Internet jaagt het energieverbruik van datacenters omhoog. Met AI kunnen we die CO₂‑uitstoot juist flink verlagen én de Nederlandse energietransitie versnellen.

Internet groeit, CO₂ knalt omhoog – tijd voor slimme AI
In 2024 ging ruim 7% van het wereldwijde stroomverbruik naar ICT en datacenters. Dat aandeel stijgt elk jaar, terwijl we in Nederland juist elk grammetje CO₂ proberen terug te dringen om de Klimaatdoelen van 2030 te halen. Er klopt iets niet in dat plaatje.
De realiteit: elke video, elk TikTok-filmpje en elke AI‑prompt laat onzichtbaar een energiemeter harder draaien in een datacentrum. Het onderzoek van Hivos laat zien hoe scheef het nu is: van de 28 grootste datacentra in Nederland gebruiken er maar 4 écht duurzame stroom. Eén heeft aangekondigd te gaan overstappen. De rest draait grotendeels op grijze elektriciteit.
Dit botst direct met de Nederlandse energietransitie. Maar het goede nieuws: juist met AI – diezelfde technologie die voor meer dataverkeer zorgt – kunnen we het energiegebruik van internet en datacenters flink omlaag brengen én groener maken.
In deze blog, onderdeel van de serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie”, laat ik zien:
- waarom de CO₂‑uitstoot van internet zo hard uit de hand loopt;
- hoe datacenters het Nederlandse energiesysteem belasten;
- welke rol AI kan spelen in efficiëntere datacenters en een groener stroomnet;
- wat overheid, bedrijven én gebruikers vandaag al anders kunnen doen.
1. Hoe internet een stille CO₂‑reus werd
De kern is simpel: dataverkeer groeit sneller dan onze energie-efficiëntie. En dat is precies waarom de CO₂‑uitstoot van internet ontploft.
Explosie van dataverkeer
Elke stap richting een digitalere samenleving vergroot het dataverkeer:
- 4K en straks 8K video-streaming;
- cloudopslag in plaats van lokale schijven;
- AI‑toepassingen die grote modellen draaien in de cloud;
- IoT‑apparaten in woningen en industrie.
Wereldwijd verdubbelde het internetdataverkeer grofweg elke 2 à 3 jaar het afgelopen decennium. In Nederland, met een extreem hoge internetpenetratie en streamingcultuur, zitten we aan de bovenkant van dat spectrum.
Datacenter: de fabriek achter je Netflix en AI‑chat
Een datacentrum is in feite een elektriciteitsintensieve fabriek voor bits:
- duizenden servers 24/7 online;
- zware koelingsinstallaties om warmte af te voeren;
- noodstroomvoorzieningen en UPS‑systemen;
- netwerkapparatuur die voortdurend data rondpompt.
De Power Usage Effectiveness (PUE) – verhouding tussen totale stroom en stroom die echt naar servers gaat – is de afgelopen jaren wel verbeterd, maar dat wordt ruimschoots ingehaald door de groei in vraag. Efficiëntere hardware redt het niet meer alleen.
Hivos: slechts 4 van de 28 grote datacentra draaien op groene stroom
Uit het onderzoek van Hivos blijkt:
Van de 28 grootste datacentra in Nederland gebruiken er slechts 4 duurzame stroom; één centrum geeft aan binnenkort over te stappen op groene stroom.
Dat betekent dat meer dan 80% van de grootste datacenters grotendeels op grijze stroom draait. En dat terwijl veel van die datacenters zich graag profileren als “groen” dankzij wat energiebesparende maatregelen in de koeling.
Dit is een probleem voor:
- de Nederlandse CO₂‑doelen;
- de netcapaciteit in drukke regio’s (Noord‑Holland, Flevoland, Noord‑Brabant);
- het draagvlak bij burgers, zeker als een nieuw hyperscale datacenter naast weilanden verschijnt.
2. Waarom datacenters de Nederlandse energietransitie in de weg kunnen zitten
Datacenters zijn geen detail meer in het energiesysteem; ze zijn grote, geconcentreerde stroomslurpers op plekken waar het net toch al vol zit.
Concentratie op knelpunten van het net
Veel datacenters staan:
- rond de Amsterdamse regio (AMS‑IX, goede connectiviteit);
- in gebieden met al hoge economische activiteit;
- vaak ver van grootschalige opwek van wind op zee of zonneparken in dunbevolkte regio’s.
Gevolg: netwerkbeheerders moeten het hoog‑ en middenspanningsnet fors verzwaren om die datacenters te voeden. Dat kost jaren, miljoenen euro’s en beperkt de ruimte voor andere aansluitingen, zoals:
- nieuwe woningbouwprojecten;
- elektrische laadpleinen;
- zonneparken en windturbines;
- elektrificerende industrie.
Baseload vs. flexibiliteit
Datacenters draaien meestal als een constante baseload: 24/7 een vrijwel vlakke lijn. Maar wind en zon produceren juist variabel. Zonder slimme aansturing en flexibiliteit krijg je:
- meer gascentrales in stand‑by om pieken op te vangen;
- curtailment van duurzame opwek (windmolens stil, zonneparken afschakelen);
- hogere systeemkosten die uiteindelijk via de energierekening terugkomen.
Reputatierisico: “AI kost meer CO₂ dan het oplevert”
AI‑toepassingen draaien vrijwel altijd in datacenters. Als die datacenters niet snel vergroenen, zal de publieke discussie zich aanscherpen:
“Waar zijn we mee bezig als we AI inzetten voor de energietransitie, maar de onderliggende infrastructuur op kolen en gas draait?”
Dat is precies waarom de AI‑voor‑energie sector nu verantwoordelijkheid moet nemen: technische innovatie is niet geloofwaardig als de basis niet duurzaam is.
3. Hoe AI zelf het energiegebruik van datacenters kan verlagen
De ironie is duidelijk: AI verhoogt het dataverkeer, maar kan óók het energieverbruik sterk verlagen – als je het goed inzet.
Slimmere koeling met AI
Koeling is een van de grootste energieposten in een datacentrum. AI‑modellen kunnen real‑time optimaliseren:
- dynamische regeling van ventilatoren en pompen;
- voorspellend schakelen van koelmachines op basis van weerverwachting;
- slim gebruik van buitenluchtkoeling en koude‑opslag;
- detectie van inefficiënties (hotspots, slechte luchtstromen).
In praktijkcases is 10–30% besparing op koelingsenergie haalbaar. Bij grote datacenters vertaalt dat zich in gigawatturen per jaar.
Workload‑sturing: niet elke taak hoeft nú
Veel digitale taken zijn niet allemaal even urgent:
- back‑ups;
- analytics jobs;
- training van AI‑modellen;
- videotranscodering.
Met AI‑gestuurde orkestratie kun je workloads verplaatsen in tijd en plaats:
- draaien wanneer er veel wind- of zonnestroom is;
- draaien in datacenters met lage CO₂‑intensiteit op dat moment;
- uitstellen als het net onder druk staat.
Dit sluit naadloos aan op thema’s uit deze serie, zoals vraagvoorspelling en netoptimalisatie. Het datacentrum wordt zo een actieve speler in het energiesysteem, in plaats van een passieve grootverbruiker.
Predictief onderhoud: minder verspilling, meer uptime
Onverwachte storingen zorgen vaak voor noodoplossingen:
- noodkoeling aan, inefficiënt maar “veilig”;
- servers in noodmodus;
- ongeplande verplaatsing van workloads.
Met AI‑gestuurde voorspellende analyse van sensordata (trillingen, temperatuur, stroomprofielen) kun je:
- falende ventilatoren, UPS‑systemen en koelmachines vroegtijdig detecteren;
- onderhoud plannen op momenten met lage belasting;
- de totale energie‑efficiëntie verbeteren over de levensduur van de apparatuur.
4. Datacenters koppelen aan de Nederlandse energietransitie
Datacenters kunnen méér doen dan alleen “minder slecht” zijn. Ze kunnen actief bijdragen aan de duurzame transitie van het Nederlandse energiesysteem.
4.1. Real‑time koppeling met het elektriciteitsnet
Met AI‑modellen die zowel de energie‑vraag van datacenters als de productie van zon en wind voorspellen, kun je:
- capaciteit reserveren of juist vrijgeven aan het net;
- pieken in vraag afvlakken (peak shaving);
- automatisch opschalen bij veel duurzame opwek.
Netbeheerders krijgen zo extra flexibiliteit, wat helpt bij congestiemanagement. Dit is precies de hoek waarin AI‑bedrijven nu enorme waarde kunnen leveren.
4.2. Restwarmte inzetten in de gebouwde omgeving
Een groot datacentrum is in feite een constante stadsverwarming op lage temperatuur. AI kan helpen om:
- warmtestromen te voorspellen;
- koppeling met warmtenetten te optimaliseren;
- buffervaten en warmteopslag slim te sturen;
- de vraag in nabijgelegen woonwijken of glastuinbouw te matchen met het aanbod.
Zo wordt CO₂‑intensieve stadsverwarming (bijvoorbeeld uit gasgestookte centrales) geleidelijk vervangen door restwarmte uit datacenters – mits technisch en economisch slim ingericht.
4.3. Locatiekeuze: niet alleen glasvezel, maar ook netimpact
Nu worden datacenterlocaties vaak gekozen op basis van:
- beschikbaarheid van glasvezel en latency;
- grondprijs;
- lokale vergunningen.
De volgende stap: AI‑gestuurde locatiemodellen die óók meenemen:
- beschikbare transportcapaciteit op het net;
- geplande wind- en zonneparken;
- mogelijkheden voor restwarmtebenutting;
- lokale ruimtelijke inpassing.
Zo voorkom je dat het volgende hyperscale datacenter precies verschijnt waar het net al op slot zit.
5. Wat moet er nú gebeuren? (overheid, bedrijven, gebruikers)
Als we willen dat AI echt bijdraagt aan de Nederlandse energietransitie, moeten meerdere spelers tegelijk in beweging komen.
Overheid en netbeheerders
- Verplicht transparantie over energie‑mix en PUE bij datacenters.
- Koppel vergunningen aan aantoonbaar gebruik van duurzame stroom en restwarmte.
- Stimuleer flexibiliteit: vergoed datacenters die hun vraag sturen op basis van netcongestie.
- Ondersteun AI‑innovatie rond netoptimalisatie en datacenter‑efficiëntie met gerichte subsidies.
Datacenteroperators en cloudproviders
- Stap versneld over op 100% additionele hernieuwbare energie, bij voorkeur met lange‑termijn PPAs.
- Implementeer AI‑gestuurde koeling en workload‑sturing; begin met pilots op één locatie.
- Ontwerp datacenters standaard met koppeling naar warmtenetten.
- Deel energie‑data (geanonimiseerd) met onderzoekers en AI‑bedrijven voor verdere optimalisatie.
AI‑ en softwarebedrijven
- Ontwerp AI‑modellen en applicaties met energie‑bewustzijn: minder onnodige rekenlast, betere compressie, efficiëntere algoritmes.
- Bied klanten CO₂‑dashboards: laat zien wat hun digitale gebruik kost in kWh en CO₂, en welke besparingsopties er zijn.
- Integreer netcongestie‑signalen en stroomprijsdata in je cloud‑ en AI‑platformen.
En wij als gebruikers
Ja, zelfs op gebruikersniveau kun je verschil maken:
- kies voor diensten die transparant zijn over hun datacenter‑footprint;
- beperk automatische 4K‑streaming op mobiele devices;
- archiveer en verwijder data die je nooit meer gebruikt;
- stel als bedrijf eisen aan je cloudleverancier over duurzame stroom en efficiëntie.
6. AI voor Nederlandse energie: van probleem naar deel van de oplossing
De CO₂‑uitstoot van internet loopt uit de hand, en de cijfers van Hivos over Nederlandse datacenters laten weinig ruimte voor optimisme. Maar juist hier ligt een kans: wat nu een deel van het probleem is, kan met de juiste inzet van AI een cruciaal onderdeel van de oplossing worden.
Als AI wordt ingezet voor:
- optimalisatie van koeling en workload‑planning;
- integratie met zon, wind en warmtenetten;
- slimme locatiekeuze en netcongestie‑management;
…dan kunnen datacenters niet alleen groener worden, maar ook actief helpen om het Nederlandse energiesysteem stabieler en duurzamer te maken.
De volgende stap is aan jou. Of je nu werkt bij een energiebedrijf, gemeente, datacenter, software‑scale‑up of als consultant in de energiewereld:
- Breng je digitale voetafdruk in kaart.
- Kijk waar AI‑optimalisatie in jouw keten logisch is.
- Stel heldere eisen aan duurzame stroom en transparantie.
De vraag voor 2025 en verder is niet meer of we datacenters nodig hebben. Die hebben we. De vraag is: maken we ze onderdeel van de Nederlandse energietransitie, of laten we de CO₂‑uitstoot van internet nog verder ontsporen?