KEV 2023 laat het zien: hernieuwbaar groeit, maar besparen blijft de grootste uitdaging

AI voor Nederlandse Bedrijven: Implementatiegids••By 3L3C

KEV 2023 laat zien: hernieuwbaar groeit hard, maar vooral energiebesparing en primair energieverbruik blijven achter. Dit is wat dat betekent voor beleid en praktijk.

KEV 2023energiebesparinghernieuwbare energieklimaatbeleid NederlandenergietransitieAI in de energiesector
Share:

KEV 2023 laat het zien: hernieuwbaar groeit, maar besparen blijft de grootste uitdaging

In 2030 moet Nederland zijn finale energieverbruik met 15% hebben verlaagd ten opzichte van 2021. Dat is geen verre Brusselse droom, maar keiharde wetgeving uit de aangescherpte Europese Energiebesparingsrichtlijn (EED). De nieuwe Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2023 laat zien: we komen een heel eind, maar we zijn er nog niet.

Het goede nieuws: het aandeel hernieuwbare energie in het Nederlandse energieverbruik stijgt veel harder dan een paar jaar geleden werd gedacht. Het minder goede nieuws: vooral bij energiebesparing en primair energieverbruik blijft de kloof met het nieuwe doel groot. En dat raakt niet alleen ministeries en netbeheerders, maar ook bedrijven, gemeenten en woningeigenaren.

In dit artikel neem ik je mee door de belangrijkste bevindingen uit KEV 2023, maar dan vertaald naar keuzes voor beleid, business en praktijk. Met nadruk op één rode draad: zonder slimme inzet van data en AI in de Nederlandse energiesector gaan we deze versnelling niet halen.


1. Waar staan we nu? De kern van KEV 2023 in het kort

De KEV 2023 laat voor 2030 één integraal beeld zien van broeikasgasemissies, energiebesparing en hernieuwbare energie, inclusief het extra pakket uit de Voorjaarsnota Klimaat.

De essentie:

  • Het oude doel voor finaal energieverbruik (max. 1837 PJ) wordt gehaald.
  • Het nieuwe, aangescherpte doel van 1609 PJ in 2030 is alleen haalbaar als vrijwel alles meezit.
  • Het doel voor primair energieverbruik (1935 PJ) ligt buiten de bandbreedte van de huidige raming.
  • Het aandeel hernieuwbare energie komt uit tussen 32–42%, terwijl het nieuwe doel ca. 38% is.
  • De nieuwe Europese eis voor cumulatieve energiebesparing (1285 PJ) ligt binnen bereik.

De realiteit: Nederland boekt flinke vooruitgang, maar de marges zijn dun. Eén tegenvaller – uitstel van beleid, hogere elektriciteitsvraag, tegenvallende uitrol – en belangrijke doelen schieten weer buiten bereik.

Dit maakt 2025–2027 beslissend. Dat is het venster waarin plannen nog opgeschaald, versneld of gecorrigeerd kunnen worden zodat 2030 geen illusie wordt.


2. Finale vs. primair energieverbruik: waarom dat verschil zo belangrijk is

De KEV maakt een onderscheid tussen finaal en primair energieverbruik, en precies daar wringt het.

Finale energie: huishoudens, mobiliteit en industrie

Finaal energieverbruik is wat eindgebruikers daadwerkelijk inzetten: stroom, gas, warmte, benzine, diesel, waterstof.

  • Doel 2030 (nieuw): max. 1609 PJ
  • Raming KEV 2023: 1566–1818 PJ

Met andere woorden: het doel ligt net binnen de bandbreedte. De extra daling van 115 PJ door de Voorjaarsnota Klimaat komt vooral uit:

  • Elektrische voertuigen en Betalen naar Gebruik: ca. 60 PJ
  • Maatwerkafspraken industrie: ca. 35 PJ
  • Warmtepompen, energiebesparingsplicht en uitfasering slecht geïsoleerde huurwoningen: ca. 20 PJ

Hier zit de winst vooral in elektrificatie, isolatie en gedragsprikkels. Dat zijn precies de gebieden waar data en AI vandaag al veel betekenen: van slimme laadsturing tot voorspellend onderhoud en dynamische tarifering.

Primair energie: de verborgen verliezen in de keten

Primair energieverbruik telt daarbovenop ook de omzettingsverliezen in de energiesector mee (vooral warmte die ‘verloren’ gaat bij elektriciteitsproductie).

  • Doel 2030 (nieuw): max. 1935 PJ
  • Raming KEV 2023: 1951–2323 PJ

Dat doel ligt dus buiten bereik. De reden is helder:

  • De elektriciteitsvraag groeit hard, door:
    • waterstofproductie (elektrolyse)
    • elektrificatie van industrie
    • groei elektrisch vervoer
  • Zon en wind groeien wel, maar niet snel genoeg om die extra vraag volledig te dekken.
  • Daardoor draaien gascentrales vaker, wat het primair energieverbruik opdrijft.
  • Toevoeging van technieken als COâ‚‚-afvang en opslag (CCS) kost extra energie en verhoogt primair verbruik verder.

Hier zie je de klassieke valkuil: elektrificatie zonder systeemoptimalisatie verschuift het probleem in plaats van het op te lossen. Juist op dit systeemniveau kan AI een doorslaggevende rol spelen.


3. Energiebesparing: Europese doelen zijn ambitieuzer, Nederland versnelt

Na de Russische inval in Oekraïne heeft de EU de Energiebesparingsrichtlijn (EED) aangescherpt. Niet alleen de niveaus, maar ook de snelheid van besparing is nu hard vastgelegd.

Nieuw Europees doel: meer besparing in minder tijd

Voor Nederland is het bindende doel voor de cumulatieve energiebesparing 2021–2030 verhoogd:

  • Oud doel: 924 PJ
  • Nieuw doel: 1285 PJ

Volgens KEV 2023 ligt de verwachte besparing nu tussen 1168 en 1415 PJ. Het nieuwe doel zit daar netjes middenin. Vergeleken met de raming van vorig jaar is de besparing anderhalf keer groter, vooral dankzij extra beleid uit de Voorjaarsnota Klimaat.

Dit betekent twee dingen:

  1. Het beleid werkt wel degelijk, mits het concreet genoeg is.
  2. De ruimte voor uitstel is op. Als één grote maatregel vertraagt, verschuift het totaal meteen richting de onderkant van de bandbreedte.

Waar zit de praktische besparingspotentie?

Voor Nederlandse bedrijven, gemeenten en woningcorporaties liggen de belangrijkste kansen hier:

  • Gebouwde omgeving

    • Versneld uitfaseren van huurwoningen met label E, F, G
    • Grootschalige inzet van warmtepompen en hybride systemen
    • Slimme sturing van warmte, koeling en ventilatie (gebouwautomatisering)
  • Industrie

    • Maatwerkafspraken koppelen aan datagedreven prestatie-monitoring
    • Optimalisatie van processen met real-time data en AI-modellen
    • Vraagrespons: productie slimmer afstemmen op energieprijzen en netcapaciteit
  • Mobiliteit

    • Versnelling EV-adoptie in zakelijke vloeren
    • Data-gedreven optimalisatie van logistiek en laadinfrastructuur

Wie nu nog denkt dat energiebesparing vooral ‘een isolatiepakketje en een nieuwe ketel’ is, mist de helft van de puzzel. Software, data en AI maken het verschil tussen eenmalige maatregel en blijvende prestatie.


4. Hernieuwbare energie: groei is fors, maar doelen groeien nóg harder

Volgens KEV 2023 komt het aandeel hernieuwbare energie in het finale energieverbruik in 2030 uit tussen 32 en 42%. Dat is 4–8 procentpunt hoger dan vorig jaar werd geraamd.

Belangrijkste oorzaken:

  • Extra inzet van biobrandstoffen in mobiliteit
  • Snellere groei van zonnestroom
  • Lager finaal verbruik (waardoor het percentage hernieuwbaar hoger uitvalt)

Nieuwe RED III-doelen: de lat gaat omhoog

Door de herziening van de Hernieuwbare Energie Richtlijn (RED III) is het Europese doel verhoogd naar:

  • 42,5% hernieuwbaar in 2030, met een streefwaarde van 45% voor de EU als geheel.

Voor Nederland vertaalt zich dat naar een verwacht nieuw doel van rond de 38%. Met een bandbreedte van 32–42% zitten we daar net omheen: het kan precies goed uitkomen, maar ook flink misgaan.

Sectorale subdoelen: de lastigste stap moet nog komen

RED III introduceert en scherpt ook sectorale subdoelen aan voor:

  • Industrie
  • Mobiliteit
  • Gebouwde omgeving
  • Warmte & koude

Juist in deze sectoren is het gebruik van hernieuwbare energie nog stroperig:

  • In de industrie zijn hoge-temperatuurprocessen lastig te elektrificeren.
  • In de gebouwde omgeving speelt gedrag, betaalbaarheid en ruimte op het net.
  • In de mobiliteit is er discussie over biobrandstoffen, elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur.

Volgens KEV 2023 zijn deze sectordoelen nog niet in zicht. Dat betekent concreet: er moet de komende jaren veel extra beleid en uitvoering bij. Zonder slimme planning, modellering en voorspelling wordt dat een gok.


5. Wat betekent dit voor beleid, bedrijven en AI in de Nederlandse energiesector?

De KEV is formeel een monitorings- en verantwoordingsinstrument onder de Klimaatwet. Maar in de praktijk is het vooral een waarschuwingslampje op het dashboard. Dat lampje brandt nu fel oranje: het kan nog goed gaan, maar alleen met gerichte extra inzet.

Voor beleidsmakers en overheden

De boodschap uit KEV 2023 is duidelijk:

  • Concreet maken en doorrekenen

    • Geagendeerd beleid moet sneller worden omgezet in juridisch vastgestelde maatregelen.
    • Nieuwe plannen moeten standaard een energie- én systeemimpactanalyse krijgen.
  • Focussen op primair energieverbruik

    • Niet alleen sturen op finale besparing, maar ook op efficiëntere elektriciteitsproductie en minder omzettingsverliezen.
    • Systeemplanning (waar komen windparken, elektrolysers, batterijen, data­centers?) moet datagedreven gebeuren.
  • AI als vast onderdeel van energiebeleid

    • Netimpact, flexibiliteitsbehoefte en scenario’s voor 2030 en 2040 zijn niet meer geloofwaardig zonder AI-ondersteunde systeemmodellen.

Voor bedrijven in energie, industrie en mobiliteit

Voor bedrijven is KEV 2023 vooral een reality check: afwachten wordt duur.

  • Industrie

    • Maatwerkafspraken vragen om continue monitoring in plaats van eenmalige audits.
    • AI kan energie-intensieve processen optimaliseren, storingen voorspellen en flexibiliteit aan het net aanbieden.
  • Energiebedrijven & netbeheerders

    • De groei van hernieuwbaar en elektrificatie vraagt om voorspellende modellen voor vraag, aanbod en congestie.
    • AI-gestuurde dispatch, voorspelling van opwek en vraagrespons zijn geen experimenten meer, maar randvoorwaarde.
  • Vervoerders en logistiek

    • Omschakeling naar elektrisch en biobrandstoffen vereist route- en laadsoptimalisatie.
    • Met slimme algoritmen kun je verbruik, kosten én COâ‚‚-uitstoot tegelijk drukken.

Voor gemeenten en woningcorporaties

  • Prioriteer woningen met slechte labels en maak selectie en planning datagedreven.
  • Combineer fysieke maatregelen (isolatie, warmtepompen) met slimme sturing van warmte en ventilatie.
  • Gebruik wijkdata en AI-modellen om warmtenetten, laadinfra en netverzwaring slim op elkaar af te stemmen.

Wie nu al investeert in data-infrastructuur en AI-capaciteit, staat over vijf jaar aan de goede kant van de streep: lagere energiekosten, hogere leveringszekerheid en minder risico op beleidsdruk.


6. De KEV als kompas: wat is de volgende stap?

De KEV 2023 is opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), in samenwerking met TNO, CBS en RIVM, met bijdragen van onder andere RVO en WUR. Het is geen beleidsdocument, maar een spiegel. Die spiegel zegt in 2025 drie dingen:

  1. We boeken echte vooruitgang, vooral in hernieuwbare energie en finale besparing.
  2. De aangescherpte doelen vragen meer dan ‘business as usual’. Vooral primair energieverbruik en sectorale hernieuwbaar-doelen lopen achter.
  3. Zonder slim gebruik van data en AI wordt de energietransitie onnodig duur, traag en risicovol.

Wie vandaag verantwoordelijkheid draagt voor energie, vastgoed, mobiliteit of productie, kan zich eigenlijk maar één vraag stellen:

Hoe zorgen we dat we in 2027 kunnen aantonen dat we structureel minder energie gebruiken, meer hernieuwbare bronnen inzetten én het energiesysteem stabiel houden?

Daarvoor heb je drie bouwstenen nodig: helder beleid, fysieke maatregelen en digitale intelligentie. De KEV 2023 laat zien dat de eerste twee inmiddels serieus in beweging zijn. De derde – data en AI – bepaalt of Nederland die smalle bandbreedte richting 2030 daadwerkelijk weet te benutten.

Wie nu instapt, loopt voor. Wie wacht, loopt achter de feiten – én de cijfers – aan.