Slimmere bioreactorproductie: verander de microbe

AI voor Nederlandse Agri-Food: Slimme Landbouw••By 3L3C

Niet de bioreactor aanpassen, maar de microbe zelf. Hoe slimme micro-organismen en AI fermentatieprocessen in de Nederlandse agri-food sector veel winstgevender maken.

AI agri-foodslimme landbouwfermentatiebioreactormicro-organismenbiotechnologiedatagedreven productie
Share:

Waarom slimme micro-organismen goud waard zijn voor agri-food

Eén procent extra opbrengst uit een industriële bioreactor kan voor een ingrediëntenfabrikant zomaar tonnen per jaar schelen. Niet door een grotere tank neer te zetten, maar door slimmer om te gaan met wat er al is: de micro-organismen zelf.

Voor de Nederlandse agri-food sector – van fermentatiefabrieken tot innovatieve boeren met on-farm bioreactors – wordt dit een harde concurrentiefactor. In deze serie over AI voor Nederlandse agri-food en slimme landbouw kijken we vaak naar akkers, kas en stal. Dit keer schuiven we de lens een stukje op: naar de bioreactor, waar micro-organismen aminozuren, oliën, eiwitten en aroma’s maken.

Biotechnoloog Ruud Weusthuis (WUR) zet met een NWO-project een stap die wat mij betreft precies laat zien waar slimme landbouw en slimme voedselproductie naartoe gaan: niet de hardware centraal, maar het biologische systeem – ondersteund door data en AI.

Het echte probleem in grote bioreactors

De kern van het probleem is simpel: grote bioreactors zijn nooit homogeen.

In de praktijk betekent dat:

  • Onderaan de tank is de zuurstofconcentratie vaak veel te hoog.
  • Bovenin is juist zuurstofarmte een rem op groei en productie.
  • Suiker is hoog in de buurt van de toevoerpunten en laag verder weg.

Zelfs met krachtig roeren en beluchten blijven er zones met andere condities. Voor een bacterie of gistcel is dat alsof je elke paar seconden van “all you can eat met turbo-zuurstof” naar “bijna geen voeding en weinig zuurstof” wordt geslingerd.

Dat heeft drie grote gevolgen:

  1. Lagere opbrengst – Cellen schakelen voortdurend hun metabolisme om en verspillen energie.
  2. Minder voorspelbare kwaliteit – Productprofielen (bijv. vetzuursamenstelling, bijproducten) gaan schommelen.
  3. Moeilijk opschalen – Wat in een labreactor van 2 liter werkt, gedraagt zich anders in een tank van 200 m³.

De klassieke reactie in de industrie: nog beter mengen, nog meer sensoren, nog complexere procesregeling. Dat kost veel energie, veel CAPEX en levert vaak maar beperkte winst op.

Weusthuis draait het om: niet de reactor in een ideale wereld dwingen, maar micro-organismen ontwerpen die zich thuis voelen in een niet-ideale wereld.

“Niet de bioreactor veranderen, maar het micro-organisme”

De centrale gedachte van het NWO-project is verrassend direct:

Ontwerp micro-organismen die slim reageren op wisselende suiker- en zuurstofconcentraties, in plaats van te vechten tegen die fluctuaties.

In plaats van te mikken op één “perfecte” set procescondities, wordt het micro-organisme zelf adaptief gemaakt. Dat past naadloos bij hoe we in slimme landbouw naar gewassen kijken: we accepteren dat het weer verandert, en werken aan rassen én teeltsystemen die daar beter mee omgaan. Hier gebeurt hetzelfde, maar dan op microschaal.

Welke micro-organismen staan centraal?

Het project focust op twee echte werkpaarden van de biotechnologie:

  • Bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) – veel gebruikt in voedsel- en feed-ingrediĂ«nten, ethanol, aroma’s.
  • E. coli – cruciaal voor enzymen, aminozuren, farmaceutische eiwitten.

Deze microben worden genetisch aangepast om eiwitten te produceren die beter omgaan met wisselende suiker- en zuurstofniveaus. Denk aan:

  • Snellere omschakeling tussen ademhaling en gisting.
  • Bufferende routes die schommelingen in energievoorziening dempen.
  • Slimmere regulatie van stressrespons, zodat cellen minder “schrikken” van abrupte veranderingen.

Het precieze mechanisme houden de onderzoekers nog terecht onder de pet – er kan een patent in zitten. Maar de richting is duidelijk: regulatienetwerken in de cel herschrijven zodat de productie stabiel blijft, ook als de omgeving dat niet is.

Hoe AI en data hierin het verschil maken

Voor een serie over AI voor Nederlandse agri-food is dit project een mooi voorbeeld van hoe AI en slimme modellen steeds dieper in het biotechnologische proces doordringen.

1. Digitale tweelingen van bioreactors

Onder leiding van TU Delft wordt gewerkt met geavanceerde bioreactormodellen. Daarin spelen AI en data-science een groeiende rol:

  • CFD-modellen beschrijven stromingen, zuurstofverdelen en suikergradiĂ«nten.
  • Machine learning helpt om deze complexe modellen te versimpelen tot snelle, goed voorspellende digitale tweelingen.
  • Zo kun je op de laptop “uitproberen” hoe een bepaalde giststam zich zal gedragen in een 100 mÂł tank bij wisselend beluchten.

Voor een Nederlandse ingrediëntenfabrikant betekent dat: minder gokwerk bij opschaling, minder proefbatches, sneller naar een robuust proces.

2. AI-ondersteund eiwit- en stamontwerp

De betrokken onderzoeksgroep in Groningen focust op eiwitontwerp. Precies hier is de link met moderne AI-modellen voor eiwitstructuur en -functie:

  • AI-modellen voorspellen welke aminozuurveranderingen een eiwit stabieler maken bij zuurstofstress of schommelende energiestatus.
  • Door honderden varianten in silico te screenen, blijven er maar een paar kandidaten over voor dure labtesten.

Het resultaat is een veel snellere iteratie tussen ontwerp, bouwen, testen en leren – dezelfde cyclus die we in datagedreven precisielandbouw zien, maar dan op microbieel niveau.

3. Slimme procesregeling voor fermentatie

Zodra je micro-organismen hebt die voorspelbaarder reageren op fluctuaties, komt de volgende stap: AI-gestuurde procesregeling.

Voor Nederlandse agri-food bedrijven biedt dat perspectief op:

  • Realtime optimalisatie van lucht- en suikertoevoer op basis van sensordata en soft sensors (bijv. op basis van off-gas analyse).
  • Zelflerende algoritmen die per batch slimmer worden in het sturen van het proces.
  • Koppeling met planning en supply chain: als vraag naar een ingrediĂ«nt toeneemt, kan de AI automatisch scenario’s doorrekenen voor hogere output zonder kwaliteitsverlies.

Wat betekent dit concreet voor boeren en voedingsbedrijven?

Het project draait nu op academisch-topniveau, maar de impact raakt direct de praktijk in de Nederlandse agri-food keten.

Voor food- en feed-ingrediëntenproducenten

Bedrijven als dsm-firmenich en Evonik zijn al aangehaakt. De voordelen van adaptieve micro-organismen liggen voor de hand:

  • Hogere opbrengst per batch bij gelijkblijvende tankgrootte.
  • Minder uitval en afgekeurde batches door stabielere productkwaliteit.
  • Lager energieverbruik omdat er minder extreem geroerd en belucht hoeft te worden.
  • Snellere schaalvergroting van nieuwe fermentatieprocessen.

Wie nu al bezig is met AI in fermentatieregie, krijgt met dit soort stammen een nĂłg krachtigere toolset: een proces dat voorspelbaarder reageert, levert betere data, en betere data maken AI-modellen weer betrouwbaarder.

Voor boeren en verwerkers met on-farm fermentatie

Steeds meer Nederlandse boeren kijken naar on-farm bioreactors:

  • Eiwitfermentatie uit reststromen (bijv. aardappelschillen, wei, groenteresten).
  • Biogas en biobased producten uit mest en gewasresten.

In zulke kleinere, vaak eenvoudiger uitgeruste installaties zijn fluctuaties in zuurstof en voeding helemaal niet uit te bannen. Juist daar zijn robuuste, adaptieve micro-organismen goud waard.

Combineer dat met eenvoudige AI-oplossingen (bijvoorbeeld een slim algoritme dat via een paar sensoren de beluchting stuurt), en je krijgt:

  • Betere benutting van reststromen.
  • Extra inkomstenbronnen voor het erf.
  • Lagere afhankelijkheid van geĂŻmporteerde eiwitten.

Hoe je je nu al kunt voorbereiden op deze ontwikkeling

Je hoeft niet te wachten tot alle patenten rond zijn en de nieuwe stammen commercieel beschikbaar zijn. Er zijn nĂş al stappen die je als agri-food speler kunt zetten om klaar te staan als deze technologie de markt opkomt.

1. Fermentatieprocessen datagedreven maken

Begin met systematisch data verzamelen:

  • Online: pH, temperatuur, opgeloste zuurstof, roersnelheid, gasflows.
  • Offline: productconcentratie, bijproducten, celgezondheid.

Koppel dat aan een eenvoudige data-infrastructuur en basis-analytics. Wie zijn proces al goed in data vangt, kan straks veel sneller overstappen naar adaptieve stammen en AI-regeling.

2. Samenwerken met kennisinstellingen

Projecten als dat van Weusthuis draaien vaak in publiek-private consortia. Dat is een kans om:

  • Vroeg toegang te krijgen tot nieuwe kennis en proof-of-concepts.
  • Eigen procesvragen op tafel te leggen.
  • Eigen reststromen of bioreactoren als testbed beschikbaar te stellen.

Wie nu instapt in een pilot of fieldlab, staat over vijf jaar niet achteraan in de rij maar aan de voorkant van de innovatiegolf.

3. AI-vaardigheden opbouwen in de organisatie

AI voor fermentatie is geen “black box magie”. Je hebt mensen nodig die:

  • Procesdata begrijpen.
  • Met data-scientists en biotechnologen kunnen praten.
  • Kritisch kunnen beoordelen wat een model wel en niet zegt.

Dat kan via:

  • Bijscholing van procesoperators en R&D’ers.
  • Traineeships of gezamenlijke projecten met universiteiten.
  • Kleinschalige AI-pilots (bijv. anomaly detection op bestaande fermentatiedata).

Waarom dit perfect past in slimme landbouw

Slimme landbouw gaat niet alleen over drones boven het land en sensoren in de stal. Het gaat over slimmer omgaan met biologische systemen in de héle keten – van bodem en plant tot micro-organisme en eindproduct.

Wat Weusthuis en zijn collega’s doen, is in essentie hetzelfde als wat precisielandbouw met gewassen doet:

  • Accepteer dat de omgeving fluctueert (weer, bodemvocht, zuurstof, suiker).
  • Ontwerp biologische systemen (rassen, microben) die daar beter tegen kunnen.
  • Gebruik data en AI om die systemen optimaal te sturen.

De winst zit niet in één “magische truc”, maar in de combinatie:

  1. Slim ontworpen micro-organismen.
  2. Datagedreven, AI-ondersteunde processturing.
  3. Een keten die reststromen en grondstoffen efficiënter benut.

Wie agri-food in Nederland toekomstbestendig wil maken – met hogere opbrengst, lagere voetafdruk en meer robuustheid – kan deze richting simpelweg niet negeren.

Mijn advies: kijk eerlijk naar je huidige fermentatie- of verwerkingsprocessen. Waar worstel je met fluctuaties, variabele kwaliteit of moeizame opschaling? Dat zijn precies de plekken waar slimme micro-organismen én AI de komende jaren het verschil gaan maken.


Heb je interesse om AI of datagedreven fermentatie binnen je bedrijf te verkennen, of wil je weten welke stappen logisch zijn gegeven jouw situatie? Dan is dit hét moment om het gesprek te starten.