De CO₂‑uitstoot van internet explodeert. Zo kunnen AI en slimme energie‑optimalisatie Nederlandse datacenters en organisaties helpen hun digitale voetafdruk te verkleinen.
COâ‚‚-uitstoot van internet: zo helpt AI de schade te beperken
De CO₂‑uitstoot van internet groeit harder dan het Nederlandse wegverkeer kan terugdringen. Wereldwijd slokt ICT naar schatting 3–4% van de uitstoot op; dat is meer dan de luchtvaart. En het dataverkeer blijft elk jaar met tientallen procenten stijgen.
In Nederland gebruiken van de 28 grootste datacenters er maar 4 volledig duurzame stroom. Eén centrum zegt over te stappen op groene stroom, de rest draait grotendeels op grijze elektriciteit. Dat is ronduit bizar in een land dat zichzelf graag als digitale koploper én klimaatvoorloper presenteert.
Dit raakt direct aan de energietransitie. Datacenters zijn geen randverschijnsel meer, maar vitale infrastructuur. Ze trekken enorme vermogens uit het net, precies op momenten dat we elke kilowattuur duurzame energie goed kunnen gebruiken. De vraag is dus: hoe temmen we die CO₂‑uitstoot, zonder de digitale economie af te remmen? En vooral: welke rol kan AI spelen in dit verhaal?
In deze blog, onderdeel van de serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie”, laat ik zien:
- waarom internetverkeer zo’n groot energieprobleem is
- waar de grootste verspillingen in datacenters zitten
- hoe AI concreet kan helpen om CO₂‑uitstoot te verlagen
- wat Nederlandse organisaties nú kunnen doen om digitaal én duurzaam te groeien
1. Het internet heeft een energieprobleem (en Nederland voelt dat extra hard)
De kern is simpel: meer data betekent meer energieverbruik, en dus meer CO₂‑uitstoot zolang de stroom niet volledig duurzaam is.
Datacenters draaien 24/7. Servers, opslag, koeling, noodstroom, netwerkapparatuur – alles staat continu aan. Terwijl veel IT-capaciteit een groot deel van de tijd nĂet volledig benut wordt.
Waarom Nederland extra kwetsbaar is
Nederland is een aantrekkelijke plek voor datacenters:
- goede digitale infrastructuur (AMS-IX, snelle verbindingen)
- relatief koel klimaat
- politiek en economisch stabiel
Maar er zijn ook keerzijdes:
- de netcongestie in regio’s als Amsterdam, Flevoland en Brabant
- grote datacenters die lokaal enorme hoeveelheden stroom claimen
- gemeenten die worstelen met de vraag: willen we nog meer datacenters?
De Hivos-cijfers over slechts 4 van 28 grote datacenters die volledig duurzame stroom gebruiken, laten zien dat we hier niet praten over een marginaal milieuprobleem. Dit gaat over structurele belasting van ons elektriciteitsnet en onze klimaatdoelen.
Elke nieuwe terabyte aan dataverkeer zonder efficiëntieverbetering duwt Nederland verder weg van zijn klimaatdoelen.
2. Waar gaat de energie in datacenters eigenlijk naartoe?
AI kan pas helpen als je weet waar de knelpunten zitten. In een gemiddeld datacenter zijn er grofweg drie grote energie-slurpers.
2.1 Servers die op halve kracht draaien
Veel servers draaien op 10–30% belasting, maar gebruiken dan al 60–80% van hun maximale vermogen. Dat is alsof je op de A2 met 30 km/u in de vier rijdt: veel verbruik, weinig resultaat.
Oorzaken:
- overcapaciteit “voor de zekerheid”
- slecht gespreide workloads
- oude hardware die nooit is uitgefaseerd
2.2 Koeling: noodzakelijk, maar vaak inefficiënt
Koeling kan 30–40% van het totale energiegebruik van een datacenter opslokken. Denk aan:
- traditioneel aircokoeling in plaats van vrije koeling
- geen dynamische regeling op basis van actuele belasting
- te conservatieve temperatuurinstellingen (“hoe kouder hoe beter”)
2.3 Netbelasting én pieken
Datacenters zorgen voor forse, soms schokkend vaste belasting op het net. Maar binnen die “constante” lijn zitten wel degelijk pieken:
- back‑ups en batchverwerking in de nacht
- pieken door streaming, online evenementen, grote AI‑taken
Zonder slimme aansturing leunen al die processen op dezelfde tijdstippen op het net, ook als duurzame opwek juist laag is.
3. Hoe AI de CO₂‑uitstoot van datacenters kan terugdringen
AI is zelf rekenintensief, maar ingezet aan de infrastructuurkant levert het vaak meer energiebesparing op dan het zelf kost. De kunst is om AI niet alleen te gebruiken voor nieuwe AI‑diensten, maar juist om de onderliggende ICT‑laag slimmer te maken.
3.1 Slimme energie-optimalisatie van servers
AI‑algoritmen kunnen continu voorspellen welke capaciteit nodig is en capaciteit actief bijregelen. Denk aan:
- dynamische workloadverdeling: AI schuift taken naar de meest efficiënte servers
- server hibernation: ongebruikte servers gaan echt uit of in diepe slaap
- right‑sizing: AI adviseert welke VM’s of containers te groot zijn ingericht
In de praktijk zie je hiermee besparingen van 15–30% op het stroomverbruik van de serverlaag, zonder dat gebruikers daar iets van merken.
3.2 AI‑gedreven koeloptimalisatie
Koeling is waar grote klappers gemaakt worden. AI kan op basis van sensordata (temperatuur, luchtstromen, vocht) real‑time bijsturen:
- ventilatorsnelheid
- koelmiddeldebiet
- temperatuursetpoints per gang of rack
Grote hyperscalers hebben met dit soort AI‑koeling tot rond de 40% minder koelingsenergie gehaald. Voor Nederlandse datacenters die nog vrij conservatief koelen, ligt er dezelfde kans.
Kort gezegd: minder overkoelen, meer sturen op daadwerkelijke warmte en risico’s.
3.3 Afstemmen op duurzame energieproductie
Hier raakt het thema direct aan de Nederlandse energietransitie.
AI‑modellen voor vraagvoorspelling en hernieuwbare integratie kunnen datacenterbelastingen koppelen aan het aanbod van zon en wind:
- extra rekentaken (bijvoorbeeld batchanalytics, AI‑training) draaien als er veel zonne‑ of windstroom is
- niet‑kritieke processen uitstellen op momenten met netcongestie
- in combinatie met batterijen pieken afvlakken
Dit is precies de kern van de serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie”: vraag en aanbod van energie slimmer bij elkaar brengen. Datacenters kunnen hierdoor van “probleemverbruiker” veranderen in een flexibele partner richting netbeheerders.
3.4 Van dataverkeer naar dataminimalisatie
Nog een gevoelig punt: we genereren vaak veel meer data dan nodig. AI kan helpen om slimmer met data om te gaan:
- detecteren van dubbele of nooit geraadpleegde data
- automatisch classificeren en opschonen van logbestanden
- compressie en optimalisatie van mediabestanden
Minder onnodige data betekent minder opslag, minder back‑ups, minder dataverkeer – en dus minder CO₂.
4. Wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven en overheden?
De meeste organisaties denken bij CO₂‑reductie direct aan kantoren, leaseauto’s en bedrijfsvoorraden. Maar de digitale voetafdruk is vaak het blinde vlekje in de duurzaamheidsrapportage.
De realiteit: als je zwaar leunt op cloud‑diensten, SaaS‑pakketten en grote dataverwerking, dan zit een flink deel van je CO₂‑impact in datacenters die jij nooit ziet.
4.1 Concrete vragen aan je IT- en cloudleveranciers
Begin intern en richting leveranciers met scherpe vragen:
- Welke datacenters gebruiken we precies?
- Draaien die op 100% duurzame stroom of op garanties van oorsprong?
- Wordt er AI of andere geavanceerde optimalisatie ingezet voor koeling en workloadmanagement?
- Hoe wordt restwarmte benut in de regio?
- Kunnen zware taken tijdgebonden worden ingepland op basis van duurzame opwek?
Een leverancier die op deze punten geen helder antwoord heeft, is in 2025 eigenlijk niet meer geloofwaardig in een Nederlandse context.
4.2 Interne stappen: digitaal én energie slimmer maken
Naast druk zetten op leveranciers kun je zelf veel doen, juist met AI‑toepassingen:
- AI‑gebaseerde monitoring van je eigen IT‑landschap, inclusief energieverbruik
- optimalisatie van applicatie‑architectuur zodat er minder piekbelasting is
- gebruik van AI‑voorspelling om drukke momenten in je online diensten beter te spreiden
Voor organisaties die al werken met ESG‑rapportages is dit de logische volgende stap: digitale infrastructuur expliciet meenemen in je CO₂‑boekhouding.
4.3 Publieke sector: geef het goede voorbeeld
Gemeenten, provincies en Rijksoverheid hebben een dubbele rol: ze zijn zelf grote afnemers van datacenterdiensten én bepalen via ruimtelijk beleid waar en hoe datacenters zich vestigen.
Ik vind: elke nieuwe datacentervergunning zou minimaal drie harde eisen moeten bevatten:
- 100% aantoonbaar duurzame elektriciteit
- AI‑gestuurde optimalisatie van koeling en belasting
- plan voor nuttig gebruik van restwarmte in de omgeving
Zonder dat soort voorwaarden halen we onze doelen voor 2030 simpelweg niet.
5. AI en de Nederlandse energietransitie: internet als bondgenoot in plaats van probleem
De serie “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie” gaat over één centrale vraag: hoe gebruiken we AI om het energiesysteem slimmer, flexibeler en schoner te maken?
Bij datacenters komen meerdere lijnen samen:
- netoptimalisatie: AI stuurt datacenterlast zodat het net minder piekbelasting kent
- vraagvoorspelling: operators zien aankomende pieken en kunnen bijsturen
- onderhoudspredictie: voorspellend onderhoud houdt koeling en stroomvoorziening efficiënt
- integratie van hernieuwbare energie: rekentaken verschuiven naar momenten met veel zon en wind
Internet hoeft dus geen CO₂‑monster te blijven. De technologie die nu voor extra dataverkeer zorgt, kan ons óók helpen om dat verkeer veel slimmer in te passen in het energiesysteem.
De keuze ligt vooral bij ons:
- eisen we als klant duurzame, AI‑geoptimaliseerde datacenterdiensten?
- sturen we als overheid op strakke, toekomstbestendige normen?
- ontwerpen we als IT‑afdeling onze digitale diensten met energie in het achterhoofd?
Wie hier in 2025 serieus mee aan de slag gaat, bouwt niet alleen aan een schoner energiesysteem, maar ook aan een veerkrachtige digitale infrastructuur die voorbereid is op de volgende golf van AI‑toepassingen.
Wil je als organisatie je digitale CO₂‑voetafdruk echt begrijpen én verkleinen, dan is de volgende logische stap: IT‑ en energiedata bij elkaar brengen en daar AI op loslaten. Dáár ligt de hefboom om internet van probleemkind te veranderen in bondgenoot van de Nederlandse energietransitie.