Sneller diagnose bij zeldzame ziekten met evolutionaire AI

AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de GezondheidszorgBy 3L3C

Evolutionaire AI zoals popEVE versnelt en verbetert de genetische diagnose van zeldzame ziekten. Zo bereid je jouw Nederlandse zorgorganisatie hierop voor.

AI in de zorgzeldzame ziektengenetische diagnostiekprecisiegeneeskundeklinische geneticazorginnovatiebeslisondersteuning
Share:

Waarom evolutionaire AI nu zo’n grote stap is voor zeldzame ziekten

Ongeveer 50% van de patiënten met een zeldzame ziekte krijgt nooit een sluitende diagnose. Niet omdat artsen niet willen, maar omdat het genetische puzzelstuk simpelweg niet gevonden wordt. Intussen lopen ouders van een ziek kind soms jaren van poli naar poli. Dat is medisch zwaar én mentaal slopend.

Hier komt een nieuwe generatie AI-modellen om de hoek kijken. Onderzoekers hebben met popEVE een AI-systeem ontwikkeld dat leert van miljarden jaren evolutie om schadelijke DNA-mutaties sneller en nauwkeuriger op te sporen – zelfs als die mutaties nog nooit eerder zijn gezien. Dit raakt precies de kern van waar we in de serie “AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de Gezondheidszorg” naar zoeken: concrete toepassingen die de zorg echt vooruithelpen, niet alleen mooie pilots.

In dit artikel kijk ik naar wat popEVE doet, waarom dit zo relevant is voor de Nederlandse zorg, en hoe je als ziekenhuis, UMC of expertisecentrum zeldzame ziekten je voorbereidt op dit soort AI-diagnostiek.


Wat maakt popEVE anders dan ‘gewone’ AI-diagnostiek?

De kern: popEVE beoordeelt direct hoe schadelijk elke mutatie waarschijnlijk is, over alle genen heen, in plaats van alleen te zeggen “dit lijkt verdacht”.

Bij een compleet genetisch onderzoek (whole exome of whole genome sequencing) komen er per patiënt duizenden varianten naar boven. De meeste zijn onschuldig. Een klein deel veroorzaakt ziekte. De grote pijn in de dagelijkse praktijk: het kost enorm veel tijd om uit al die varianten de échte boosdoener te vissen.

PopEVE pakt dat anders aan:

  • Het kijkt niet alleen naar patiëntendata, maar naar evolutionaire informatie van honderdduizenden soorten.
  • Het leert welke delen van onze ongeveer 20.000 eiwitten heilig zijn voor overleving en welke delen ‘speelruimte’ hebben.
  • Het geeft per mutatie een risicoscore én maakt varianten onderling vergelijkbaar: wat is in dit genóm de meest waarschijnlijke oorzaak van de klachten?

In een test op 31.000 families met ernstige ontwikkelingsstoornissen vond popEVE in 98% van de gevallen de bekende ziekte-veroorzakende mutatie als meest schadelijke variant. Dat is niet alleen indrukwekkend; het betekent dat dit soort modellen een groot deel van het handwerk van klinisch genetici kan verkorten.

De realiteit? Dit soort modellen verplaatsen het werk van “zoeken naar een speld in een hooiberg” naar “controleren of deze speld echt de juiste is”.


Hoe ‘leren van evolutie’ werkt in de praktijk

Evolutie is in feite een gigantisch natuurlijk experiment, en popEVE gebruikt die uitkomst als trainingsdata.

Stap 1: Miljarden jaren natuurlijke selectie

Door DNA en eiwitsequenties van een enorme diversiteit aan soorten te vergelijken, ziet het model patronen:

  • Sommige aminozuren in een eiwit zijn extreem geconserveerd; daar mag bijna niks veranderen zonder dat het organisme problemen krijgt.
  • Andere posities variëren vrijelijk tussen soorten; daar kan een mutatie meestal geen kwaad.

Als een patiënt precies op zo’n cruciale positie een aminozuurverandering heeft, is de kans groot dat dit de functie van het eiwit verstoort.

Stap 2: Combinatie met populatiegegevens

PopEVE voegt daar genetische variatie van grote populatiestudies (zoals gnomAD en biobanken) aan toe. Daardoor kan het model zien:

  • Welke varianten blijkbaar prima samen gaan met een gezond leven.
  • Welke varianten extreem zeldzaam zijn én in een evolutionair kritieke regio liggen.

Het resultaat is een één-op-één-ranglijst van varianten per patiënt, gesorteerd van waarschijnlijk het meest schadelijk naar het minst zorgwekkend. Voor een arts is dat goud waard.


Waarom dit zo relevant is voor Nederlandse zorgorganisaties

Voor Nederlandse ziekenhuizen, UMC’s en expertisecentra zeldzame ziekten past popEVE naadloos in de beweging naar precisiegeneeskunde en AI-ondersteunde diagnostiek.

1. Kortere diagnostische odyssee

Hoe eerder je bij zeldzame ziekten de genetische oorzaak vindt, hoe beter:

  • Snellere start van passende behandeling of begeleiding
  • Minder onnodige onderzoeken, opnames en second opinions
  • Minder psychologische belasting voor ouders en patiënt

Met een model dat in 98% de juiste mutatie bovenaan zet, kun je als team veel gerichter je tijd besteden aan de varianten die er écht toe doen.

2. Ondersteuning van overbelaste expertteams

Klinisch genetici, klinisch moleculair biologen en kinderartsen die met zeldzame ziekten werken, hebben nu al overvolle agenda’s. AI-diagnostiek kan hier drie dingen doen:

  • Voorselectie: ruis weghalen en alleen de top-verdachte varianten presenteren.
  • Snellere dossiervorming: direct koppelen aan bekende gen-ziekte-relaties.
  • Onderzoek naar nieuwe genen: popEVE identificeerde in de studie 123 voorheen onbekende ziektegerelateerde genen – cruciaal voor kinderen die letterlijk “patiënt nummer één” zijn.

3. Eerlijkere genomische zorg voor diverse populaties

Nederland wordt steeds diverser, maar genetische referentiedatabases zijn nog sterk Europees georiënteerd. Veel AI-tools classificeren daarom varianten als “verdacht” simpelweg omdat ze in andere populaties nog niet goed beschreven zijn.

PopEVE reduceert dat bias door elke variant in eerste instantie evolutionair te beoordelen, niet op basis van hoe goed een populatie in een databank vertegenwoordigd is. Dat helpt om:

  • Minder valse positieven te geven bij patiënten met Afrikaanse, Aziatische of Midden-Oosterse achtergrond.
  • Diagnostiek eerlijker en betrouwbaarder te maken voor álle Nederlanders.

Grenzen, risico’s en randvoorwaarden in de klinische praktijk

Wie denkt: “mooi, dan doen we voortaan de diagnose met één druk op de knop”, komt bedrogen uit. PopEVE is krachtig, maar geen toverstokje.

Wat het model (nog) niet doet

  • Het kijkt alleen naar eiwitveranderende mutaties (missense). Regulerende varianten, copy number variaties en structurele afwijkingen vallen erbuiten.
  • Het kent de klinische context niet. Symptomen, lichamelijk onderzoek, familieanamnese en beeldvorming blijven leidend.
  • Het geeft een waarschijnlijkheid, geen definitief ja/nee-antwoord. Validatie (bijvoorbeeld functioneel onderzoek, literatuur, segregation analysis) blijft nodig.

Mijn ervaring met AI-implementaties in de zorg: zodra AI als “waarheid” gezien wordt, ontstaan problemen. De organisaties die het goed doen, zetten AI neer als beslis-ondersteuning, niet als vervanging van expertise.

Governance, ethiek en AVG

Voor Nederlandse zorgorganisaties zijn een paar zaken cruciaal voordat je met dit soort AI aan de slag gaat:

  • Dataminimalisatie: gebruik alleen de data die nodig is voor de vraag.
  • Transparante modellen: leg vast hoe het model getraind is en hoe de output geïnterpreteerd moet worden.
  • Mens-in-de-loop: structureel borgen dat een arts de uiteindelijke beslissing neemt.
  • Documentatie in het EPD: hoe is AI gebruikt, welke variant is geselecteerd, waarom is een bepaalde conclusie getrokken?

Wie nu al bezig is met AI voor radiologie of cardiologie, kan die governancekaders grotendeels hergebruiken voor genomische AI.


Hoe je je als Nederlandse zorginstelling voorbereidt op AI-gedreven genetische diagnostiek

De vraag is niet óf dit soort modellen in de Nederlandse diagnostiek terechtkomen, maar wanneer en hoe volwassen je organisatie dan is. Een paar concrete stappen:

1. Bouw een multidisciplinair AI-genomica team

Zet in ieder geval deze rollen rond één tafel:

  • Klinisch geneticus
  • Kinderarts / internist met focus op zeldzame ziekten
  • Klinisch moleculair bioloog
  • Data scientist / AI-specialist
  • Ethicus / jurist AVG
  • Iemand vanuit ICT / EPD-beheer

Hun opdracht: bepalen waar in het genetische diagnosepad AI het meeste toevoegt, en welke eisen je stelt aan tools zoals popEVE.

2. Zorg voor goede data-infrastructuur

AI in de zorg staat of valt met de basis:

  • Gestructureerde opslag van genetische varianten en bijbehorende fenotypedata
  • Eenduidige gebruik van terminologie (bijvoorbeeld HPO-termen voor symptomen)
  • Veilige koppeling met EPD en, waar mogelijk, landelijke initiatieven rond zorgdata

Wie nu al inzet op betere data (denk aan landelijke programma’s als CumuluZ en FAIR data-principes) heeft straks een forse voorsprong.

3. Begin kleinschalig met evaluatie

Je hoeft niet te wachten tot popEVE in alle commerciële of academische pipelines zit. Start bijvoorbeeld met:

  • Retrospectieve analyse: hoe zou een model als popEVE historische casussen hebben gerangschikt?
  • Parallelle beoordeling: bij nieuwe patiënten AI-score naast de reguliere beoordeling leggen.
  • Systematische registratie: in hoeveel gevallen helpt de AI om sneller tot de juiste variant te komen?

Zo bouw je eigen evidence op, passend bij jouw populatie en werkwijze.

4. Communicatie met patiënten en ouders

Uitleg is cruciaal. Mijn advies is om het gesprek ongeveer zo te framen:

“We gebruiken een digitaal hulpmiddel dat kijkt naar hoe genen in heel veel soorten in de natuur zijn bewaard gebleven. Zo kunnen we sneller zien welke veranderingen in het DNA van uw kind waarschijnlijk het probleem veroorzaken. Uiteindelijk combineren we dat met onze eigen medische kennis om tot een diagnose te komen.”

Helder, eerlijk, zonder AI te mystificeren.


Wat dit betekent voor de toekomst van AI in de Nederlandse zorg

PopEVE laat zien waar de ontwikkeling naartoe gaat: AI-systemen die niet alleen patronen zien in data van vandaag, maar ook gebruikmaken van kennis uit biologie, evolutie en populatiegenetica.

Binnen de bredere reeks “AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de Gezondheidszorg” past dit perfect naast andere toepassingen:

  • AI voor beeldvormende diagnostiek (MRI, CT, mammografie)
  • AI-ondersteunde triage en ziekenhuislogistiek
  • AI-modellen voor vroegtijdige detectie van hartfalen of dementie

De rode lijn: AI schuift op van “leuke pilot” naar kritisch diagnostisch hulpmiddel. Dat vraagt volwassenheid aan de kant van tools én organisaties.

Mijn stelling: instellingen die nu investeren in

  • goede data-infrastructuur,
  • ethische en juridische kaders voor AI,
  • én scholing van zorgprofessionals,

zijn over vijf jaar degene die zeldzame ziekten sneller, eerlijker en doelmatiger kunnen diagnosticeren.

Waar DNA-sequencing eerst vooral nieuwe vragen opriep, bieden modellen als popEVE eindelijk antwoorden. Niet perfect, niet compleet, maar wél een forse stap richting toekomstige zorg waarin een kind met een zeldzame aandoening in weken een diagnose krijgt in plaats van jaren.

De vraag voor jouw organisatie is dus simpel: hoe ver ben je met de randvoorwaarden om dit soort AI straks veilig en zinvol in te zetten?

🇳🇱 Sneller diagnose bij zeldzame ziekten met evolutionaire AI - Netherlands | 3L3C