De ggz kan de mentale druk van onze hypernerveuze samenleving niet alleen dragen. Hoe bouw je met AI en regionale samenwerking aan een mentaal duurzamer zorgstelsel?
Mentale druk in een hypernerveuze samenleving: wat wél werkt
De wachttijden in de ggz lopen door, het ziekteverzuim door mentale klachten stijgt en onder Nederlandse jongeren voelt inmiddels bijna 1 op de 3 zich psychisch ongezond. Toch blijft de reflex hetzelfde: “Meer behandelcapaciteit, meer ggz, meer doorverwijzen.”
De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) zegt daar in het advies Op de rem! iets heel scherps over: de ggz kan de mentale problemen van onze hypernerveuze samenleving nooit in haar eentje oplossen. En ze heeft gelijk.
Dit raakt direct aan de dagelijkse praktijk van bestuurders, behandelaren, huisartsen, beleidsmakers én IT- en innovatiemanagers in de zorg. Want als we zo doorgaan, organiseren we onszelf vast in een eindeloze opvang- en behandelstand – zonder het systeem dat mensen ziek maakt écht te veranderen.
In deze blog kijk ik naar wat er misgaat, wat het RVS precies bedoelt met die “hypernerveuze samenleving” en vooral: hoe je als zorgorganisatie nu al anders kunt handelen. Met een belangrijke rol voor AI in de Nederlandse zorg, maar dan wél op een manier die mentaal duurzaam is.
1. Waarom de ggz de mentale crisis nooit alleen kan dragen
De kern is simpel: we hebben een maatschappelijk probleem, dat we proberen op te lossen met individuele behandeling. Dat rek gaat er een keer uit.
Wat bedoelt de RVS met een hypernerveuze samenleving?
De RVS beschrijft een samenleving waarin drie dynamieken voortdurend op elkaar inwerken:
- Doorgeschoten prestatiedruk – op school, werk, online en zelfs in vrije tijd
- Individualisering – succes en falen worden volledig bij het individu neergelegd
- Versnelling – alles moet sneller, efficiënter, altijd bereikbaar, altijd reageren
Wie hier niet in mee kan, wordt al snel gezien als ‘kwetsbaar’, ‘niet stressbestendig’ of ‘zorgvraag’. Maar het probleem zit niet alleen in het individu, het zit in de omgeving.
Floortje Scheepers verwoordt het scherp:
“De ggz is niet het duizend-dingen-doekje dat alle mentale problemen kan oplossen.”
En dat is precies de crux. Zolang de samenleving hypernerveus blijft, blijven de wachtlijsten vol.
De reflex: alles medisch maken
Wat ik vaak zie bij organisaties:
- Leerproblemen worden ADHD.
- Normale rouw wordt depressie.
- Werkstress door structurele onderbezetting wordt burn-out van het individu.
De uitkomst is voorspelbaar:
- Meer verwijzingen naar de ggz
- Meer diagnostiek
- Meer behandeltrajecten
- Meer druk op een systeem dat al op omvallen staat
De RVS zegt feitelijk: zolang we mentale problemen primair medisch en individueel blijven definiëren, verliezen we.
2. Van individuele behandeling naar sociaal-culturele verandering
De RVS vraagt om een sociaal-culturele omslag: de samenleving zelf moet kalmeren. Dat klinkt abstract, maar het is verrassend concreet te maken.
Drie sleutels: verbinding, verscheidenheid en vertraging
De raad benoemt drie begrippen als tegenkracht tegen hypernerveusheid:
-
Verbinding
Mensen functioneren mentaal beter als ze zich gezien en gedragen voelen. Dat betekent:- Minder nadruk op zelfredzaamheid als norm
- Meer ruimte voor collectieve voorzieningen, buurtnetwerken, scholen en werkgevers die psychische gezondheid actief ondersteunen
-
Verscheidenheid
Niet iedereen hoeft aan dezelfde norm te voldoen. Diversiteit in levensloop, tempo, opleidingsniveau, neurodiversiteit en carrièrepaden maakt de samenleving veerkrachtiger. Hoe smaller de norm, hoe meer ‘afwijking’ automatisch zorgvraag wordt. -
Vertraging
Mentale gezondheid heeft tijd nodig. Tijd om te herstellen, om stil te staan, om betekenis te geven. Een onderwijssysteem en arbeidsmarkt die alleen draaien op tempo, output en efficiency, ondermijnen dat direct.
Dit klinkt misschien filosofisch, maar het heeft harde consequenties voor beleid en organisatie.
Wat betekent dit voor Nederlandse zorgorganisaties?
Een paar concrete verschuivingen die ik in de praktijk zie ontstaan en waar ik zelf sterk voor ben:
-
Van “Hoe krijgen we deze patiënt zo snel mogelijk door de behandelstraat?”
naar “Hoe versterken we de sociale omgeving zodat iemand minder snel omvalt?” -
Van concurrentie tussen aanbieders
naar regionale samenwerkingsverbanden rond mentale gezondheid, onderwijs, werk & inkomen, schuldhulpverlening. -
Van focus op productieafspraken
naar langjarige populatiegerichte afspraken waarin preventie en mentaal welzijn meegeteld worden.
Zonder die verschuiving blijven we de ggz volstouwen met vragen die daar eigenlijk niet thuishoren.
3. De rol van AI: van productiemachine naar mentaal duurzaam zorgsysteem
AI in de zorg wordt vaak gekoppeld aan “efficiëntie” en “meer doen met minder mensen”. In een hypernerveuze samenleving is dat een gevaarlijke combinatie: we draaien het tempo nog verder omhoog.
Maar AI kan óók precies het tegenovergestelde doen: ruimte creëren, ruis wegnemen en het systeem rustiger maken.
Waar AI écht kan helpen in de ggz en daarbuiten
- Verlichting van administratieve druk
- Automatische verslaglegging van consulten
- Slimme triagesystemen bij intake
- Rapportages die zich automatisch vullen uit het EPD
Elke minuut die een psychiater, psycholoog of verpleegkundige niet aan administratie kwijt is, kan naar aandacht voor de mens.
-
Vroegsignalering buiten de ggz-muren
AI-gedreven analyses kunnen patronen herkennen in:- Schooluitval en absentie
- Verzuimcijfers bij werkgevers
- Gebruik van wijkvoorzieningen of schuldhulp
Niet om mensen te labelen, maar om gemeenten, scholen en werkgevers in staat te stellen eerder te handelen: gesprek aan tafel, aanpassing van werk of rooster, hulp bij financiële stress.
-
Ondersteuning van zelfhulp en lichte ondersteuning
- Slimme chatbots voor psycho-educatie
- Digitale dagboek- of coachingsapps die signalen herkennen en zo nodig escaleren
- Online groepsaanbod en blended care
Als dit goed wordt ingericht, ontlast het de specialistische ggz, terwijl mensen toch eerder steun ervaren.
Valkuil: AI inzetten om nóg harder te rennen
AI kan ook precies verkeerd ingezet worden:
- Om meer cliënten per uur te zien
- Om wachttijden te “optimaliseren” zonder de instroom zelf te verminderen
- Om medewerkers nog meer targets te geven op basis van dashboards
Dan voedt AI de hypernerveuze logica in plaats van haar te temperen.
Een vuistregel die ik steeds nuttig vind:
Goede AI in de zorg verlaagt mentale druk voor zowel professionals als cliënten. Slechte AI verhoogt het tempo en de druk.
Als een AI-oplossing niet bijdraagt aan rust, overzicht, voorspelbaarheid of beter contact, moet je je afvragen of je het überhaupt moet willen.
4. Wat kunnen bestuurders en professionals nú al anders doen?
Je hoeft niet te wachten op nieuw landelijk beleid. Er is veel dat organisaties zelf in gang kunnen zetten.
4.1. Herdefinieer wat wél bij de ggz hoort
Werk met huisartsen, wijkteams en gemeenten aan een gezamenlijke visie:
- Welke klachten horen bij normale levenspijn en vragen om steun, geen diagnose?
- Welke problemen zijn primair sociaal-economisch en horen thuis bij werk, inkomen, schulden of huisvesting?
- Wanneer is specialistische ggz echt passend en wanneer niet?
Leg dit vast in regionale afspraken. Dat klinkt saai, maar het voorkomt eindeloos duwen en trekken over verwijzingen en “onduidelijke” casuïstiek.
4.2. Bouw regionale mentale gezondheidsnetwerken
Organiseer in de regio een netwerk rond mentale gezondheid, niet alleen een zorgketen:
- Ggz-instellingen
- Huisartsen en POH-ggz
- Gemeenten en wijkteams
- Jeugd- en onderwijspartners
- Werkgevers en arbodiensten
Zet daar een gezamenlijke data- en AI-laag onder (met goede waarborgen), zodat je:
- Trends ziet vóórdat ze geëscaleerde zorgvragen worden
- Preventieve interventies kunt sturen waar ze het meeste effect hebben
- Gezamenlijk leert wat wel en niet werkt
4.3. Introduceer ‘vertraging’ als expliciet ontwerpprincipe
Klinkt tegen-intuïtief in een wereld van efficiency, maar het is hard nodig:
- Geef in trajecten bewust ruimte voor reflectie in plaats van alleen interventie.
- Plan duidelijke piek- en rustperioden in teams in plaats van constant hoge belasting.
- Gebruik AI niet om elk gaatje in de agenda vol te plannen, maar juist om beschikbare tijd eerlijker en rustiger te verdelen.
Organisaties die dit durven, zien vaak dat het ziekteverzuim daalt en het behoud van medewerkers verbetert.
4.4. Zet AI in voor de mens, niet voor het model
Bij elk AI-project in de Nederlandse zorg zou je drie vragen moeten stellen:
- Wordt het werk mentaal lichter of zwaarder voor professionals?
- Voelen cliënten zich meer gezien of meer een nummer?
- Draagt dit bij aan minder hypernerveuze prikkels in het systeem, of juist meer?
Als je hier geen overtuigend antwoord op hebt, ben je waarschijnlijk vooral het oude systeem aan het automatiseren.
5. Naar een mentaal duurzaam zorgstelsel
Het RVS-advies Op de rem! raakt een gevoelige snaar: we kunnen niet eindeloos blijven doorbehandelen wat in de kern maatschappelijke spanning is. De ggz is geen duizend-dingen-doekje; het is een belangrijk, maar beperkt instrument in een veel groter geheel.
Mentale gezondheid in Nederland verbeteren vraagt om drie sporen tegelijk:
- Een samenleving die minder hypernerveus is – met minder prestatiedruk, meer verscheidenheid en ruimte voor vertraging.
- Een zorgstelsel dat mentale problemen niet standaard medicaliseert – maar sociaal, economisch en cultureel durft te kijken.
- Slim gebruik van AI en technologie – niet om het tempo op te voeren, maar om tijd, aandacht en menselijke maat terug te winnen.
Wie nu bestuurt, innoveert of in de spreekkamer staat, zit precies op het kantelpunt. Je kunt technologie gebruiken om het bestaande systeem op te voeren, of om het mentaal duurzamer te maken.
De vraag is dus niet óf we AI gaan inzetten in de Nederlandse zorg, maar: durven we AI te koppelen aan een andere manier van kijken naar mentale gezondheid?
Wie daar nú mee begint – regionaal, in de eigen organisatie, met kleine maar bewuste stappen – helpt de samenleving echt even op de rem te trappen.