Zonder mensen geen energietransitie: zo maak je werk van arbeid en AI

AI voor Nederlandse Energie: Duurzame TransitieBy 3L3C

Arbeidstekorten remmen de Nederlandse energietransitie harder dan techniek of geld. Zo koppel je arbeidsmarkt, scholing en AI slim aan elkaar om wél tempo te maken.

arbeidsmarkt energietransitieAI in energieskillsgerichte scholingzij-instroom techniekbeleid klimaat en energielearning communitiesinternationalisering arbeidsmarkt
Share:

Featured image for Zonder mensen geen energietransitie: zo maak je werk van arbeid en AI

Waarom arbeid nú de rem op de energietransitie is

Netcongestie, trage vergunningen, schommelend beleid – daar hoor je dagelijks over. Maar de factor die de Nederlandse energietransitie in 2025 misschien wel het meest afremt, staat veel minder op de voorpagina: een structureel tekort aan mensen.

De realiteit is pijnlijk eenvoudig: zonder voldoende vakmensen, engineers, projectleiders, data-analisten en AI-specialisten gebeurt er simpelweg niets. Geen extra laadpalen, geen verzwaarde netten, geen warmtepompen, geen windparken op de Noordzee. Terwijl bedrijven juist nu willen investeren in slimme netten, AI-gestuurde vraagsturing en onderhoudspredictie.

In deze blog – onderdeel van de serie AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie – ga ik in op één centrale vraag: hoe maken we van de arbeidsmarkt een versneller in plaats van een blokkade voor de energietransitie, inclusief de inzet van AI?

We bouwen voort op de scherpe analyse van de Klimaat en Energie Koepel (KEK), en vertalen dat naar concrete keuzes voor beleid, onderwijs en bedrijfsleven.

1. De kern van het probleem: techniek, geld en plannen zijn er, mensen niet

De Nederlandse energietransitie wordt technisch en economisch steeds beter doordacht. Netbeheerders rekenen scenario’s door, energiebedrijven investeren in flexibiliteit, en AI helpt bij vraagvoorspelling en netoptimalisatie. Toch stokt de uitvoering.

Waarom? Omdat arbeidstekorten inmiddels het tempo bepalen.

Een paar harde feiten en observaties:

  • In vrijwel alle vitale sectoren is sprake van krapte: energie, bouw, techniek, zorg, onderwijs, defensie.
  • De energietransitie vraagt tienduizenden extra mensen: van monteurs en installateurs tot data-engineers en AI-specialisten.
  • Opleidingscapaciteit zit tegen de grens aan, terwijl projecten vaak grillig worden ingepland en beleid heen en weer beweegt.

De boodschap van KEK is scherp: zolang we arbeid en scholing niet integraal meekoppelen in klimaat- en energiebeleid, blijven we plannen op papier stapelen zonder voldoende handen en hoofden om ze te realiseren.

En dat raakt ook de AI-kant: mooie AI-oplossingen voor onderhoudspredictie of congestiemanagement zijn waardeloos als er geen mensen zijn om de modellen te bouwen, de data op orde te brengen en de fysieke werkzaamheden uit te voeren die uit de voorspellingen volgen.

2. Richt de arbeidsmarkt op sectoren met echte maatschappelijke waarde

De eenvoudigste hefboom is vaak de minst populaire: durf te kiezen. Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking werkt in sectoren met een relatief beperkte maatschappelijke meerwaarde richting 2030-2040, terwijl klimaat & energie, zorg, onderwijs en defensie structureel mensen tekortkomen.

Wat de overheid hier wél kan doen

De overheid hoeft niet te bepalen waar iedereen moet werken, maar kan wél een kader neerzetten dat richting geeft:

  • Actieve zij-instroom naar de energiesector

    • Landelijke campagnes gericht op mensen die meer maatschappelijke impact willen maken.
    • Versneld omscholingstraject met baan- en ontwikkelgarantie, naar voorbeeld van de Techniekroute uit het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek.
    • Gerichte begeleiding naar functies in netbeheer, duurzame warmte, laadinfrastructuur, zonne- en windprojecten en data/AI-teams in de energiesector.
  • Gerichte steun aan werkgevers die talent vasthouden

    • Fiscale prikkels voor bedrijven die langdurige contracten, duidelijke loopbaanpaden en structurele scholing bieden.
    • Belonen van werkgevers die praktisch geschoolden – monteurs, uitvoerders, operators – actief laten doorgroeien richting bijvoorbeeld data-operator of AI-supported planner.

Jongeren en techniek: maak de keuze bijna vanzelfsprekend

Als je wilt dat er over vijf tot tien jaar genoeg mensen zijn voor netbeheer, energie-data en AI-toepassingen, moet je nu ingrijpen in het onderwijs:

  • Verplicht meer techniekervaring in het vo en mbo

    • Techniekvakken, stages en leerwerkplekken bij technische en energiebedrijven als vast onderdeel van het curriculum.
    • Gezamenlijke STEM-projecten (Science, Technology, Engineering & Mathematics) tussen scholen en bedrijven, gesteund met subsidies.
  • Verlaag de drempel voor technische en energie-opleidingen

    • Lagere college- of lesgelden voor studenten die kiezen voor technische richtingen cruciaal voor de energietransitie.
    • Extra studiebeurzen voor opleidingen waarin energie, data en AI gecombineerd worden (bijvoorbeeld energietechniek + data science).

Oudere werknemers: verleng de ervaringslijn

De kennis van oudere vakmensen is goud waard, zeker in complexe energie-infrastructuur. Die vervang je niet zomaar met een extra AI-tool.

  • Maak werken ná de AOW-leeftijd fiscaal aantrekkelijker.
  • Stimuleer combinatiefuncties: 2-3 dagen per week meewerken, 1 dag per week opleiden, coachen en kennisoverdracht.

Zo houd je waardevolle praktijkervaring vast én bouw je sneller aan de volgende generatie vak- en dataspecialisten.

3. Zonder voorspelbare planning geen duurzame personeelsopbouw

Arbeid volgt planning. Bedrijven nemen pas mensen aan – en leiden ze pas op – als ze een redelijke zekerheid hebben over hun orderportefeuille in de komende jaren.

In de energiesector gaat het hier vaak mis:

  • Projecten (bijvoorbeeld windparken op zee) worden laat gegund, waardoor offshore contractors haastig moeten opschalen.
  • Gemeenten variëren sterk in tempo en aanpak van publieke laadinfra.
  • Landelijk beleid schommelt, zoals het intrekken van de warmtepompverplichting in 2024, waardoor installateurs en opleiders op de rem trappen.

Wat er nodig is: een planbare energietransitie

Heldere, langjarige planningen voor grote energie- en infrastructuurprojecten zijn cruciaal. Niet alleen voor financiers, maar juist voor HR- en opleidingsbeslissingen.

Concreet:

  • Landelijke programmering voor grote projecten

    • Meerjarige pipeline voor wind op zee, netverzwaring, waterstofbackbone, warmtenetten, laadinfrastructuur.
    • Per project: globale planning, fasering én een indicatie van benodigde functies en skills.
  • Ondersteuningsteams voor gemeenten

    • Landelijke ‘bouwteams’ of ondersteuningsteams die gemeenten helpen met standaardisering, aanbesteding en fasering van bijvoorbeeld publieke laadpalen.
    • Dat levert voorspelbare opdrachten op voor marktpartijen, die vervolgens gerichte keuzes kunnen maken over instroom en scholing.
  • Stabieler beleid rond technologiekeuzes

    • Minder zigzaggen tussen oplossingen (warmtepomp, waterstof, hybride varianten) en meer duidelijke keuzekaders.
    • Werk met overgangstermijnen en duidelijke signaaldata zodat bedrijven de personeelsopbouw hierop kunnen afstemmen.

Hier ligt ook een rol voor AI: betere planningsmodellen, scenarioanalyse en resourceplanning kunnen overheden en netbeheerders helpen om de personeelsvraag nauwkeuriger te voorspellen. Maar ook hier geldt: zonder duidelijke keuzes en consistente kaders zal zelfs de beste AI-tool weinig verschil maken.

4. Internationalisering en tweetaligheid: nuchterder naar migratie kijken

Wie de omvang van de energietransitie serieus neemt, komt onvermijdelijk uit bij één conclusie: Nederland redt het niet alleen met eigen opleidingscapaciteit.

Het kunstmatig beperken van arbeids- en kennismigratie voor vitale sectoren is dan simpelweg onverstandig beleid.

Waarom internationale instroom nodig is

  • De opleidingscapaciteit in Nederland zit tegen grenzen aan, zeker in techniek en ICT.
  • Andere landen (Australië, België, Canada, Duitsland) laten zien dat gerichte vak- en kennismigratie effectief helpt om tijdelijke tekorten te overbruggen.

Voor de energietransitie en de AI-opgaven rond netoptimalisatie, onderhoudspredictie en vraagvoorspelling heb je mensen nodig die:

  • al ervaring hebben met vergelijkbare systemen,
  • gewend zijn om met data en AI te werken in complexe infrastructuur,
  • hun kennis snel kunnen overdragen aan Nederlandse teams.

Wat de overheid concreet kan regelen

  • Specifieke vakkrachtenregeling met visum voor tekortberoepen

    • Gericht op monteurs, technici, engineers, data- en AI-specialisten in energie en infrastructuur.
  • Ruimere kennismigrantenregeling

    • Minder bureaucratie, snellere procedures, meerjarige verblijfszekerheid voor mensen die aantoonbaar bijdragen aan vitale energie-infrastructuur.
  • Tweetalige werkvloer stimuleren

    • Nederlandse taal blijft belangrijk, maar maak Engels op de werkvloer in vitale energiesectoren normaal.
    • Subsidies voor taaltraining – beide kanten op: Nederlands voor internationals, Engels voor Nederlandse collega’s.

Je ziet dit al gebeuren bij sommige netbeheerders en grote energiebedrijven: internationale teams die samen werken aan AI-modellen voor belastingvoorspelling of realtime congestiemanagement. Dit is geen luxe, maar noodzaak.

5. Zet skills, niet diploma’s, centraal – juist in een AI-gedreven energiesector

De arbeidsmarkt van de toekomst – zeker rond energie en AI – draait veel minder om papiertjes en veel meer om wat mensen daadwerkelijk kunnen.

Dat is goed nieuws. Want:

  • De meeste relevante vaardigheden leer je in de praktijk.
  • Veel mensen in andere sectoren hebben al een deel van de skills die nodig zijn in de energietransitie.

Skillstaal als basis

Een uniforme ‘skillstaal’, zoals CompetentNL, helpt om concreet te maken:

  • welke vaardigheden een functie echt vraagt (bijvoorbeeld data-interpretatie, storingsanalyse, werken met digitale twins),
  • welke skills iemand al heeft, ongeacht sector of diploma,
  • hoeveel bijscholing nodig is om iemand inzetbaar te maken in de energie- of AI-keten.

Bedrijven die matchen op skills in plaats van alleen op diploma’s, creëren ineens veel meer ruimte voor zij-instroom. Denk aan:

  • Een automonteur met sterke diagnosevaardigheden die wordt omgeschoold tot monteur laadinfrastructuur.
  • Een logistiek planner die, met extra data- en IT-training, doorstroomt naar planner voor netonderhoud met AI-planningssoftware.

Learning communities en bedrijfstakscholen

Rondom de energietransitie ontstaan steeds vaker learning communities: regionale samenwerkingen tussen onderwijs, bedrijven en overheden. Die zijn ideaal om ook AI-vaardigheden te koppelen aan praktische energie-toepassingen:

  • mbo’ers en hbo’ers die in projecten werken met echte data van netbeheerders.
  • Praktisch geschoolde technici die leren werken met sensordata en onderhoudssoftware.

Een gemiste kans nu: bedrijfs(tak)scholen tellen vaak niet volwaardig mee in subsidieregelingen zoals de SLIM-regeling. Daardoor blijft veel opleidingscapaciteit onbenut.

Als we serieus werk willen maken van een AI-vaardige energie-arbeidsmarkt, dan moeten:

  • bedrijfstakscholen erkend worden als formele opleidingspartners,
  • subsidies óók beschikbaar zijn voor maatwerktrajecten binnen bedrijven,
  • korte, modulair opgebouwde AI- en datamodules makkelijk te combineren zijn met technische opleidingen.

6. AI als hulpmiddel, niet als excuus om niets aan arbeid te doen

Binnen deze blogserie staat AI centraal. Daarom ook een ongemakkelijke waarheid: AI lost het arbeidstekort niet automatisch op.

Wat AI wél doet in de Nederlandse energietransitie:

  • Netoptimalisatie: betere voorspellingen van belasting, slimmer schakelen van assets.
  • Vraagvoorspelling: nauwkeuriger inschatten van productie en verbruik van zon, wind en flexibele bronnen.
  • Onderhoudspredictie: storingen eerder zien aankomen en efficiënter onderhoud plannen.
  • Projectplanning: betere simulaties van scenario’s, doorlooptijden en inzet van personeel.

Maar voor al deze toepassingen heb je nodig:

  • data-engineers, dataspecialisten en AI-experts,
  • technisch personeel dat met deze systemen kan werken,
  • managers die begrijpen wat AI kan én wat de beperkingen zijn.

AI kan werk verschuiven en slimmer maken, maar het vervangt in de komende tien tot vijftien jaar niet massaal de vakmensen die kabels leggen, transformatorstations bouwen of warmtenetten aanleggen. Wie nu denkt: “we wachten wel op automatisering”, zorgt er vooral voor dat we de klimaatdoelen van 2030 en 2050 zeker niet gaan halen.

De verstandigste strategie is daarom tweesporig:

  1. Arbeidscapaciteit structureel vergroten via de maatregelen hierboven.
  2. AI inzetten om de beschikbare mensen maximaal effectief te maken – minder verspilling, betere planning, minder uitval, meer veiligheid.

7. Tijd voor keuzes: maak arbeidsmarkt en scholing onderdeel van het regeerakkoord

De energietransitie is geen technologisch sprookje. Zonder voldoende en goed voorbereide mensen wordt het een papieren exercitie, hoe mooi de AI-modellen ook zijn.

Daarom is de oproep van KEK aan de informateur – en eigenlijk aan de hele politiek en het bedrijfsleven – glashelder:

Maak arbeidsmarkt en scholing integraal onderdeel van het nieuwe regeerakkoord voor klimaat en energie.

Dat betekent concreet:

  • als overheid: duidelijk kiezen voor sectoren met hoge maatschappelijke waarde,
  • als onderwijs: opleiden mét de praktijk en met AI, niet er los van,
  • als bedrijven: mensen binden en ontwikkelen in plaats van uitputten,
  • als energiesector: AI niet zien als trucje, maar als onderdeel van vakmanschap.

Wie nu investeert in mensen, skills en slimme inzet van AI, legt de basis voor een energiestelsel dat:

  • betaalbaar en betrouwbaar is,
  • minder kwetsbaar voor geopolitieke schokken,
  • en haalbaar blijft qua uitvoering.

De vraag is dus niet óf we moeten ingrijpen in de arbeidsmarkt rond de energietransitie, maar hoe snel we de moed hebben om het echt te doen.