CBAM vermindert CO₂-weglek, vergroot de productie in de EU en biedt Nederlandse industrie een concurrentievoordeel – mits je nu strategische keuzes maakt.
CBAM en COâ‚‚-weglek: kans voor Nederlandse industrie
Sinds 2005 is de CO₂-uitstoot van de Europese industrie flink gedaald, maar een deel daarvan is simpelweg verplaatst naar landen buiten de EU. Dat heet CO₂-weglek: de productie – en dus de uitstoot – verschuift, terwijl de wereldwijde uitstoot nauwelijks omlaag gaat.
Met de nieuwe CO₂-importheffing aan de buitengrens (CBAM) verandert dat spel. Voor Nederlandse industrie én energiebedrijven is dit geen puur risico, maar vooral een strategische kans om schoner én concurrerender te worden.
In deze blog leg ik uit:
- waarom CBAM COâ‚‚-weglek fors terugdringt;
- wat dit concreet betekent voor Nederlandse sectoren als staal, cement, kunstmest en waterstof;
- welke strategische keuzes directies nu moeten maken om niet achter de feiten aan te lopen;
- hoe AI en data je kunnen helpen om in dit nieuwe klimaat- en handelsregime te winnen.
1. Wat CBAM precies verandert aan het speelveld
De kern is simpel: COâ‚‚-intensieve importproducten worden vanaf 2026 stap voor stap extra belast aan de EU-grens.
Tot nu toe werkte de EU vooral met het EU ETS (emissiehandelssysteem). Bedrijven moesten emissierechten kopen, maar kwetsbare sectoren kregen een groot deel gratis om concurrentienadeel te beperken. Dat leidde toch tot weglek: in 2035 zou volgens CPB en PBL ongeveer 28% van de uitstootreductie in de EU weer opduiken buiten de EU, vooral doordat productie verhuisde.
Met CBAM daalt die weglek naar 17%. Dat is bijna een derde minder weglek dan onder het oude systeem met gratis rechten.
Hoe komt dat?
- Productie buiten de EU is vaak COâ‚‚-intensiever dan binnen de EU.
- Door CBAM worden juist die vervuilende importproducten duurder.
- Daardoor wordt het aantrekkelijker om binnen de EU – waar productie relatief schoner is – te produceren en in te kopen.
Kort gezegd: wie schoner produceert, wint marktaandeel. En precies daar ligt een kans voor Nederland.
Sectoren die direct onder CBAM vallen
Vanaf 2026 geldt de COâ‚‚-importheffing eerst voor zes productgroepen en een reeks afgeleide producten:
- cement
- aluminium
- kunstmest
- elektriciteit
- waterstof
- ijzer en staal (en afgeleide producten zoals schroeven, bouten en buizen)
Tussen 2026 en 2034 verdwijnen de gratis emissierechten geleidelijk en schuift het systeem op naar dit grensmechanisme. Wie nu nog leunt op gratis rechten, gaat dat in de boeken voelen.
2. Effecten op CO₂-uitstoot: lokaal én mondiaal
CBAM draait niet alleen om concurrentie, maar vooral om daadwerkelijke wereldwijde COâ‚‚-reductie.
Volgens de CPB–PBL-analyse zorgt het EU ETS er in 2035 voor dat de uitstoot van industrie en elektriciteitssector in de EU 670 megaton lager ligt dan zonder beleid. Zonder CBAM lekt daarvan 28% weg. Met CBAM wordt dat 17%. Dat is een structurele verbetering van de klimaateffectiviteit van Europees beleid.
Waarom CBAM werkt tegen weglek
Er spelen drie mechanismen:
- Gelijke COâ‚‚-prijs aan de grens
Importeurs betalen aan de EU voor COâ‚‚-uitstoot in het buitenland, voor zover die daar nog niet is beprijsd. - Voordeel voor schone productie
Bedrijven met lage emissie-intensiteit hebben een kostenvoordeel, want hun producten dragen minder COâ‚‚-kosten mee. - Prikkel aan derde landen
Landen die veel naar de EU exporteren, hebben er belang bij zelf een COâ‚‚-prijs in te voeren. Dan vloeien de opbrengsten naar hun eigen schatkist in plaats van naar Brussel.
CBAM is in feite een uitnodiging aan grote exporterende landen als China en India om hun eigen COâ‚‚-beprijzing te versnellen.
Als China of India zelfs maar een lage CO₂-prijs in de CBAM-sectoren invoeren, neemt de wereldwijde CO₂-reductie fors toe. Niet omdat Europa meer doet, maar omdat grootschalige uitstoot buiten de EU óók in een CO₂-regime wordt getrokken.
3. Impact op Nederlandse industrie: risico en kans tegelijk
De studie van CPB en PBL laat zien dat de productie binnen de EU toeneemt door CBAM. Nederlandse industrie profiteert daar gemiddeld zelfs meer van dan de rest van de EU.
Waarom Nederland relatief voordeel heeft
Nederland heeft in veel CBAM-sectoren:
- een relatief lage uitstootintensiteit (moderne installaties, strenge milieu- en energienormen);
- een sterke positie op de interne EU-markt;
- goede infrastructuur: havens, pijpleidingen, energie- en waterstofnetten.
Omdat de Nederlandse CBAM-sectoren nu al sterk gericht zijn op de EU-markt, zorgt CBAM voor extra vraag naar Nederlandse producten ten koste van vervuilender alternatieven van buiten de EU.
Sector-voor-sector: wie wint, wie moet opletten?
-
Staal en ijzer
De Europese staalindustrie stoot per ton staal vaak minder CO₂ uit dan producenten in bijvoorbeeld Azië. Met CBAM wordt importstaal met hoge voetafdruk duurder.- Kansen: groen staal (direct-reduced iron, waterstof), hoogwaardig staal voor automotive en bouw.
- Actiepunt: nu versnellen op elektrificatie, waterstofroutes en CCS/CCU, anders lopen concurrenten in Duitsland of Scandinavië voorbij.
-
Cement
Cement is lastig te verduurzamen, maar Europese installaties zijn meestal efficiënter dan veel concurrenten erbuiten.- Kansen: lage-weerslag cement, inzet van alternatieve bindmiddelen, CO₂-afvang bij klinkerproductie.
- Actiepunt: materiaalefficiëntie (minder cement per m²), samenwerking met bouwsector en overheid over circulaire bouw.
-
Kunstmest
Kunstmestproductie is zeer energie-intensief. Producenten die overschakelen op groene waterstof of efficiëntere processen kunnen hun CO₂-profiel fors verbeteren.- Kansen: export van relatief schone kunstmest binnen EU, koppeling met Nederlandse waterstof- en ammoniakplannen.
- Actiepunt: integrale planning van energiecontracten, waterstofstrategie en langjarige afnamecontracten met landbouw.
-
Aluminium
Hier is het beeld anders: de meeste COâ‚‚-uitstoot komt via de elektriciteitsproductie. Die indirecte emissies vallen nu niet direct onder CBAM.- Gevolg: CBAM geeft aluminium in de EU geen duidelijk voordeel ten opzichte van buiten-EU productie.
- Actiepunt: inzetten op groene stroom, lange-termijn PPA’s en efficiënte elektrolyse om toekomstige aanscherpingen vóór te blijven.
-
Waterstof en elektriciteit
Nederland bouwt aan een groot waterstofnet, zeehavens positioneren zich als import- én productiehubs.- Kansen: als we groene waterstof concurrerend kunnen maken, ontstaat een sleutelpositie in de Europese waardeketen.
- Actiepunt: projecten nu zĂł ontwerpen dat de COâ‚‚-footprint van de volledige keten transparant en verifieerbaar is.
4. Strategische keuzes voor bestuurders: wat moet je nu doen?
Voor directies in de Nederlandse (maak)industrie is CBAM geen dossier voor alleen sustainability of public affairs. Dit is een P&L-vraagstuk. De keuzes die je in 2025–2028 maakt, bepalen je concurrentiepositie na 2030.
1. Ken je CO₂-keten – niet alleen je eigen schoorsteen
CBAM kijkt nadrukkelijk naar de embedded COâ‚‚ in producten. Dat vraagt om veel betere data dan de meeste bedrijven nu hebben.
Concrete stappen:
- Breng de volledige ketenemissies in kaart (scope 1, 2 én relevante scope 3).
- Zorg dat je COâ‚‚-data audit-proof zijn: meetmethoden, aannames, datakwaliteit.
- Bouw digitale dashboards waarin je COâ‚‚-kosten direct aan prijs, marge en volume koppelt.
Hier komen AI en data-analyse in beeld. Met AI kun je:
- ontbrekende emissiewaarden in de keten modelleren;
- scenario’s doorrekenen (bijvoorbeeld ETS-prijzen, CBAM-tarieven, energieprijzen);
- per productgroep zien waar je “hotspots” zitten en welke maatregel de meeste CO₂ én kosten scheelt.
2. Integreer CO₂-kosten in commerciële strategie
CBAM betekent dat COâ‚‚ feitelijk een vaste kost wordt in je kostprijsmodel. Dat hoort dus thuis in pricing, contractering en sales.
Wat ik vaak zie werken:
- COâ‚‚-kosten expliciet opnemen in langjarige inkoop- en verkoopcontracten;
- interne “schaduw-CO₂-prijs” hanteren in investeringsbeslissingen;
- commerciële teams trainen om CO₂-prestaties als kwaliteitskenmerk te positioneren.
3. Investeer gericht in procesinnovatie en elektrificatie
Niet elke euro klimaatinvestering levert hetzelfde op. Je wilt maatregelen die:
- je COâ‚‚-intensiteit duidelijk verlagen;
- je CBAM-positie verbeteren;
- én liefst ook je energie- of grondstofkosten drukken.
Voorbeelden van maatregelen met meervoudige waarde:
- elektrificatie van warmteprocessen met flexibele sturing op stroomprijzen;
- inzet van waterstof in procesgas of als grondstof;
- procesoptimalisatie met behulp van AI (voorspellend onderhoud, betere processturing, minder uitval en afval).
5. Hoe AI de CBAM-transitie versnelt
Binnen het campagne-thema “AI voor Nederlandse Energie: Duurzame Transitie” speelt één vraag: hoe zet je AI in als versneller, niet als speeltje?
Rond CBAM en COâ‚‚-beprijzing zie ik drie concrete toepassingen:
A. COâ‚‚- en kostenmodellering op productniveau
Met AI-gestuurde modellen kun je per product of order:
- de verwachte COâ‚‚-voetafdruk bepalen;
- toekomstige ETS- en CBAM-kosten simuleren;
- alternatieve grondstoffen of routes doorrekenen.
Dat maakt het mogelijk om offertes te baseren op totaalkosten inclusief COâ‚‚, in plaats van alleen op energie en arbeid.
B. Optimalisatie van energie- en productieschema’s
Industrieën met hoge elektriciteitsvraag kunnen met AI:
- productie verschuiven naar uren met lage stroomprijs en lage emissiefactor;
- beter gebruikmaken van eigen opslag of flexibiliteit;
- COâ‚‚- en ETS-kosten minimaliseren zonder volumeverlies.
C. Rapportage en compliance automatiseren
CBAM en aangescherpt ETS brengen een forse rapportagelast mee:
- monitoring van emissies;
- bewijsvoering van COâ‚‚-footprints;
- rapportages richting autoriteiten.
AI kan helpen om:
- data uit productiesystemen automatisch te verzamelen en te valideren;
- inconsistenties en datagaten te signaleren;
- concept-rapportages te genereren die door mensen worden gevalideerd.
Resultaat: minder fouten, lagere compliancekosten en sneller inzicht voor het management.
6. Wat betekent dit voor jouw volgende stap?
CBAM is geen ver-van-mijn-bed-dossier meer. Voor Nederlandse industrie en energie-intensieve bedrijven geldt in 2025 één harde realiteit: wie CO₂ nu niet als strategische kostenpost behandelt, levert straks marktaandeel in.
De positieve kant:
- Nederland heeft een relatief schone industrie,
- een sterke positie op de EU-markt,
- en goede voorwaarden om AI en data in te zetten voor slimme verduurzaming.
Wie dat combineert, staat er in 2030 niet alleen klimaattechnisch, maar ook commercieel sterker voor.
Wil je serieus werk maken van COâ‚‚-transparantie, CBAM-strategie en slimme inzet van AI? Begin dan met drie simpele vragen aan je eigen organisatie:
- Weten we per product echt hoeveel COâ‚‚ erin zit?
- Zien onze commerciële en financiële teams die CO₂ als concrete euro’s terug?
- Gebruiken we data en AI al om scenario’s en keuzes door te rekenen?
Als het antwoord op één van deze vragen “nee” is, ligt daar precies je volgende stap.