Het Global Energy Assessment zegt dat 75% hernieuwbare energie in 2050 haalbaar is. Wat betekent dat voor Nederland, en welke rol speelt AI in die transitie?

Hoe 75% hernieuwbare energie in 2050 wél haalbaar wordt
In 2050 kan 75% van de wereldbevolking volledig draaien op hernieuwbare energie. Dat is geen activistenslogan, maar een serieuze uitkomst uit het Global Energy Assessment (GEA) – een soort IPCC-rapport, maar dan voor energie.
De Nederlandse energiewereld zit midden in een reality check. Netcongestie, wachtrijen voor zonneparken, onvoorspelbare prijzen en strengere klimaatdoelen. En ondertussen komt er een rapport als het GEA dat zegt: het kán wél. Maar alleen als we anders gaan plannen, sturen en investeren. Precies daar komt AI in de Nederlandse energietransitie in beeld.
In deze blog koppel ik de lange termijn van het GEA (richting 2050) aan korte termijn keuzes in Nederland in december 2025: wat moet er concreet gebeuren, en welke rol speelt AI in het realiseren van die 75% hernieuwbare energie?
Wat het Global Energy Assessment écht zegt
De kern van het Global Energy Assessment is scherp: energiebesparing en energietransformatie zijn de krachtigste knoppen die we hebben om klimaatverandering te beperken. Niet alleen meer groene energie bouwen, maar vooral slimmer en minder gebruiken.
"De goedkoopste en schoonste energie is de energie die je niet hoeft op te wekken."
Drie hoofdboodschappen uit het GEA
Het GEA (laatste grote editie rond 2012, maar nog steeds richtinggevend) laat drie dingen zien die vandaag nog steeds gelden:
- Het is technisch mogelijk om wereldwijd een energievoorziening te bouwen die grotendeels draait op hernieuwbare bronnen.
- Vraagreductie is net zo belangrijk als aanbod, door efficiency, gedragsverandering en smart systems.
- Beleid en systeemsturing beslissen of het lukt, niet de techniek.
Voor Nederland, met zijn krappe elektriciteitsnet en hoge energie-intensieve industrie, is vooral dat tweede punt pijnlijk relevant. Je redt het niet met alleen meer zonnepanelen en windturbines. Je hebt een slimmer energiesysteem nodig.
En daar wringt het: ons energiesysteem is nog grotendeels ontworpen voor voorspelbare vraag en stuurbare fossiele centrales. Hernieuwbare energie is variabel, gedistribueerd en datagedreven. Zonder AI wordt dat chaos. Met AI kun je er juist orde en efficiëntie in brengen.
Waarom Nederland het GEA-scenario nu al voelt
Nederland loopt tegen de grenzen aan die het GEA jaren geleden al schetste. We zitten in een soort mini-versie van de wereld van 2050.
Symptomen die je nu al ziet
- Netcongestie: regio’s waar geen nieuwe aansluiting voor zonneparken of bedrijven meer kan.
- Negatieve stroomprijzen op winderige en zonnige dagen, maar hoge prijzen op windstille avonden.
- Industrie die aarzelt om te elektrificeren omdat de stroomprijs en netcapaciteit onzeker zijn.
- Huishoudens met zonnepanelen die niet altijd kunnen terugleveren.
Dit is precies het spanningsveld dat ontstaat als je
- meer hernieuwbare energie aan de aanbodkant krijgt,
- maar de vraagkant en de systeemsturing nog niet mee evolveert.
Het GEA zegt niet alleen: “75% hernieuwbaar kan”. Het zegt impliciet ook: “zonder systeemaanpassing krijg je frictie, verspilling en weerstand”. Dat is waar we nu middenin zitten.
Hoe AI helpt de GEA-ambitie waar te maken
De meest pragmatische les uit het GEA voor Nederland: we moeten niet alleen méér duurzame energie bouwen, maar het hele systeem slimmer maken. AI is daar geen nice-to-have maar een randvoorwaarde.
1. Vraagvoorspelling: van gokken naar sturen
Hernieuwbare energie is grillig. Zon en wind houden zich niet aan kantooruren. AI kan dat veel beter voorspellen dan traditionele modellen.
Wat AI hier concreet doet:
- combineert historische verbruiksdata met weerinformatie en kalenders (feestdagen, vakanties);
- leert patronen op wijk-, bedrijfs- of zelfs apparateniveau;
- maakt zeer nauwkeurige day-ahead en intra-day vraagvoorspellingen.
Voorbeeld: een netbeheerder in Nederland kan met AI zien dat
- op een zonnige weekdag in april,
- in een bepaalde regio met veel zonnepanelen én warmtepompen,
- tussen 12:00 en 15:00 een overschot aan stroom ontstaat.
Met die kennis kun je vooraf prijsprikkels instellen, laadpleinen aansturen, batterijen vullen en industriële processen verschuiven. Zonder die voorspelbaarheid blijft het reactief brandjes blussen.
2. Netoptimalisatie: meer transporteren met hetzelfde net
De snelste manier om netcongestie te verminderen is niet meteen meer kabels, maar het bestaande net slimmer gebruiken.
AI-algoritmen voor netoptimalisatie kunnen:
- de werkelijke belasting van kabels en transformatoren veel nauwkeuriger inschatten dan vaste veiligheidsmarges;
- in real-time beslissen waar belasting tijdelijk hoger mag zijn (dynamic line rating);
- congestiemanagement slimmer plannen: wie moet écht terugregelen en wie niet?
Gevolg: je hebt effectief extra netcapaciteit zonder een meter kabel bij te leggen. Dat scheelt jaren vertraging in de energietransitie.
3. Onderhoudspredictie: storingen voorkomen in plaats van herstellen
Met meer hernieuwbare bronnen en decentrale opwek wordt het systeem ook complexer – en storingsgevoeliger.
Predictive maintenance met AI helpt om:
- vroegtijdig patronen te herkennen in trillingen, temperatuur of vermogensverlies van bijvoorbeeld windturbines, omvormers of transformatoren;
- onderhoud in te plannen vóórdat iets uitvalt;
- dure noodreparaties en stilstand te vermijden.
Stel: een AI-model leert dat een bepaald type transformator gemiddeld drie maanden voor uitval subtiel afwijkend gedrag laat zien. Dan kun je ruim op tijd ingrijpen. Dat verhoogt de beschikbaarheid van het net – cruciaal als je elektriciteit de ruggengraat van je hele energiesysteem wordt.
4. Integratie van hernieuwbare energie: van “bijzaak” naar systeemkern
Het GEA ziet hernieuwbare energie niet als randverschijnsel, maar als nieuwe kern van het energiesysteem. AI is de lijm tussen al die bronnen, opslag en vraag.
AI kan onder meer:
- de optimale mix bepalen tussen opslag, curtailment en vraagsturing bij overschot;
- bepalen wanneer batterijen laden en ontladen;
- kiezen wanneer waterstofproductie op- of afschaalt;
- lokale energiegemeenschappen helpen om zelfbalancerend te worden.
Voor Nederlandse projectontwikkelaars, energiecoöperaties en gemeenten betekent dat:
“Project” wordt “systeem”. Je bouwt geen windpark of zonneveld meer; je bouwt een AI-gestuurd energiesysteem op wijk-, stads- of regioniveau.
Wat betekent dit concreet voor Nederlandse organisaties?
Het GEA schetst de horizon. AI-tools maken het mogelijk daar in 2025 al naar toe te werken. De vraag is dus niet of je met AI aan de slag gaat, maar hoe volwassen je dat doet.
Voor netbeheerders
Netbeheerders staan centraal in de Nederlandse energietransitie.
Prioriteiten:
- AI-gestuurde netstudies: sneller bepalen waar nog ruimte is voor nieuwe aansluitingen.
- Real-time congestiemanagement: dynamische capaciteiten per lijn en transformator.
- Langetermijnplanning: scenario’s tot 2050 combineren met AI-modellen voor vraaggroei, elektrificatie en lokale opwek.
Zo maak je het pad dat het GEA schetst concreet: geen ruwe schatting, maar onderbouwde investeringsbeslissingen.
Voor energie-intensieve industrie
De Nederlandse industrie staat voor elektrificatie, waterstof en CO₂-reductie onder steeds strengere EU-regels.
AI kan helpen bij:
- optimalisatie van productieprocessen op basis van stroomprijzen en CO₂-intensiteit per uur;
- vraagrespons: processen verschuiven naar uren met veel wind en zon;
- scenario-analyse: wat gebeurt er met kosten en emissies bij verschillende prijspatronen en beleidskeuzes?
Wie nu AI-gestuurde energiemodellen bouwt, heeft straks een concurrentievoordeel als CO₂-prijzen verder stijgen.
Voor gemeenten en regionale energie-initiatieven
Regionale energiestrategieën (RES’en) zijn vaak nog vrij grofmazig. AI kan ze verfijnen.
Denk aan:
- wijkniveau-analyses van energiegebruik, isolatiepotentieel en laadbehoefte;
- bepalen waar energiesystemen op wijkniveau (zon, buurtbatterij, warmtenet, laadpleinen) het meeste effect hebben;
- simulaties: “Wat gebeurt er in 2030 als 60% van de woningen een warmtepomp heeft en 40% een EV?”
Dat maakt beleid concreter en beter uitlegbaar aan inwoners.
Veelgestelde vragen: is 75% hernieuwbaar in 2050 realistisch?
“Is 75% hernieuwbare energie wereldwijd niet te optimistisch?”
Het GEA laat zien dat het technisch en economisch haalbaar is, mits er stevig beleid en slimme systeemsturing komt. De beperkingen liggen vooral bij politiek, financiering en sociale acceptatie, niet bij techniek.
“Is AI niet vooral hype in de energietransitie?”
Nee. AI in de energiesector lijkt soms marketingtaal, maar onder de motorkap zijn het gewoon statistische en machine learning-modellen die:
- betere voorspellingen maken dan klassieke methodes;
- beslissingen automatiseren;
- risico’s explicieter maken.
Het is geen magie. Het is gereedschap. Maar wél gereedschap dat je nodig hebt als je een systeem met veel hernieuwbare, decentrale en variabele bronnen wilt beheren.
“Waar begin je als organisatie?”
Praktisch startpunt:
- Databasis op orde: meetdata, weerdata, prijshistorie, assetdata.
- Helder energiedoel: kostenreductie, CO₂-reductie, flexibiliteit, leveringszekerheid.
- Eerste use case kiezen: bijvoorbeeld vraagvoorspelling voor één locatie of predictive maintenance voor één type asset.
- Klein beginnen, snel leren, daarna uitrollen.
Waarom dit ertoe doet voor Nederland in 2025
Het Global Energy Assessment zet de stip op de horizon: een wereld waarin driekwart van de bevolking draait op hernieuwbare energie. Nederland staat nu voor keuzes die bepalen of we aan de voorhoede of de achterhoede van die beweging staan.
De rode draad:
- Energiebesparing en systeemtransformatie hebben meer impact dan alleen extra windmolens en zonnepanelen bijbouwen.
- Zonder slimme sturing raak je verstrikt in netcongestie, verspilling en stijgende kosten.
- AI is de sleuteltechnologie om hernieuwbare energie, netten, opslag en vraagpatronen tot één coherent systeem te smeden.
Voor organisaties die serieus werk willen maken van de energietransitie geldt:
wie nu investeert in AI-gestuurde energie-intelligentie, maakt de stap van losse projecten naar een toekomstbestendig energiesysteem.
De vraag is niet of 75% hernieuwbare energie in 2050 theoretisch kan. Dat weten we inmiddels. De echte vraag is: welke rol wil jij spelen in het bouwen van dat systeem – volger of mede-architect?