Hoe we in 2050 75% hernieuwbare energie halen

AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie••By 3L3C

Het Global Energy Assessment laat zien dat 75% hernieuwbare energie in 2050 haalbaar is. Zo helpt AI Nederland om die transitie écht uit te voeren.

AI energietransitieGlobal Energy Assessmenthernieuwbare energienetoptimalisatievraagvoorspellingpredictief onderhoud
Share:

Hoe we in 2050 75% hernieuwbare energie halen

In 2050 kan 75% van de wereldbevolking draaien op hernieuwbare energie. Niet als slogan, maar als serieuze uitkomst van het Global Energy Assessment (GEA) – een soort IPCC-rapport, maar dan volledig gericht op energie.

Voor Nederland, midden in een krappe energiemarkt, hoge elektriciteitsprijzen en een overvol net, is die boodschap relevanter dan ooit. De energietransitie is geen kwestie meer van ambitie, maar van uitvoering. En wie nu nog denkt dat het allemaal “technisch niet kan”, loopt achter de feiten aan.

Het interessante aan het GEA is niet alleen de conclusie dat 75% hernieuwbaar mogelijk is, maar hoe je daar komt: via energiebesparing, systeemtransformatie en slim gebruik van technologie zoals AI. Precies de thema’s waar deze serie AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie over gaat.

In dit artikel:

  • wat het Global Energy Assessment ons Ă©cht vertelt;
  • wat dat betekent voor Nederland en onze energie-infrastructuur;
  • hoe AI de ontbrekende schakel vormt tussen ambitie en uitvoering;
  • praktische stappen voor organisaties die nu willen versnellen.

Wat zegt het Global Energy Assessment nu eigenlijk?

De kernboodschap van het GEA is scherp: een energiesysteem dat grotendeels draait op hernieuwbare bronnen is haalbaar, betaalbaar en technisch uitvoerbaar – mits je het systeem als geheel verandert.

Niet één wondertechnologie, maar de combinatie van efficiëntie, hernieuwbaar en slimme sturing levert het resultaat.

Drie punten uit de GEA-lijn zijn cruciaal:

  1. Energiebesparing is de eerste “brandstof”
    Zonder forse efficiëntieslag groeit de vraag harder dan hernieuwbaar kan bijbenen. In scenario’s met serieuze besparingsmaatregelen zakt de mondiale energievraag in 2050 tot wel 30–40% lager dan in business-as-usual-scenario’s.

  2. Systeemtransformatie is onvermijdelijk
    Je kunt niet simpelweg kolen- of gascentrales één-op-één vervangen door windmolens en zonneparken. De structuur van het systeem verandert:

    • van centraal naar decentrale opwek;
    • van stabiele vraag naar fluctuerende vraag en aanbod;
    • van analoge naar digitaal aangestuurde infrastructuren.
  3. Elektrificatie is de ruggengraat
    Warmte, mobiliteit en een groot deel van de industrie schuiven richting elektriciteit (warmtepompen, elektrisch vervoer, elektrolyse, e-boilers). Daardoor stijgt de stroomvraag, terwijl de totale energievraag kan dalen door efficiëntie.

Voor Nederland betekent dit: we moeten niet alleen meer wind op zee en zonneparken bouwen, maar ook ons net slimmer maken. En daar komt AI vol in beeld.

Van 2050-scenario naar Nederlandse realiteit in 2025

Waar het GEA naar 2050 kijkt, zitten Nederlandse netbeheerders, gemeenten en bedrijven nu al klem door netcongestie en vergunningentrajecten. Ambitie is er genoeg, maar de infrastructuur piept en kraakt.

De spanning tussen GEA-scenario en Nederlandse praktijk zit op drie punten:

  • Tempo – de uitrol van hernieuwbare projecten gaat trager dan de piekvraag groeit;
  • Ruimte – Nederland is vol; elke vierkante meter moet iets doen: wonen, natuur, landbouw, energie;
  • Flexibiliteit – we hebben veel extra capaciteit gemaakt in productie, maar te weinig in opslag en sturing.

Toch ligt de richting volledig in lijn met het GEA:

  • Het Klimaatakkoord en Europese Fit for 55-doelen sturen sterk op COâ‚‚-reductie en hernieuwbaar.
  • De groei van wind op zee, zonne-energie op dak en batterijprojecten is fors.
  • Regionale EnergiestrategieĂ«n (RES) dwingen tot keuzes over waar en hoe we energie opwekken en gebruiken.

Het echte knelpunt is dus niet of we willen verduurzamen, maar hoe we het energiesysteem slim genoeg maken om die groei aan te kunnen. Precies dat is waar AI voor de Nederlandse energietransitie verschil maakt.

Waar AI het verschil maakt in de energietransitie

AI is geen doel op zich. Het is een manier om een steeds complexer energiesysteem voorspelbaar, bestuurbaar en efficiënt te houden.

1. Vraagvoorspelling: minder pieken, minder stilstand

Om 75% hernieuwbaar mogelijk te maken, moeten vraag en aanbod veel beter op elkaar aansluiten. We hebben te maken met:

  • snel wisselende zonne- en windproductie;
  • veranderend gedrag van consumenten (laadpalen, thuisbatterijen, warmtepompen);
  • dynamische prijzen en flexibiliteitsmarkten.

AI-gestuurde vraagvoorspelling kan op wijk-, bedrijfs- of netniveau met veel meer nauwkeurigheid inschatten:

  • hoeveel elektriciteit er over 15 minuten, 1 uur, 24 uur nodig is;
  • waar de pieken vallen;
  • welke flexibiliteit beschikbaar is (batterijen, elektrische boilers, EV’s, demand response).

Effecten in de praktijk:

  • netbeheerders kunnen congestie voorkomen in plaats van achteraf oplossen;
  • energiebedrijven optimaliseren inkoop en productie;
  • grootverbruikers stemmen hun processen automatisch af op goedkope, groene uren.

2. Netoptimalisatie: meer capaciteit uit dezelfde kabels

Het GEA benadrukt dat infrastructuur een bepalende factor is in elk transitiescenario. Nieuwe kabels en transformatoren kosten jaren. AI kan in de tussentijd meer “virtuele capaciteit” vrijspelen uit het bestaande net.

Voorbeelden van AI-toepassingen:

  • Dynamic line rating – realtime inschatten hoeveel stroom een kabel aankan op basis van temperatuur, wind en belasting in plaats van met conservatieve vaste marges te werken.
  • Slimme congestiemanagement-algoritmes – automatisch bepalen welke aansluitingen tijdelijk af- of opschalen, met eerlijke verdeling van beperkingen en compensatie.
  • Topologie-optimalisatie – AI adviseert de optimale schakeling in middenspanningsnetten om belasting beter te spreiden.

Resultaat:

Meer aansluitingen mogelijk, minder investeringsdruk, en sneller ruimte voor nieuwe zon- en windprojecten zonder jarenlang te wachten op netverzwaring.

3. Predictief onderhoud voor een betrouwbaarder systeem

In een energiesysteem dat grotendeels op hernieuwbare bronnen draait, wordt betrouwbaarheid van net en assets nĂłg belangrijker. Een defecte transformator of falende omvormer is niet alleen duur, maar kan direct leiden tot uitval of productieverlies.

Met predictive maintenance kan AI op basis van sensordata, historische storingen en weersomstandigheden voorspellen:

  • welke componenten verhoogd storingsrisico hebben;
  • wat het optimale moment is voor onderhoud;
  • hoe je reserveonderdelen en monteurs efficiĂ«nt plant.

Voor Nederlandse netten, die al zwaar belast zijn, verkleint dat de kans dat “een kleine storing” uitgroeit tot een domino-effect. Bovendien verlengt het de levensduur van assets – wat perfect past in de GEA-logica van efficiënter omgaan met middelen.

4. Integratie van hernieuwbare energie en flexibiliteit

Om 75% van de wereldbevolking te voeden met hernieuwbare energie, heb je niet alleen wind en zon nodig, maar een hele flexibiliteitslaag eromheen:

  • batterijen (groot Ă©n klein);
  • waterstofproductie (elektrolysers);
  • vraagsturing in industrie en gebouwde omgeving;
  • elektrische voertuigen als tijdelijke opslag.

AI kan deze bronnen aansturen alsof het één groot virtueel energiebedrijf is:

  • op basis van prijs-, weer- en netdata bepaalt AI wanneer opslag laadt of ontlaadt;
  • laadpleinen voor EV’s worden gestuurd op beschikbare capaciteit en groene uren;
  • industriĂ«le processen verschuiven automatisch naar uren met veel wind of zon.

Hiermee wordt de variabiliteit van hernieuwbaar geen probleem, maar een stuurvariabele.

Wat betekent dit concreet voor Nederlandse organisaties?

Voor bedrijven, overheden en energiepartijen in Nederland is de vraag niet meer: “Is AI nuttig?” maar: “Waar beginnen we?”

Stap 1 – Begin bij je energiedata

AI zonder data is gewoon dure wiskunde. De basis ligt in:

  • betrouwbare meetdata (productie, verbruik, netbelasting);
  • goede data-infrastructuur (dataplatform, API’s, beveiliging);
  • duidelijke eigenaarschap: wie mag wat gebruiken, en waarvoor?

Een praktisch startpunt:

  • verzamel minimaal 15-minuten data van je grootste verbruikers/producenten;
  • koppel dat aan weersinformatie en prijsdata;
  • zorg dat deze data centraal beschikbaar is voor analyse.

Stap 2 – Kies één scherp afgebakend AI-usecase

Grote transformaties mislukken vaak omdat alles tegelijk moet. Beter:

  1. Kies één businesscase met tastbaar effect, bijvoorbeeld:
    • voorspelling van piekbelasting op één locatie;
    • optimalisatie van laadinfrastructuur;
    • predictief onderhoud van kritieke assets.
  2. Bouw een eerste model en test dit in de praktijk.
  3. Meet het resultaat: minder congestie, lagere kosten, hogere beschikbaarheid.

Als dat werkt, schaal je uit naar meer locaties of assets.

Stap 3 – Verbind AI met je energietransitieplanning

AI hoort niet in een experimentenhoekje van IT. Het moet verbonden zijn met:

  • je duurzaamheidsstrategie (COâ‚‚-reductie, CSRD-rapportage);
  • je investeringsagenda (netverzwaring, opslag, eigen opwek);
  • je operationele processen (onderhoud, inkoop, productieplanning).

De organisaties die straks het meest profiteren van de GEA-route naar 2050, zijn de partijen die energietransitie en digitalisering als één beweging zien.

Hoe past dit in de serie “AI voor Nederlandse Energie”?

In deze serie kijken we steeds naar dezelfde vraag:

Hoe gebruik je AI om de Nederlandse energietransitie sneller, slimmer en betaalbaarder te maken?

Het Global Energy Assessment levert daarbij het lange-termijnkader:

  • 75% hernieuwbare energie wereldwijd is haalbaar;
  • energiebesparing en systeemtransformatie zijn doorslaggevend;
  • infrastructuur en sturing bepalen of we die doelen halen.

AI is dan niet de hoofdrolspeler, maar wel de regisseur die alle onderdelen – netten, opslag, vraag, productie – op elkaar afstemt.

Voor jou als energieprofessional, beleidsmaker of ondernemer betekent dit:

  • kijk bij elke nieuwe investering (laadplein, warmtepompen, PV, batterij) direct naar de data- en AI-kant;
  • betrek IT, netbeheerders en energie-experts in één gesprek in plaats van na elkaar;
  • durf te sturen op voorspellende informatie in plaats van alleen historische cijfers.

De grote vraag voor de komende jaren is niet Ăłf we naar een systeem met grotendeels hernieuwbare energie gaan; die richting ligt vast. De vraag is:

Wie bouwt in Nederland de slimme infrastructuur en diensten die dat systeem laten werken?

Als je daar een rol in wilt spelen, begint dat bij één concrete stap: kies vandaag nog een plek waar AI jouw energievraag, -aanbod of -infrastructuur slimmer kan maken, en ga daarmee aan de slag.