat de sluiting van de WijkKliniek ons leert. En vooral: hoe we voorkomen dat waardevolle innovaties rond passende zorg, digitale zorg en AI eindigen als hetzelfde soort hoofdpijndossier.
De WijkKliniek: inhoudelijk succes, systeemtechnisch onhoudbaar
De WijkKliniek in Amsterdam-Zuidoost is ontwikkeld voor kwetsbare ouderen die eigenlijk te ziek zijn voor thuis, maar niet per se een klassiek ziekenhuisbed nodig hebben. Minder overbehandeling, minder complicaties, meer aandacht voor functioneren in de eigen leefomgeving. Allemaal precies in de lijn van passende zorg.
De kern:
- minder ligdagen in het ziekenhuis
- minder spoedopnames en heropnames
- betere coördinatie tussen huisarts, wijkverpleging, ziekenhuis en vvt
Het wrange is: juist omdat de WijkKliniek duurdere zorg voorkómt, schuift de productie en daarmee de omzet weg uit het ziekenhuis. In het huidige bekostigingssysteem betekent dat: gedoe met omzetplafonds, budgetten en contracten. Oftewel: wie de zorg slimmer en goedkoper maakt, loopt financieel risico.
De WijkKliniek is een schoolvoorbeeld van passende zorg dat vastloopt op oude financieringslogica.
Voor AI-innovaties zie je exact hetzelfde patroon. Denk aan beslisondersteuning die onnodige beeldvorming voorkomt, of triage-algoritmes die SEH-bezoek verlagen. Inhoudelijk fantastisch, maar financieel bedreigend voor partijen die nu verdienen aan volume.
Waarom zoveel zorginnovaties (en AI-projecten) stranden
De meeste organisaties denken bij innovatie vooral aan techniek en pilotresultaten. Maar de echte valkuilen zitten ergens anders. De sluiting van de WijkKliniek legt vier structurele problemen bloot die óók AI in de zorg raken.
1. Financiering beloont volume, niet vermeden zorg
Zolang honorering in grote delen van de zorg volume-gedreven is, blijft voorkomen financieel onhandig.
Bij de WijkKliniek zie je:
- de besparing valt vaak buiten de eigen organisatie (bijvoorbeeld bij ziekenhuis of zorgverzekeraar)
- de kosten en risico’s van innovatie zitten wél in de eigen boeken
Bij AI-toepassingen is het identiek:
- een AI-triagetool kan 15–20% van de fysieke consulten voorkomen
- maar de huisartsenpraktijk of het ziekenhuis verliest daarmee direct omzet, terwijl de verzekeraar of de samenleving “wint”
Zonder afspraken over meedelen in de besparing blijft iedereen terugschrikken voor echte schaal.
2. Contractering loopt achter op innovatie
WijkKliniek, e-health, AI-beslisondersteuning: allemaal vallen ze tussen bestaande hokjes in:
- wijkverpleging vs. medisch-specialistische zorg
- eerstelijn vs. tweedelijn
- experiment vs. reguliere zorg
Zorgverzekeraars hebben dan wel de wens om passende zorg te contracteren, maar opereren tegelijk met jaarbudgetten, strikte schotten en risicomijdende interne governance. Zilveren Kruis was nauw betrokken bij de WijkKliniek en tóch lukte het niet om een stabiele structuur te organiseren.
De les voor AI-projecten:
Als je contract niet óók vernieuwend is, blijft je innovatie een pilot.
3. Innovatie draait te vaak op “heldenwerk”
De WijkKliniek leunde sterk op een paar kartrekkers: bevlogen bestuurders, clinici en onderzoekers. Dat is herkenbaar voor iedereen die met AI in de zorg bezig is. Vaak zijn het één à twee enthousiaste artsen of een innovatiemanager die alles bij elkaar houden.
Zonder:
- expliciete bestuurlijke keuzes (in meerjarenstrategie én begroting)
- heldere eigenaarschap (wie “adopteert” dit als kernonderdeel van de zorgketen?)
- structurele middelen (niet afhankelijk van een tijdelijk ZonMw-project)
valt de boel bij de eerste tegenwind uit elkaar. Wat bij de WijkKliniek gebeurt, is precies wat er ook gebeurt met veel AI-pilots na 1–2 jaar.
4. Datagedreven sturing is nog te versnipperd
Zowel voor de WijkKliniek als voor AI-oplossingen geldt: je moet hard kunnen aantonen wat het oplevert. Niet alleen op patiëntniveau, maar ook:
- financieel per ketenpartner
- op capaciteit (personeel, ligdagen, SEH-druk)
- op kwaliteit en veiligheid
Veel organisaties hebben die data wel, maar:
- ze zitten in verschillende systemen
- de analyses zijn incidenteel
- de uitkomsten bereiken de onderhandelingstafel niet op tijd
AI en analytics kunnen hier juist het verschil maken, maar dan moet je dat doelbewust organiseren.
Wat betekent dit concreet voor AI in de Nederlandse zorg?
Als we de lessen van de WijkKliniek serieus nemen, dan is de kern: AI-innovatie is in de eerste plaats een organisatie- en financieringsvraagstuk, pas daarna een technologisch vraagstuk.
1. Begin met een ketenbusinesscase, niet met een losse pilot
Elke AI-toepassing die volume weghaalt of zorg verschuift (SEH, poli, OK, ouderenzorg) heeft meerdere winnaars en verliezers. Maak dat expliciet vóórdat je start.
Concreet:
- breng per ketenpartij de huidige inkomsten en kosten in kaart
- modelleer scenario’s met de verwachte impact van de AI-oplossing (minstens 2–3 jaar vooruit)
- definieer hoe besparingen worden verdeeld en wie welke risico’s draagt
Ik heb gezien dat projecten pas echt vaart kregen zodra bestuurders van ziekenhuis, VVT, huisartsencoöperatie en verzekeraar samen één businesscase ondertekenden. Zonder dat is je AI-project gewoon een mooi experiment.
2. Contracteer AI expliciet als passende zorg
Zorgverzekeraars zeggen terecht dat ze passende zorg willen. Gebruik dat. Leg in het contract vast dat:
- AI-gestuurde triage, monitoring of beslisondersteuning onderdeel is van het zorgpad
- volumeverlies door de AI-oplossing (minder consulten, minder ligdagen) gecompenseerd wordt via bijvoorbeeld beschikbaarheids- of transformatievergoedingen
- opschaling bij bewezen resultaat géén vrijblijvende optie is, maar een afgesproken vervolgstap
Zonder harde afspraken blijft AI iets “leuks voor de innovatiesectie”, niet een veranderende standaard van zorg.
3. Organiseer eigenaarschap en governance
AI in de zorg raakt medisch-inhoudelijke kwaliteit, IT, financiën, juridische aspecten en privacy. Dat vraagt om serieuze governance:
- stel een stuurgroep in met mandaat (zorg, financiën, ICT, juridische zaken, OR/VVAR)
- wijs één inhoudelijk eigenaar aan (bijvoorbeeld een vakgroep of ketenregisseur)
- borg AI in kwaliteitskaders, protocollen en opleidingen
Bij de WijkKliniek zie je wat er gebeurt als een innovatie vooral “van een paar mensen” blijft. Voor AI moeten we voorkomen dat kennis en verantwoordelijkheid bij vertrek van enkele sleutelfiguren verdwijnen.
4. Maak data en evaluatie onderdeel van de routine
AI en passende zorg vragen om continu leren. Niet éénmalig een onderzoek, maar:
- vaste set KPI’s (klinisch, financieel, personeel, patiëntbeleving)
- maandelijkse of kwartaalrapportages
- heldere afspraken: bij welke uitkomsten schalen we op, bij welke sturen we bij of stoppen we?
Hierin kun je AI juist ook intern gebruiken:
- voorspellende modellen om capaciteit en ligduur te plannen
- algoritmes om signalen van verslechtering thuis eerder op te pikken
- geautomatiseerde dashboards om bestuur en medisch leiderschap realtime inzage te geven
Wie zijn innovatie kan onderbouwen met harde, doorlopende data, staat bij zorgverzekeraars en NZa meteen anders aan tafel.
Hoe voorkom je dat jouw AI-innovatie de volgende WijkKliniek wordt?
De sluiting van de WijkKliniek voelt voor veel professionals als kapitaalvernietiging. Jarenlang bouwen, aantoonbaar betere uitkomsten, tevreden patiënten – en toch geen duurzaam vervolg. Voor AI in de zorg is dat scenario angstaanjagend herkenbaar.
De realiteit? Het is simpeler dan je denkt, maar niet per se makkelijker:
- Denk systeem, niet product. Een AI-tool is nooit alleen een app of algoritme, maar een wijziging in het hele zorgproces én geldstroom.
- Betrek de zorgverzekeraar vanaf dag één. Niet alleen als “betaler”, maar als mede-ontwerper van de businesscase en contractering.
- Leg vooraf vast wat er gebeurt als het werkt. Wie betaalt, wie verdient, wie schaalt op – en binnen welke termijn.
- Maak passende zorg je toetssteen. Niet: “is dit leuk en technisch slim?”, maar: “past dit echt beter bij wat de patiënt nodig heeft?”
Voor organisaties die serieus met AI aan de slag willen, hoort hier eigenlijk altijd een transformatieprogramma bij: veranderkunde, scholing, procesontwerp, dataplatform én financieringsstrategie.
Wat nu? Van incident naar structurele verandering
Als we de les van de WijkKliniek wegzetten als “jammer, maar pech”, dan gaan de komende jaren tientallen waardevolle innovaties – inclusief AI-oplossingen – dezelfde kant op. Dan blijft de Nederlandse zorg vastzitten in oude prikkels met nieuwe technologie er losjes bovenop.
Ik denk dat we beter kunnen.
De combinatie van AI, passende zorg en een vergrijzende bevolking dwingt ons om het zorgsysteem écht te herontwerpen. Niet alleen meer pilots, maar:
- andere contractvormen
- gezamenlijke ketenbusinesscases
- datagedreven sturing over organisatiegrenzen heen
De sluiting van de WijkKliniek is een teken aan de wand. De vraag is niet of we nog meer van dit soort casussen krijgen, maar hoeveel. De enige relevante vraag voor bestuurders, artsen, zorgverzekeraars en innovatiemanagers is:
Wordt mijn AI-innovatie het volgende prachtige maar gesloten project, of de nieuwe standaard in onze zorgketen?
Wie daar serieus werk van wil maken, moet vandaag beginnen met het systeemontwerp, niet met de demo van de tool.