Grote verschillen in IZA-transformatiegeld per regio. Wat doen succesvolle regio’s anders en welke rol speelt AI in de Nederlandse zorgtransformatie?
Regio-indeling van IZA-transformatieplannen: wat er écht speelt
Zorgverzekeraars hebben inmiddels honderden IZA-transformatieplannen beoordeeld. Tientallen miljarden aan toekomstige zorguitgaven worden erdoor beïnvloed. Maar wie naar de regio-indeling kijkt, ziet iets opmerkelijks: sommige regio’s halen veel geld binnen, andere blijven opvallend achter. En de verschillen tussen zorgverzekeraars zijn groot.
Dat raakt bestuurders, huisartsen, ziekenhuizen, VVT-organisaties, ggz-aanbieders én gemeenten direct. Want waar transformatiegeld naartoe gaat, daar ontstaat ruimte voor nieuwe zorgmodellen, digitale zorg en regionale samenwerking. En waar het níet naartoe gaat, stapelen druk, wachtlijsten en acute-problematiek zich op.
In deze blog fileer ik de regioverdeling van de IZA-transformatieplannen, link ik dat aan AI en digitale zorg, en laat ik zien wat je als bestuurder of zorgprofessional nu concreet kunt doen om niet langs de zijlijn te blijven staan.
1. Wat laten de transformatieplannen per regio zien?
De regio-indeling van de IZA-transformatieplannen laat zien welke regio’s erin slagen om gezamenlijke, overtuigende voorstellen te maken – en welke niet. Dat is minder een verhaal over “strenge” of “soepele” verzekeraars dan over volwassenheid van regionale samenwerking.
Grote verschillen tussen zorgverzekeraars
Uit de berichtgeving blijkt onder meer:
- Menzis heeft relatief weinig transformatieplannen goedgekeurd, en dan ook nog voor kleinere bedragen.
- Zilveren Kruis heeft verreweg de meeste plannen goedgekeurd.
- VGZ valt op met maar liefst vijf plannen boven de 50 miljoen euro.
Dit zorgt voor een ongelijke kaart: regio’s waar Zilveren Kruis of VGZ dominant is, hebben vaak meer en grotere plannen. Regio’s met bijvoorbeeld Menzis als hoofdaannemer komen trager op stoom.
De realiteit: transformatiegeld volgt structuur en strategie. Regio’s waar al jaren netwerkvorming is (ROAZ, RSO’s, eerstelijnscoalities) lopen voor. Waar de basis nog wankel is, blijven grote plannen uit.
Waarom die regio-indeling ertoe doet
De impact is concreet:
- Capaciteit en personeelsdruk – regio’s met stevige transformatieprojecten kunnen eerder inzetten op taakherschikking, digitale triage en substitutie naar de eerste lijn.
- Toegankelijkheid van zorg – zonder investeringsruimte blijft de oude werkwijze dominant en lopen wachttijden eerder op.
- Gezondheidsverschillen – regio’s met meer middelen kunnen populatiegericht werken en preventie versterken; andere blijven hangen in ‘brandjes blussen’.
Ik vind dat bestuurders die nu nog afwachtend zijn, expliciet tegen zichzelf moeten zeggen: wachten kost mijn regio straks structurele capaciteit.
2. Waarom sommige regio’s veel geld krijgen – en andere niet
De kernvraag is: wat doen “succesvolle” regio’s anders? Als je de patronen naast elkaar legt, zie je steeds dezelfde factoren terugkomen.
Factor 1: Een duidelijke regionale regie
Regio’s die veel middelen krijgen, hebben meestal:
- Een herkenbare regietafel (bijvoorbeeld rondom het ROAZ of IZA-regioplatform)
- Bestuurders die mandaat hebben om namens hun organisatie te besluiten
- Een gezamenlijke lange termijn visie op populatie, capaciteit en digitalisering
Daarmee kunnen ze plannen indienen die niet voelen als ‘projectje van één organisatie’, maar als regionale koerswijziging.
Factor 2: Hard bewijs in plaats van mooie verhalen
Zorgverzekeraars zijn niet onder de indruk van losse ambities. Wat wél werkt:
- Heldere doelindicatoren: minder SEH-bezoeken, minder ligdagen, meer digitale contacten.
- Een onderbouwde businesscase met doorrekening op 3–5 jaar.
- Aantoonbare haalbaarheid: pilots, eerdere regionale projecten, bestaande ict-infrastructuur.
Daar zitten direct kansen voor AI in de zorg. Regio’s die bijvoorbeeld al ervaring hebben met:
- digitale triage in de huisartsenpost,
- AI-ondersteunde beeldvorming in het ziekenhuis,
- voorspellende modellen voor valrisico in de VVT,
kunnen die resultaten gebruiken om stevige transformatieplannen in te dienen.
Factor 3: Echte samenwerking met eerste lijn en sociaal domein
De grootste druk zit in 2025 in de eerstelijnszorg en ouderenzorg. Regio’s die hun transformatieplannen echt integraal hebben opgezet, betrekken:
- huisartsencoöperaties en HOED’s,
- wijkverpleging en VVT-organisaties,
- gemeenten en wijkteams,
- soms ook welzijn, wonen en paramedici.
Daarmee sluiten ze veel beter aan bij de IZA-logica van juiste zorg op de juiste plek. Verzekeraars zien dan een plan dat niet alleen geld schuift tussen ziekenhuizen, maar tastbaar iets verandert voor de hele keten.
3. De rol van digitale zorg en AI in regionale transformatie
Wie naar de goedgekeurde IZA-plannen kijkt, ziet een terugkerend patroon: digitalisering en AI zijn geen losse thema’s meer, maar randvoorwaarde. Zonder slimme inzet van technologie krijg je de benodigde productiviteitswinst simpelweg niet rond.
Waar wordt AI nu al in plannen verwerkt?
In de praktijk zie ik drie terreinen waar AI en digitale zorg vaak als transformatiedrager fungeren:
-
Acute en spoedzorg
- AI-ondersteunde triage in callcenters en huisartsenposten.
- Voorspellende modellen voor SEH-druk, beddencapaciteit en doorstroom.
-
Beeldvorming en diagnostiek
- AI-algoritmes die röntgen- of CT-beelden voorselecteren, zodat radiologen zich richten op complexe casuïstiek.
- Beslisregels die huisartsen ondersteunen bij verwijzen of juist niet verwijzen.
-
Ouderenzorg en chronische zorg
- Thuismonitoring met AI die afwijkingen vroegtijdig signaleert.
- Risicostratificatie: welke patiënten hebben de grootste kans op ontregeling of crisis?
Regio’s die deze toepassingen concreet en schaalbaar in hun plannen opnemen, kunnen geloofwaardiger aantonen dat 10–20% van de fysieke contacten echt kan verschuiven naar digitaal of ‘thuis’.
Valkuil: AI als gadget in plaats van structurele oplossing
Veel organisaties maken dezelfde fout: een mooi AI-pilotje, maar geen verankering in het zorgproces. Verzekeraars prikken daar doorheen.
Wat wél werkt in een transformatieplan:
- AI niet presenteren als ‘tool’, maar als onderdeel van een nieuwe werkwijze.
- Heldere afspraken over werkinstructies, scholing en governance (wie is verantwoordelijk als het algoritme “adviseert”?)
- Koppeling met het Epd/HIS en regionale ict-infrastructuur, zodat data-uitwisseling geborgd is.
Mijn stelling: een regio die AI alleen als innovatieproject benadert, verliest het van een regio die AI koppelt aan harde capaciteits- en kwaliteitsdoelen.
4. Hoe je als regio je positie richting verzekeraars versterkt
Als jouw regio nu weinig of vooral kleine plannen gehonoreerd ziet, is dat geen eindstation. Maar blijven doen wat je deed, levert ook in 2026 dezelfde uitkomst op.
Hieronder een praktisch stappenplan dat ik vaak zie werken.
Stap 1: Maak de regionale werkelijkheid ongepolijst inzichtelijk
Begin met een eerlijke foto van je regio:
- Demografie, vergrijzing, multimorbiditeit
- Beschikbare capaciteit in eerste lijn, ziekenhuis, VVT, ggz
- Bestaande wachttijden, SEH-druk, verwijspatronen
- Digitale volwassenheid en huidige AI-initiatieven
Gebruik zowel harde data als kwalitatieve input van professionals. Verzekeraars reageren beter op een nuchtere analyse dan op “wij hebben het ook zwaar”-verhalen.
Stap 2: Kies maximaal drie speerpunten
Veel transformatieplannen stranden omdat ze alles willen. Beter is:
- Acute keten & SEH-ontlasting
- Ouderenzorg en langer thuis
- Eerstelijnszorg & digitale toegang
Per speerpunt beschrijf je:
- welk probleem je oplost (met cijfers),
- welke doelgroepen je raakt,
- welke rol digitale zorg en AI spelen,
- wat de verwachte impact is in 3–5 jaar.
Stap 3: Betrek verzekeraars vroeg, niet pas bij de handtekening
De fout die veel regio’s maken: eerst maandenlang intern ‘puzzelen’ en pas op het eind het plan naar de hoofdaannemer sturen. Beter is om:
- al in de conceptfase met verzekeraars te sparren over richting, onderbouwing en randvoorwaarden;
- te vragen welke indicatoren voor hen doorslaggevend zijn;
- periodiek tussentijds af te stemmen in plaats van eenmalig een dik document te sturen.
De ervaring leert: waar verzekeraars zich mede-eigenaar voelen, worden plannen sneller én hoger gehonoreerd.
Stap 4: Organiseer slimme datainfrastructuur
Geen serieuze IZA-transformatie zonder goede data. Voor AI geldt dat nog sterker. Concreet betekent dat:
- Regionale afspraken over datadeling en privacy (inclusief medisch-ethische kaders).
- Investeringen in koppelingen tussen Epd, HIS, KIS, VVT-systemen en sociaal domein.
- Heldere governance rond data-eigenaarschap en hergebruik.
Regio’s die dit geregeld hebben, kunnen AI-toepassingen veel sneller uitrollen en onderbouwen. Dat zie je terug in de bereidheid van verzekeraars om grote meerjarige plannen te financieren.
5. AI voor Nederlandse zorg: van plan naar praktijk
De campagne AI voor Nederlandse Zorg: Innovatie in de Gezondheidszorg is mooi, maar alleen een slogan verandert geen regio. Wat wél verschil maakt, is het koppelen van AI-initiatieven aan de harde realiteit van de IZA-transformatieplannen.
Waar kun je morgen mee beginnen?
Als bestuurder, medisch leider of innovatiemanager kun je nu al:
- Een inventarisatie maken van alle lopende AI- en digitaliseringsprojecten in je organisatie en regio.
- Per project bepalen: draagt dit aantoonbaar bij aan minder instroom, lagere werkdruk of betere uitkomsten?
- De 2–3 meest kansrijke projecten opschalen en inbedden in een regionaal transformatieplan.
- Met zorgverzekeraars bespreken welke AI-toepassingen zij het meest kansrijk vinden voor jouw populatie.
Typische valkuilen – en hoe je ze omzeilt
Ik zie in gesprekken met zorgorganisaties steeds dezelfde drie valkuilen:
-
Technologie-gedreven in plaats van probleem-gedreven
Oplossing: begin bij het knelpunt (SEH, telefonische druk, personeelstekort) en toets daarna welke AI-oplossing past. -
Geen eigenaarschap in de lijn
Oplossing: leg verantwoordelijkheid bij een lijnmanager of medisch leider, niet alleen bij een innovatieteam. -
Geen structurele bekostiging
Oplossing: verwerk AI in IZA-transformatieplannen of meerjarenafspraken, zodat het geen ‘subsidieprojectje’ blijft.
Regio’s die deze drie punten goed organiseren, zetten AI niet neer als hype, maar als serieuze bouwsteen onder hun toekomstige zorgcapaciteit.
Slot: waarom nu handelen telt
De regio-indeling van de transformatieplannen laat verrassingen zien: sommige regio’s weten grote bedragen los te krijgen, andere vissen achter het net. Dat is geen natuurwet, maar het resultaat van keuzes: samenwerking, focus, datavolwassenheid en de manier waarop je digitale zorg en AI inzet.
Wie in 2026 nog steeds vooral losse pilots draait en afwacht tot “Den Haag meer duidelijkheid geeft”, komt structureel in de knel. Wie nu scherpe regionale keuzes maakt, verzekeraars vroegtijdig betrekt en AI koppelt aan concrete capaciteits- en kwaliteitsdoelen, bouwt aan een houdbare zorgregio.
De vraag is dus niet óf je als regio met AI en IZA-transformatie aan de slag gaat, maar: welke drie problemen wil je er als eerste mee oplossen – en met wie ga je dat vandaag nog organiseren?