Internet slurpt meer energie dan je denkt. Slechts 4 van de 28 grootste Nederlandse datacentra draaien volledig op groene stroom. Zo kan AI dat veranderen.

De vergeten CO2‑prijs van ons internetgebruik
Het Nederlandse internetverkeer groeit elk jaar met tientallen procenten, maar de meeste mensen hebben geen idee wat dat met ons energieverbruik doet. Videostreaming, AI, thuiswerken via Teams en onbeperkte cloudopslag voelen immaterieel, bijna gewichtloos. Toch staan er achter elke klik enorme datacentra te loeien – en die slurpen stroom.
Volgens onderzoek van Hivos gebruiken van de 28 grootste datacentra in Nederland er maar 4 volledig duurzame stroom. Eén extra centrum zegt op korte termijn te willen overstappen op groene stroom. De rest draait grotendeels op grijze elektriciteit. Terwijl de Nederlandse energietransitie al onder grote druk staat, laten we hier dus nog een flinke klimaatkans liggen.
In deze blog uit de serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie” kijk ik naar de blinde vlek van de digitale CO2‑uitstoot. En vooral: hoe AI en slimme energie-oplossingen datacenters en digitale diensten wél kunnen laten passen in een CO2-neutrale toekomst.
Hoe groot is de CO2‑voetafdruk van internet echt?
De kern: internet en datacentra zijn inmiddels een serieuze CO2‑bron, vergelijkbaar met de luchtvaart, en groeien sneller dan ons algemene energieverbruik.
Van mailtje naar megatonnen
Eén e-mail meer of minder maakt inderdaad weinig uit. Maar op schaal tikt het hard aan:
- Wereldwijd dataverkeer verdubbelde grofweg elke 2–3 jaar het afgelopen decennium.
- Datacentra en netwerken zijn goed voor naar schatting 2–3% van de mondiale CO2-uitstoot – vergelijkbaar met de luchtvaartsector.
- In Nederland is het elektriciteitsverbruik van datacentra al goed voor enkele procenten van het nationale verbruik, met een sterke groei door cloud, streaming en AI.
De groei zit vooral in:
- Videostreaming (4K, later 8K, onbeperkt bingen)
- AI‑toepassingen (chatbots, beeldherkenning, machine learning)
- Cloudmigratie (van lokale servers naar grote publieke clouds)
- Thuiswerken (videobellen, gedeelde documenten, VPN’s)
Zonder sturing en slimme technologie groeit de energievraag van datacentra harder dan we duurzame capaciteit kunnen bijbouwen. Dat is precies waarom de cijfers van Hivos zo zorgelijk zijn: slechts 4 van de 28 grootste datacentra gebruiken volledig groene stroom.
Waarom draaien Nederlandse datacentra nog zo vaak op grijze stroom?
De kern: het is niet alleen een technisch probleem, maar ook een financieel en regulatoir probleem. En eerlijk is eerlijk: gemak en prijs winnen nog te vaak van duurzaamheid.
Drie hardnekkige oorzaken
-
Kosten en contracten
Veel datacentra hebben langlopende stroomcontracten, vaak nog grotendeels grijs. Omschakelen naar 100% hernieuwbare energie vraagt:- heronderhandelen van contracten
- investeren in PPA’s (Power Purchase Agreements) met wind- en zonneparken
- soms hogere prijzen op de korte termijn
-
Netcongestie en locatiekeuze
In regio’s als Noord-Holland en Flevoland zitten de stroomnetten vol. Daardoor is het ingewikkeld om nieuwe duurzame capaciteit precies daar aan te sluiten waar grote datacentra staan. De realiteit is dat een deel van de stroommix nog fossiel is, ook als er op papier “groen” wordt ingekocht. -
Gebrek aan prikkels en transparantie
Zolang klanten vooral op prijs en uptime sturen, en niet op de échte CO2‑voetafdruk per gigabyte, voelen datacentra minder druk. Een groene marketingboodschap is vaak genoeg, terwijl er achter de schermen nog een gemixte stroommix draait.
Hier raakt de digitale sector direct aan de Nederlandse energietransitie. We elektrificeren mobiliteit, verwarming en industrie, maar laten ondertussen een snelgroeiende energieslurper half onder de radar draaien.
Waar komt AI in beeld? Slimmer omgaan met energie in datacentra
De kern: AI kan het energieverbruik van datacentra met tientallen procenten reduceren en tegelijkertijd de integratie van hernieuwbare energie makkelijker maken.
In deze campagne draait alles om “AI voor Nederlandse Energie”. Dat klinkt voor sommige mensen misschien als een buzzword, maar op datacenterniveau betekent het heel concreet: sturen, voorspellen en optimaliseren op basis van data.
1. AI‑gestuurde koeling: minder verspilling, lagere CO2
Koeling is één van de grootste energieslurpers in een datacentrum. AI kan hier bijzonder veel winnen:
- real-time optimalisatie van temperatuur en luchtstroom
- adaptief sturen op buitenklimaat (koude nachten, wind, luchtvochtigheid)
- vroegtijdige detectie van inefficiënte systemen of afwijkingen
Voorbeelden van effecten die wereldwijd haalbaar blijken:
- 20–40% minder energie voor koeling
- langere levensduur van apparatuur door stabielere temperaturen
- lagere piekbelasting op het net tijdens warme dagen
Hoe beter de koeling, hoe makkelijker het wordt om een datacentrum volledig op duurzame stroom te draaien zonder overtollige capaciteit.
2. Vraagvoorspelling: datacentra als flexibele energieverbruiker
Een datacentrum is in principe een flexibele verbruiker. Veel taken hoeven niet op de seconde precies uitgevoerd te worden. Denk aan:
- back‑ups
- software‑updates
- trainingsrondes voor AI‑modellen
- grote data-analyses
Met AI‑vraagvoorspelling kunnen datacentra:
- drukke en rustige perioden in hun eigen belasting voorspellen
- combineren met voorspellingen van zon- en windproductie
- niet‑kritische taken verschuiven naar momenten met veel groene stroom
Resultaat:
- minder CO2 per verwerkte gigabyte
- lagere kosten door gebruik van goedkopere uurprijzen
- minder druk op het overvolle Nederlandse elektriciteitsnet
3. Netoptimalisatie: datacentra als partner in de energietransitie
In de bredere energietransitie zijn datacentra niet alleen een probleem, maar ook een deel van de oplossing. Met AI‑gestuurde netoptimalisatie kunnen ze fungeren als “virtuele batterijen”:
- tijdelijk terugschakelen bij netcongestie
- tijdelijk opschalen bij veel aanbod van wind en zon
- samenwerken met netbeheerders via flexibiliteitsmarkten
AI‑algoritmes berekenen hierbij continu:
- wat is de impact op dienstverlening (SLA’s)?
- wat is de CO2‑intensiteit van de stroom op dit moment?
- wat is de prijs per MWh op de markt?
Zo wordt het datacentrum actief onderdeel van een slimmer, veerkrachtiger Nederlands energiesysteem in plaats van een passieve grootverbruiker.
Praktische stappen: wat kunnen organisaties nu al doen?
De kern: je hoeft geen hyperscale datacentrum te bezitten om iets te veranderen. Iedere organisatie die digitale diensten gebruikt, kan sturen op schoner internetgebruik.
1. Kies bewust voor een groene (én transparante) provider
Vraag je huidige hosting- of cloudpartij concrete cijfers:
- Welk percentage van jullie stroom is aantoonbaar hernieuwbaar?
- Op welke manier is dit geborgd (geen vage certificaten, maar echte contracten met opwek)?
- Welke AI- of optimalisatietools gebruiken jullie om energieverbruik te beperken?
- Publiceren jullie jaarlijks een CO2‑rapportage per datacenterlocatie?
Providers die hier geen helder verhaal over hebben, lopen achter. Er zijn in Nederland genoeg partijen die wél inzetten op echte vergroening, AI‑gestuurde efficiëntie en transparantie.
2. Ontwerp digitale diensten energie‑efficiënt
Softwarekeuzes hebben direct impact op dataverkeer en dus energie:
- beperk onnodige tracking en zware scripts op websites
- optimaliseer afbeeldingen en video’s (compressie, juiste resolutie)
- kies voor efficiënte codecs en streaminginstellingen
- archiveer of verwijder verouderde data in plaats van alles oneindig te bewaren
Voor AI‑toepassingen geldt hetzelfde:
- train modellen niet vaker dan nodig
- kies kleinere, energiezuinigere modellen waar dat kan
- draai batchtaken op momenten met veel groene stroom (via slimme planningssystemen)
3. Maak CO2 per gebruiker of transactie zichtbaar
Wil je gedrag echt veranderen, dan moet de impact tastbaar worden. Steeds meer organisaties laten zien:
- CO2‑impact per stream, per transactie of per 1000 pageviews
- besparing door lagere videokwaliteit of minder e-mails
Door deze data te koppelen aan AI‑analyses krijg je inzicht in patronen:
- welke functies veroorzaken de meeste uitstoot?
- welke gebruikers of afdelingen zijn de grootste dataverbruikers?
- waar zit de snelste winst met minimale impact op gebruiksgemak?
Dat maakt het veel makkelijker om gerichte maatregelen te nemen.
Hoe past dit in de Nederlandse energietransitie?
De kern: zonder digitalisering en AI halen we onze klimaatdoelen niet, maar zonder kritisch te kijken naar de CO2‑voetafdruk van digitalisering zelf halen we het óók niet.
De serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie” draait om vier grote thema’s:
- netoptimalisatie
- vraagvoorspelling
- onderhoudspredictie
- integratie van hernieuwbare energie
Datacentra raken al deze vier punten tegelijk:
- Ze zijn grote, relatief flexibele verbruikers die kunnen helpen bij netbalancering.
- Hun vraag is voorspelbaar én stuurbaar met AI.
- Infrastructuur kan met voorspellend onderhoud efficiënter en betrouwbaarder draaien.
- Ze kunnen direct gekoppeld worden aan zonne- en windparken via slimme contracten en sturing.
De Hivos‑cijfers laten vooral zien hoeveel werk er nog ligt: 4 van de 28 grootste datacentra op duurzame stroom is in 2025 gewoon te weinig. Het positieve nieuws: de technologie om dit snel te verbeteren is er al. Het is een kwestie van keuzes maken.
Wat je vandaag al kunt doen
Als je dit leest, heb je directe invloed op de digitale voetafdruk van jouw organisatie, groot of klein. Een paar concrete vervolgstappen:
-
Breng je digitale CO2‑uitstoot in kaart
Vraag je IT‑afdeling of leverancier om een eerste inschatting: hoeveel stroom gaat er ongeveer door jullie hosting, cloud en dataverkeer? -
Leg duurzaamheidseisen vast in contracten
Maak bij nieuwe aanbestedingen of verlengingen van contracten emissiereductie, transparantie en inzet van AI‑optimalisatie tot harde criteria. -
Start een pilot met AI‑gestuurde energie-optimalisatie
Dat kan in eigen serverruimtes, maar ook via een partner die hier al tooling voor heeft. Begin klein, meet het effect en schaal dan op.
Wie de komende jaren serieus mee wil doen in de digitale economie, zal óók serieus mee moeten doen in de energietransitie. Internet is niet gratis – niet in euro’s, en zeker niet in CO2. Hoe sneller we dat onder ogen zien, hoe makkelijker het wordt om een écht duurzame, slimme digitale infrastructuur in Nederland neer te zetten.