Waarom risicoverevening passende zorg nú afremt

AI voor Nederlandse Bedrijven: ImplementatiegidsBy 3L3C

Risicoverevening remt passende zorg, laat Bernhoven zien. Waarom loont investeren zo weinig voor verzekeraars – en wat kun je nú wél slim doen met data en AI?

risicovereveningpassende zorgzorgverzekeraarszorgtransformatiegezondheidseconomieAI in de zorg
Share:

Waarom risicoverevening passende zorg nú afremt

Wie in de regio van Bernhoven verzekerd was, kostte het zorgstelsel in 2019 gemiddeld 21 euro per persoon per jaar minder dan elders in Nederland. Toch voelden de betrokken zorgverzekeraars dat nauwelijks als een succes. Sterker nog: financieel kwamen ze er bekaaid vanaf. De reden: het systeem van risicoverevening.

Dit schuurt frontaal met wat we in Nederland willen: minder onnodige zorg, meer passende zorg, en een houdbaar stelsel. Zeker nu in december 2025 de formatie, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en nieuwe transformatieplannen weer volop op tafel liggen, is de vraag urgent: werkt risicoverevening ons streven naar passende zorg tegen?

In deze blog leg ik uit wat er misgaat, wat we kunnen leren van Bernhoven en vooral: welke knoppen je als beleidsmaker, zorgverzekeraar of zorgbestuurder wél kunt draaien. Inclusief concrete handvatten – van datagedreven contractering tot slimme inzet van AI.

Wat is het probleem? Passende zorg loont te weinig voor verzekeraars

De kern: investeren in passende zorg is financieel onaantrekkelijk voor zorgverzekeraars, juist door de huidige risicoverevening.

Risicoverevening is bedoeld om solidariteit te borgen. Verzekeraars die relatief veel zieke of dure verzekerden hebben, krijgen extra geld uit een landelijke pot. Daarmee voorkom je dat verzekeraars alleen ‘goedkope’ klanten willen. Tot zover prima.

Maar in de praktijk gebeurt er iets ongemakkelijks:

  • als een verzekeraar in een regio substantieel zorggebruik weet te verlagen door passende zorg,
  • daalt niet alleen de schadelast,
  • maar óók de compensatie uit de risicoverevening.

Onderzoeker Ismail Ismail (VU/Talma-instituut) laat dat feilloos zien aan de hand van Operatie Droom in Bernhoven.

"Wil je nu iets doen wat straks 100 euro zorgkosten kan besparen, dan kun je daar als verzekeraar in de praktijk nooit veel meer dan 24 euro in steken zonder je eigen positie te schaden."

– parafrase van gezondheidseconoom Xander Koolman

De boodschap is hard: het systeem beloont passende zorg op macroniveau, maar straft de individuele verzekeraar die er als eerste vol op inzet.

De casus Bernhoven: 20 miljoen besparen, 16 miljoen minder verevening

De casus Bernhoven is bijna een leerboekvoorbeeld van passende zorg in actie – én van hoe risicoverevening de prikkels kan uithollen.

Wat deed Bernhoven precies?

In de periode 2014–2019 startte Bernhoven samen met CZ en VGZ een radicale koerswijziging:

  • minder productie, meer zinnige en zuinige zorg;
  • kritischer op verwijzingen en ingrepen die weinig toevoegen;
  • betere samenwerking in de regio met huisartsen en het sociaal domein.

De uitkomsten volgens het onderzoek van Ismail:

  • 4–5% lagere zorguitgaven in het verzorgingsgebied dan in de rest van Nederland (2019);
  • circa 10% minder ziekenhuisbehandelingen in de regio dan landelijk gemiddeld;
  • omgerekend 21 euro minder zorguitgaven per persoon per jaar over vijf jaar, in een regio met iets meer dan 200.000 inwoners;
  • totaal dus ruim 20 miljoen euro minder zorgkosten.

Kortom: dit is precies wat we met passende zorg beogen. Minder overbodige zorg, betere inzet van schaarse capaciteit, lagere kosten.

Waar gaat het mis in de risicoverevening?

Ismail laat zien dat de risicoverevening vervolgens een flink deel van dit effect weer wegpoetst.

  • Van die 21 euro besparing per persoon per jaar:
    • wordt 16 euro minder aan vereveningsgeld uitgekeerd aan de betrokken zorgverzekeraars.

Met andere woorden:

  • slechts ongeveer 5 euro per persoon per jaar aan ‘winst’ blijft bij de verzekeraars over;
  • de andere 16 euro verdampt in de vereveningssystematiek.

Voor CZ en VGZ betekende dat concreet:

  • ze gingen langjarig mee in een risicovol meerjarencontract met lagere productie;
  • ze namen reputatierisico (krimp van een regionaal ziekenhuis ligt maatschappelijk gevoelig);
  • maar kregen er financieel nauwelijks concurrentievoordeel voor terug.

Niet verrassend dus dat ze na de eerste meerjarige periode geen nieuw langjarig contract wilden afsluiten onder dezelfde voorwaarden. De rek was er zakelijk gezien uit.

Dit is precies het soort mechanisme dat nu – eind 2025 – ook boven de IZA-transformatieplannen hangt. Veel regio’s willen ‘een soort Bernhoven’ doen, maar lopen tegen dezelfde vraag aan: wie betaalt de rekening van de transitie, en wie profiteert er straks?

Hoe risicoverevening de prikkels voor passende zorg verzwakt

De basislogica is eenvoudig: risicoverevening verdeelt een enorme pot zorggeld (meer dan een kwart van de totale zorgkosten, grofweg 30 miljard euro) tussen verzekeraars. Hoe die verdeling uitpakt, beïnvloedt direct hun concurrentiepositie.

Als investeren in passende zorg ertoe leidt dat een verzekeraar:

  1. minder zorgkosten maakt, maar
  2. óók minder vereveningsgeld krijgt,

dan blijven er drie harde effecten over:

  • Verzwakte businesscase: de netto besparing is veel kleiner dan de gerealiseerde systeemwinst.
  • Strategisch nadeel: concurrenten die niet of minder inzetten op passende zorg, kunnen relatief meer vereveningsgeld ontvangen.
  • Kortetermijnfocus: directies en RvC’s zullen huiverig zijn voor investeringen met een onzekere doorlooptijd van 5–10 jaar.

Je ziet dat terug in de praktijk:

  • Verzekeraars wíllen wel ‘koploper passende zorg’ zijn, maar alleen beperkt en vaak met nadruk op projecten die ook reputatievoordeel opleveren.
  • Veel IZA-plannen stranden of worden uitgekleed zodra de financiële doorrekening op tafel ligt.

Dat is geen onwil of boze opzet. Het is simpelweg het gevolg van prikkels die niet goed in lijn liggen met het publieke doel.

Wat kun je wél doen? Drie handelingsperspectieven

De realiteit is weerbarstig, maar niet hopeloos. Ik zie drie concrete handelingsperspectieven voor partijen die nú met passende zorg aan de slag zijn.

1. Maak de vereveningsimpact expliciet in elk transformatieplan

Veel regio’s maken prachtige inhoudelijke plannen, maar de vereveningsimpact blijft een black box. Dat is gevaarlijk.

Zorg dat in elk transformatieplan minimaal staat:

  • wat het verwachte effect op zorggebruik is (per zorgvorm, per regio);
  • welke verschuivingen in risicoprofiel van de populatie mogelijk zijn;
  • een eerste inschatting van de impact op risicoverevening per betrokken verzekeraar.

Dat hoeft niet tot achter de komma perfect te zijn, maar wél:

  • duidelijk genoeg voor RvB/RvC om de keuze als bewuste strategische stap te zetten;
  • transparant genoeg om onderling afspraken te maken over risico- en batenverdeling.

Hier ligt ook een rol voor het Zorginstituut en VWS: zorg dat regio’s toegang krijgen tot simulatiemodellen waarmee ze de financiële effecten van transformatie, inclusief verevening, vroegtijdig kunnen doorrekenen.

2. Werk met gedeelde risico’s en opbrengsten

Als één verzekeraar zich in een regio veel actiever opstelt dan de rest, wordt die partij vaak onevenredig geraakt door de verevening. Dat kun je mitigeren.

Mogelijke oplossingen:

  • Gezamenlijke regiocontracten: verzekeraars spreken af om gezamenlijk te investeren in een transformatiepad en de besparingen (en tegenvallers) naar rato te delen.
  • Meerjarige transformatiebudgetten: inkoopafspraken waarin tijdelijk extra middelen worden vrijgemaakt om omzetdaling bij aanbieders op te vangen (transitioneel bekostigen), gefinancierd door meerdere verzekeraars samen.
  • Resultaatgerichte afspraken over uitkomsten in plaats van volume (bijvoorbeeld minder opnames bij hartfalen, minder SEH-bezoeken) met een heldere verdeling van de financiële voordelen.

Dit vraagt volwassen samenwerking, maar zonder zulke afspraken blijft passende zorg te vaak hangen in kleine pilots in plaats van structurele verandering.

3. Gebruik data en AI om ‘passende zorg’ concreet en meetbaar te maken

Passende zorg is een prachtig begrip, maar blijft in de praktijk snel abstract. Daar kun je met data en AI veel aan doen.

Voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders liggen er drie praktische sporen:

  1. Populatieanalyse
    Gebruik voorspellende modellen om:

    • hoogrisico-patiënten te identificeren (bijvoorbeeld COPD, hartfalen, kwetsbare ouderen);
    • te zien welke interventies (thuisbegeleiding, telemonitoring, vroegsignalering in de wijk) het meeste effect hebben op opnames en SEH-bezoeken.
  2. Regionale zorgpaden optimaliseren
    Combineer declaratiegegevens, EPD-data en huisartseninformatie om:

    • overbodige schakels in het zorgpad te herkennen;
    • te zien waar substitutie naar de eerste lijn of het sociaal domein echt haalbaar is;
    • scenario’s door te rekenen: wat gebeurt er met kosten, kwaliteit én verevening als we 10% van de polibezoeken naar digitaal verplaatsen?
  3. Transparante monitoring
    Bouw samen dashboards die niet alleen laten zien:

    • hoeveel zorgvolume is afgenomen,
    • maar óók wat er gebeurt met gezondheidsuitkomsten, patiëntervaringen en financiële stromen.

Hoe concreter de onderbouwing, hoe makkelijker het wordt om:

  • intern commitment te krijgen bij directies en raden van toezicht;
  • met VWS en het Zorginstituut afspraken te maken over tijdelijke aanpassingen of uitzonderingen in de risicoverevening voor specifieke transformatieprojecten.

Wat betekent dit voor AI in de Nederlandse zorg?

Voor onze campagne “AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de Gezondheidszorg” raakt dit de kern. AI kan veel meer zijn dan een technisch speeltje in het EPD; het kan juist helpen om beleidskeuzes rond passende zorg en risicoverevening beter te onderbouwen.

Een paar concrete voorbeelden:

  • Scenario-modellen die voorspellen wat de impact is van minder ziekenhuisopnames op zowel zorgkosten als risicoverevening per verzekeraar.
  • Simulaties op regiopopulatieniveau die laten zien welke combinatie van interventies (thuiszorg, GGZ in de wijk, digitale monitoring) de grootste gezondheidswinst oplevert bij een gegeven budget.
  • Beslisondersteuning voor zorginkoop waarin contractmanagers niet alleen het volume en tarief zien, maar ook de verwachte invloed op vereveningsstromen en concurrentiepositie.

De echte kunst is om AI in te zetten daar waar nu de weerstand zit: bij lange termijn investeringen met onzekere uitkomsten. Hoe beter je die onzekerheid kunt kwantificeren, hoe groter de kans dat directies kiezen vóór passende zorg, ondanks een niet-perfecte risicoverevening.

Waar gaat het heen? Systeem aanpassen én ondertussen doorpakken

Het Zorginstituut geeft zelf aan dat risicoverevening in sommige gevallen wél positieve financiële prikkels voor passende zorg oplevert. Het probleem is dus niet zwart-wit. Juist daarom is meer nuance en meer data nodig:

  • in welke situaties stimuleert verevening passende zorg?
  • in welke situaties remt het, zoals bij Bernhoven?
  • welke aanpassingen zijn mogelijk zonder het fundament van solidariteit te ondermijnen?

Tot die tijd hebben we een dubbele opdracht:

  1. Aan de systeemkant
    Blijf als sector druk zetten op:

    • verfijning van het risicovereveningsmodel;
    • ruimte voor experimenten waarin tijdelijke aanpassingen mogelijk zijn;
    • betere transparantie over hoe verevening voor specifieke transformatieplannen uitpakt.
  2. Aan de praktijkkant
    Ga niet ‘op de grond liggen met de pootjes omhoog’, maar:

    • maak de financiële en vereveningsimpact structureel onderdeel van elk transformatievoorstel;
    • werk met gedeelde risico’s en opbrengsten tussen verzekeraars en aanbieders;
    • zet data en AI slim in om passende zorg meetbaar, voorspelbaar en verdedigbaar te maken.

Wie nu wacht tot het systeem perfect is, loopt straks achter de feiten aan. De zorgvraag groeit, personeel is schaars, en de financiële ruimte wordt niet ineens groter. Passende zorg is geen luxe, maar de enige manier om het stelsel overeind te houden.

De vraag is dus niet óf we risicoverevening moeten aanpassen, maar hoe snel we dat durven te doen – én wie intussen het lef heeft om met slimme data en eerlijke afspraken tóch door te pakken.