Passende zorg strandt in een stelsel dat productie beloont. RVS wil sleutelen aan de spelregels, NZa en Zorginstituut remmen. Zo kun je nú al verschil maken met data en AI.
Waarom passende zorg vastloopt in een goedbedoeld systeem
De zorguitgaven groeien al jaren sneller dan onze economie. Tegelijkertijd lopen wachttijden op, is het personeel op en neemt de complexiteit van zorgvragen toe. Iedereen roept nu: we moeten naar passende zorg. Maar zolang het stelsel is ingericht op productie, blijft dat vooral beleidsretoriek.
Hier wringt het: de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) zegt inmiddels hardop dat er een stelselwijziging nodig is om passende zorg en goede samenwerking met het sociaal domein mogelijk te maken. Het Zorginstituut en de NZa zijn terughoudender en willen eerst kijken wat de akkoorden IZA, WOZO, GALA en HLO opleveren.
Dit is geen technische discussie voor Den Haag alleen. Dit raakt bestuurders, medisch specialisten, huisartsen, gemeenteambtenaren, verzekeraars én digitale vernieuwers die met AI en data écht domeinoverstijgend willen werken.
In dit artikel schets ik:
- waarom passende zorg schuurt met ons huidige zorgstelsel;
- waar RVS, NZa en Zorginstituut van mening verschillen;
- welke rol data en AI in 2025 kúnnen spelen in domeinoverstijgende samenwerking;
- en vooral: wat je als bestuurder of zorgprofessional nú al kunt doen, zonder eerst op een grote stelselherziening te wachten.
Wat verstaan we in de praktijk onder ‘passende zorg’?
Passende zorg is geen nieuw beleidswoord, maar een set heel concrete keuzes. In de praktijk betekent passende zorg vooral dit:
- Zinnig en zuinig: geen zorg die niet werkt of weinig toevoegt.
- Dichtbij als het kan, specialistisch als het moet: de juiste plek, fysiek of digitaal.
- Samen beslissen met patiënt/cliënt: wat past bij iemands leven, waarden en context.
- Met oog voor sociaal en publiek domein: schuldhulp, wonen, participatie, veiligheid.
De spanning ontstaat doordat ons huidige stelsel – Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet, eigen risico, dbc’s en prestaties – is gebouwd op volume, sectoren en budgetschotten, niet op gezamenlijke uitkomsten.
De motor van het systeem beloont nog steeds ‘meer doen’, terwijl passende zorg vraagt om ‘beter kiezen’.
Zodra je domeinoverstijgend gaat werken – ziekenhuis met wijkverpleging en gemeente, ggz met jeugdzorg, huisarts met sociaal wijkteam – loop je direct tegen grenzen aan: verschillende financieringsstromen, andere verantwoordingslogica, gescheiden IT, onduidelijk eigenaarschap.
RVS versus NZa en Zorginstituut: wél of geen stelselwijziging?
De RVS: zonder stelselwijziging blijft passende zorg half werk
De RVS, met Jet Bussemaker als voorzitter, is vrij helder:
- De huidige financierings- en verantwoordingslogica frustreert domeinoverstijgende samenwerking.
- De optelsom van akkoorden en pilots is niet genoeg om de omslag naar passende zorg structureel te maken.
- Er moeten politieke keuzes komen over andere prikkels: minder per verrichting, meer op uitkomsten en brede welvaart.
De kernboodschap van de RVS:
Als we passende zorg écht serieus nemen, moeten we durven sleutelen aan de bekostiging, aan risicoverevening én aan de scheidslijnen tussen zorg en sociaal domein.
Denk aan:
- regiobudgetten voor gezondheid in plaats van alleen zorgproductie;
- gezamenlijke bekostiging voor zorg, ondersteuning en preventie;
- ruimte om middelen meerjarig over domeinen heen in te zetten.
NZa en Zorginstituut: eerst de bestaande akkoorden waarmaken
Het Zorginstituut en de NZa kiezen een andere volgorde:
- Eerst maximaal werken met wat er al ligt: IZA, WOZO, GALA, HLO en de bijbehorende transformatiegelden.
- Regio’s en zorgaanbieders ruimte geven om experimenten en domeinoverstijgende projecten op te schalen.
- Leren van wat werkt en pas daarna besluiten of zwaardere stelselwijzigingen nodig zijn.
Hun zorg is begrijpelijk: een grote stelselherziening kost jaren, leidt tot onzekerheid, en kan de energie bij professionals juist wegzuigen. Zeker in een periode waarin personeelstekorten, vergrijzing en financiële druk al op elkaar stapelen.
Wie heeft er gelijk?
Eerlijk: alle drie partijen raken een deel van de waarheid.
- Zonder aanpassing van prikkels blijft passende zorg hangen in projecten en congressen.
- Zonder uitvoering in de praktijk wordt elke stelselwijziging een papieren werkelijkheid.
De verstandigste route is dus én-én:
- Nu gaan experimenteren en opschalen binnen de ruimte van de huidige akkoorden.
- Tegelijk data verzamelen over waar stelselregels domeinoverstijgende samenwerking blokkeren.
- Op basis daarvan gerichte stelselwijzigingen voorbereiden.
Waar het huidige stelsel domeinoverstijgende zorg blokkeert
Als je praat met bestuurders en medisch specialisten in Nederland, komen telkens dezelfde knelpunten langs wanneer ze passende, domeinoverstijgende zorg willen organiseren.
1. Bekostiging beloont productie, niet voorkomen
- Ziekenhuizen en medisch specialisten verdienen nog steeds vooral aan behandelen, niet aan voorkomen.
- Huisartsenpraktijken krijgen beperkte ruimte voor koolstofarme, digitale of outreachende zorg.
- Gemeenten worden afgerekend op hun Wmo-budget, niet op gezamenlijke gezondheidswinst.
Gevolg:
- Minder prikkel om te investeren in preventie, nazorg, digitale begeleiding, terwijl je daardoor juist dure zorg kunt voorkomen.
2. Schotten tussen zorg en sociaal domein
- Wmo, Zvw, Wlz en Jeugdwet kennen eigen regels, loketten en verantwoordingslijnen.
- Een wijkteam dat met de huisarts en ggz wil samenwerken rond een complexe casus, is vaak meer tijd kwijt aan administratie dan aan gezamenlijke analyse.
Voor passende zorg is juist dat integrale beeld nodig: inkomen, schulden, woonsituatie, werk, mantelzorg, gezondheid, mentale veerkracht.
3. Data en IT: alles in eigen silo’s
- Zorgaanbieders hebben ieder hun eigen EPD of cliëntsysteem.
- Gemeenten werken met aparte suites voor sociaal domein.
- Uitwisseling is juridisch en technisch ingewikkeld, en wordt vaak als risico gezien.
Hier ligt precies de brug naar AI in de Nederlandse zorg: zonder goede, gestandaardiseerde en koppelbare data heb je niets aan slimme algoritmes.
De rol van AI en data: passende zorg concreet maken
AI wordt in zorgdebatten nog te vaak weggezet als ‘tech voor later’. Maar in 2025 zie ik drie gebieden waar AI nu al helpt om passende, domeinoverstijgende zorg te realiseren – binnen de huidige regels.
1. Regionale gezondheidsanalyses
Met AI kun je grote hoeveelheden data uit verschillende bronnen combineren:
- zorgverzekeringsdata (geanonimiseerd);
- GGD-data over leefstijl en omgeving;
- gemeentelijke data over schulden, werkloosheid, woonproblematiek;
- service- en gebruiksdata van e-health toepassingen.
Daarmee wordt zichtbaar:
- waar multimorbiditeit en armoede samenklonteren in een wijk;
- welke doelgroepen herhaaldelijk in crisis raken;
- welke interventies (bijvoorbeeld intensieve nazorg na ziekenhuisopname) daadwerkelijk heropnames verminderen.
Dit ondersteunt IZA- en regioteams bij het kiezen van zinvolle transformatieprojecten. Niet meer op onderbuik, maar op feiten.
2. Beslis- en triageondersteuning voor passende zorg
AI kan artsen, verpleegkundigen en sociaal werkers helpen met:
- beter inschatten van risico op achteruitgang of crisis;
- selecteren van passende interventies: medisch, sociaal, digitaal of juist laag-intensief;
- signaleren wanneer zorg eigenlijk niet (meer) bijdraagt en een ander gesprek met patiënt of cliënt nodig is.
Belangrijk: AI mag hier nooit de beslissing overnemen, maar wél de kwaliteit en consistentie van besluiten verhogen. Dat sluit precies aan bij het principe van passende zorg: doen wat wérkt en wat past bij de situatie.
3. Administratieve last verlagen zodat samenwerking loont
Zolang domeinoverstijgende projecten méér registratie vragen dan reguliere zorg, gaan professionals afhaken. AI kan helpen om:
- verslaglegging automatisch samen te vatten;
- informatie gestructureerd op te slaan zodat deze herbruikbaar is;
- indicatoren en rapportages voor IZA/WOZO/GALA grotendeels automatisch te genereren.
Hier zit een directe link met onze campagne ‘AI voor Nederlandse Zorg’:
AI is niet alleen medische technologie, maar juist ook een middel om tijd vrij te spelen voor echt contact, overleg en gezamenlijke besluitvorming.
Wat kun je nú doen als bestuurder of professional?
Je hoeft niet te wachten tot politiek Den Haag een nieuw stelsel heeft uitgetekend. Sterker nog: de regio’s en organisaties die nú stappen zetten, bepalen straks mede hoe een eventuele stelselwijziging eruit gaat zien.
1. Richt passende zorg als strategisch speerpunt in
- Neem passende zorg expliciet op in je meerjarenstrategie, niet als zijproject.
- Formuleer 3–5 concrete doelen, zoals:
- 20% minder niet-gepaste diagnostiek op SEH;
- 30% meer inzet van digitale nazorg bij doelgroep X;
- structurele samenwerking met gemeentelijke wijkteams rond hoogcomplexe casuïstiek.
2. Werk met regionale coalities en duidelijke casus
- Kies samen met zorgverzekeraar, gemeente en aanbieders twee of drie scherpe casus: bijvoorbeeld kwetsbare ouderen met valincidenten, jongvolwassenen met LVB en schulden, of mensen met complexe multimorbiditeit.
- Richt een multidisciplinair kernteam in dat verantwoordelijkheid neemt voor deze groep over domeinen heen.
- Leg vast hoe je resultaat meet: minder opnames, meer ervaren regie, minder crisissituaties.
3. Begin klein met AI, maar koppel het aan beleid
- Start geen losse AI-pilot ‘omdat het kan’, maar koppel AI direct aan een passend-zorgdoel.
- Voorbeelden:
- voorspelmodel voor heropname om gerichte nazorg te organiseren;
- tekst-naar-rapportage-oplossing om registratie bij MDO’s te verlichten;
- algoritme dat helpt patiënten te selecteren voor digitale zorg.
- Zorg dat ethic-by-design, privacy en transparantie vanaf dag één geregeld zijn. Daarmee voorkom je vertraging later.
4. Maak knelpunten expliciet en deel ze
- Documenteer tijdens je projecten welke regels, bekostiging of IT-beperkingen samenwerking bemoeilijken.
- Deel dit gestructureerd met je zorgverzekeraar, NZa, VWS en brancheorganisaties.
- Zo ontstaat onderbouwde input voor de discussie waar de RVS nu het voortouw in neemt.
Waar sturen we in 2026 op af?
De komende één à twee jaar worden beslissend. Of passende zorg uitgroeit tot een nieuwe praktijk, of verzandt in beleidsstukken, hangt af van drie dingen:
- Regio’s en organisaties die nu durven te experimenteren én open zijn over wat niet werkt.
- Toezichthouders en politiek die bereid zijn om op basis van die praktijkervaring de systeemprikkels aan te passen.
- Slim gebruik van data en AI om keuzes te onderbouwen en de werkdruk te verlagen.
Ik ben ervan overtuigd dat we zonder gerichte wijzigingen in bekostiging en regelgeving uiteindelijk vastlopen. Maar het zou zonde zijn om de komende jaren stil te zitten in afwachting van een grote stelselherziening.
De inzet voor 2026 kan beter zijn:
- lokale en regionale successen in passende, domeinoverstijgende zorg;
- eerste bewezen AI-toepassingen die aantoonbaar bijdragen aan kwaliteit en doelmatigheid;
- een heldere lijst van structurele systeemknelpunten waar politiek en RVS mee verder kunnen.
Wie nu verantwoordelijkheid neemt, heeft straks niet alleen meer grip op kwaliteit en kosten, maar ook op hoe de zorg van morgen wordt vormgegeven.
Wil je met jouw organisatie verkennen hoe AI en data kunnen helpen om passende zorg en samenwerking met het sociaal domein te versnellen? Dan is nú het moment om de eerste stap te zetten.