Hoe VBI de bouwketen verbindt en CO₂ écht verlaagt

AI voor Nederlandse Bedrijven: ImplementatiegidsBy 3L3C

Lichter, industrieel en circulair bouwen is geen toekomstmuziek meer. Zo verbindt VBI de bouwketen, halveert CO₂ in appartementenbouw en versnelt projecten.

industrieel bouwenconceptuele appartementenbouwcirculair bouwenbouwketen samenwerkingCO2-reductie vastgoedprefab vloersystemen
Share:

Hoe VBI de bouwketen verbindt en CO₂ écht verlaagt

De Nederlandse bouw gebruikt jaarlijks miljoenen kubieke meters beton en staal. Tegelijkertijd moet de sector vóór 2030 fors minder CO₂ uitstoten, honderdduizenden woningen toevoegen en werken met een steeds schaarser wordende groep vakmensen. De rek is er uit bij de traditionele, massieve bouw.

Hier zit de crux: zwaarder bouwen is niet meer uit te leggen, noch financieel, noch qua klimaat. Bedrijven die dit wél serieus aanpakken, doen dat niet met nóg een brochure over duurzaamheid, maar door de hele keten anders in te richten. VBI is daarvan een goed voorbeeld.

In deze blog kijk ik naar hoe VBI – bekend van kanaalplaatvloeren – is veranderd in een ketenregisseur die industrialisatie, circulariteit en klantgerichtheid combineert. Maar vooral: wat jij als ontwikkelaar, belegger, corporatie of aannemer daar concreet aan hebt als je met appartementenbouw of conceptueel bouwen bezig bent.

Van vloerproducent naar ketenregisseur

De kortste omschrijving van VBI anno 2025: van productleverancier naar kennispartner in de keten.

Waar het bedrijf vroeger vooral “de vloer” leverde, ligt de focus nu op drie samenhangende pijlers:

  • lange levensduur van draagconstructies
  • inzet van duurzame materialen
  • innovatie met kennispartners in de bouwketen

Dat klinkt strategisch, maar het effect is heel concreet:

  • Kanaalplaatvloeren uit de GroenPlus-lijn zorgen direct voor een forse CO₂-reductie ten opzichte van traditionele massieve vloeren.
  • De A200L, een lichte vloer voor woningbouw, verlaagt de totale footprint nog verder en sluit goed aan bij conceptuele appartementensystemen.
  • In GroenLab ontwikkelt VBI samen met partijen als ASCEM en TNO vloeren met het alternatieve bindmiddel INVIE, waarmee tot 90% minder CO₂ mogelijk is ten opzichte van massieve vloeren.

De rode draad: niet wachten tot regelgeving dwingt, maar de norm van 2030 vandaag al in projecten testen en schaalbaar maken.

Lichter bouwen: minder materiaal, minder CO₂, kortere bouwtijd

Wie naar de huidige Nederlandse woningbouw kijkt, ziet een opvallende paradox. Meer dan de helft van de productie bestaat uit appartementen, maar:

Het overgrote deel van de appartementen wordt nog steeds massief gebouwd – mét extreem materiaalverbruik en lange bouwtijden.

VBI kiest daar radicaal een andere route.

Conceptuele appartementenbouw op basis van holle systemen

Door te ontwerpen met holle vloersystemen in plaats van massieve vloeren, ontstaan drie grote voordelen:

  1. Minder materiaal

    • gemiddeld 40% minder beton
    • gemiddeld 50% minder wapening
  2. Lagere CO₂-uitstoot

    • tot 50% minder CO₂ over de draagconstructie
  3. Snellere realisatie

    • 30% kortere bouwtijd, doordat prefab elementen sneller te plaatsen zijn en de bouwlogistiek eenvoudiger wordt

Voor ontwikkelaars en beleggers betekent dit: lagere totale bouwkosten over de levensduur, betere MPG-scores en een snellere doorlooptijd van plan tot verhuur of verkoop.

U-bouw en remontabel ontwerpen

Een stap verder gaat VBI in zogeheten U-bouw:

  • druklaagloos ontwerpen: minder beton, minder gewicht
  • volledig remontabel: vloerelementen zijn na de gebruiksduur van het gebouw uitneembaar en opnieuw inzetbaar

Dat heeft twee lange-termijnvoordelen die in de vastgoedsector nog vaak onderschat worden:

  • je CO₂-footprint daalt verder, omdat je in feite ‘CO₂ in opslag’ houdt voor hergebruik
  • je vergroot de residuele waarde van de draagconstructie: materiaal is geen afval meer, maar toekomstig voorraad

Voor partijen die sturen op Paris Proof, Taxonomie en CSRD-rapportages is dit interessant: je kunt onderbouwd laten zien dat een gebouw ontworpen is op hergebruik en materiaalreductie, niet alleen op eenmalige materiaalkeuze.

Samenwerken als versneller: horizontaal én verticaal

De belangrijkste les uit de aanpak van VBI is misschien niet technisch, maar organisatorisch: echte innovatie in de bouwketen ontstaat niet in isolatie.

VBI trekt daarom bewust breder op dan alleen met afnemers:

  • horizontale samenwerking met producenten en kennisinstellingen (bijvoorbeeld rond alternatieve bindmiddelen en circulariteit)
  • verticale samenwerking met opdrachtgevers, ontwikkelaars, corporaties, aannemers en ontwerpende partijen

Niet voor niets organiseert VBI eigen KetenKracht-events, waar bouwpartners:

  • praktijkcases delen over industrialisatie en circulariteit
  • discussiëren over normering en standaardisatie
  • concrete verbeteracties formuleren voor hun eigen projecten

Hier zit een belangrijk inzicht voor iedereen in vastgoed en bouw:

Wie industrialisatie en CO₂-reductie alleen intern probeert op te lossen, loopt vast. De winst zit juist in gedeelde standaarden en herhaalbare concepten tussen partijen.

Wat kun je hier praktisch mee als opdrachtgever of ontwikkelaar?

Een paar direct toepasbare stappen:

  1. Schrijf industrialisatie expliciet uit in je uitvraag
    Vraag niet alleen naar prijs en planning, maar ook naar:

    • prefab- en remontabele oplossingen
    • bewezen CO₂-besparing op vloeren en draagconstructies
    • herbruikbaarheid van elementen na de levensduur
  2. Vraag om concepten in plaats van ‘whitepaper-engineering’
    Stimuleer bouwers en ketenpartners om met bestaande, geteste concepten te komen, in plaats van ieder project opnieuw tot op de bout uit te engineeren.

  3. Betrek leveranciers vroeg in het ontwerpproces
    In de VO/DO-fase zijn de grootste CO₂- en kosteneffecten te boeken. Nodig partijen zoals VBI, gevelproducenten en installateurs aan dezelfde tafel uit – fysiek of digitaal in BIM.

Cultuuromslag: van procesgericht naar klantgericht én data-gedreven

Een punt dat vaak onderbelicht blijft: industrialisatie vraagt niet alleen andere producten, maar ook een andere interne cultuur. VBI laat zien hoe zo’n omslag eruitziet.

Neugebauer beschrijft de oude situatie als een strak procesgerichte producent. Nodig voor just-in-time levering, maar ook star. Dankzij automatisering is er nu:

  • meer flexibiliteit in productie
  • meer ruimte voor maatwerk binnen standaardconcepten

Met BIM worden ontwerp, productie en uitvoering aan elkaar geknoopt. Daarmee ontstaan een paar voordelen die direct relevant zijn voor vastgoedpartijen:

  • minder faalkosten en clashes op de bouwplaats
  • betere voorspelbaarheid van planning
  • eenvoudiger combineren van data voor LCA’s en CO₂-rapportages

Iedereen heeft klantcontact

Een interessante keuze van VBI is om klantgerichtheid niet te beperken tot Verkoop:

  • medewerkers van verschillende afdelingen nodigen klanten uit bij teamoverleggen
  • projectervaringen worden structureel teruggekoppeld naar ontwerp en productie

Dat klinkt soft, maar is het niet. Het leidt tot:

  • sneller signaleren van knelpunten in montage en logistiek
  • betere aansluiting van nieuwe producten op de realiteit van de bouwplaats
  • meer vertrouwen en herhaalopdrachten vanuit vaste partners

Voor iedere organisatie in de bouwketen geldt: wie industrialisatie serieus neemt, moet ook de feedbackloop met de klant industrialiseren. Niet ad hoc, maar als vast onderdeel van het proces.

2030: industrieel, conceptueel en circulair als norm

Als je de koers van VBI doortrekt, ontstaat een helder beeld van waar de Nederlandse bouw in 2030 kan staan.

Neugebauer schetst het zo: industrieel en remontabel bouwen met duurzame materialen is dan niet bijzonder meer, maar normaal. Wat betekent dat concreet voor de sector?

  • Appartementenbouw is grotendeels conceptueel georganiseerd: herhaalbare plattegronden, modulaire draagconstructies, gestandaardiseerde detaillering.
  • Draagconstructies zijn lichter, hol en remontabel, met hoge mate van prefab.
  • Materialen zijn gedocumenteerd in materiaalpaspoorten, waardoor hergebruik en tweede leven van vloeren realistisch wordt.
  • Ketensamenwerking is geen pilot, maar een standaard contractvorm met gedeelde prestaties op CO₂, kosten en planning.

De boodschap van VBI aan de sector is vrij scherp:

De bouw heeft een gezamenlijke missie: de klimaatimpact drastisch verlagen. De technieken en systemen om dat te doen zijn er al; het verschil zit nu vooral in samenwerking en durf.

Wie wacht tot alles verplicht is via wetgeving, loopt simpelweg achter de feiten aan – en verliest de aansluiting bij opdrachtgevers die al sturen op Paris Proof en CSRD.

Praktische acties voor 2026-projecten

Voor iedereen die nu plannen maakt voor projecten met oplevering rond 2026–2028, zijn er een paar concrete stappen om de lijn van VBI te benutten:

  1. Maak ‘lichter bouwen’ een harde eis
    Formuleer in programma’s van eisen duidelijke doelen:

    • minimaal X% materiaalreductie ten opzichte van referentiemassiefbouw
    • aantoonbare CO₂-reductie met gevalideerde LCA’s
  2. Kies voor prefab en concepten bij appartementenbouw
    Zeker bij seriematige woningbouw kun je veel winnen met prefab holle vloersystemen en conceptuele draagstructuren.

  3. Organiseer één integraal ontwerpoverleg in de startfase
    Zet ontwikkelaar, constructeur, architect, prefab-leveranciers en aannemer rond één digitale tafel (bij voorkeur in BIM) om materiaalreductie en remontabel ontwerpen centraal te zetten.

  4. Leg ketensamenwerking vast in de contracten
    Neem afspraken op over:

    • gedeelde CO₂-doelstellingen
    • datadeling (BIM, LCA, materiaalpaspoort)
    • gezamenlijke optimalisatierondes vóór start bouw
  5. Gebruik projecten als leerfabriek
    Plan na oplevering een evaluatie met de hele keten. Wat werkte goed in prefab en logistiek, wat niet? Gebruik dat als input voor het volgende conceptproject, niet als losse lessons learned.

Wie deze stappen zet, merkt vrij snel dat industrialisatie niet ten koste gaat van kwaliteit of architectuur, maar vooral van verspilling.

Waarom dit relevant is voor AI en PropTech in vastgoed

Voor een campagne rond AI in Nederlandse vastgoed en PropTech is de aanpak van VBI een interessante bouwsteen.

  • Industrialiteit en prefab leveren gestandaardiseerde data op over elementen, hoeveelheden en prestaties.
  • Met BIM en digitale productdata ontstaat een rijke basis waarmee AI-modellen scenario’s kunnen doorrekenen op CO₂, kosten en planning.
  • Remontabele, modulaire systemen maken het mogelijk om met AI circulaire terugname- en hergebruikscenario’s te plannen.

Kort gezegd: hoe meer de bouw overstapt op lichte, gedigitaliseerde en conceptuele oplossingen, hoe krachtiger PropTech- en AI-oplossingen worden. Data wordt voorspelbaar, vergelijkbaar en herbruikbaar – precies wat algoritmes nodig hebben.

Slot: de standaard van morgen is vandaag al beschikbaar

De casus VBI laat zien dat industrieel, duurzaam en circulair bouwen in de Nederlandse appartementenbouw nu al praktijk is, niet alleen theorie. Holle vloersystemen, lichte conceptvloeren, alternatieve bindmiddelen en remontabel ontwerpen leveren aantoonbaar minder CO₂, kortere bouwtijden en een betere businesscase op.

Wie vastgoed ontwikkelt of aanstuurt, hoeft dus niet te wachten op de perfecte regeling of de volgende subsidieregeling. De vraag is vooral: met welke ketenpartners ga jij je standaard van morgen ontwerpen – en durf je materiaalobesitas en massieve reflexen echt los te laten?