Het PBL laat zien dat Nederland in 2050 klimaatneutraal kan zijn, maar alleen met alle opties op tafel. Wat betekent dat voor scheepvaart, havens en AI?
Nederland kan in 2050 klimaatneutraal zijn, inclusief de bunkerbrandstoffen die onze lucht- en zeevaart in Rotterdam, Amsterdam en de Eemshaven tanken. Dat is de kern van het nieuwe PBL-onderzoek. Maar er zit een harde voorwaarde aan: we hebben álle opties nodig, ook de omstreden. En de maritieme sector staat midden in die discussie.
Voor rederijen, havenbedrijven en logistieke spelers betekent dit dat afwachten geen optie meer is. De keuzes die je de komende vijf jaar maakt over vloot, infrastructuur, data en digitalisering bepalen of je in 2040 nog concurrerend én toegestaan bent om te varen. AI speelt daarbij een sleutelrol: zonder slimme optimalisatie van routes, brandstofmixen en energieketens lopen de kosten en risico’s simpelweg te hoog op.
In deze blog leg ik uit wat het PBL concludeert, wat dat concreet betekent voor de Nederlandse maritieme sector, en hoe je AI nu al kunt inzetten om klaar te zijn voor een klimaatneutraal maar niet per se fossielvrij 2050.
1. Klimaatneutraal 2050: geen of-of, maar en-en
De hoofdboodschap van het PBL is helder: klimaatneutraliteit in 2050 is technisch haalbaar, maar alleen als we niet vroegtijdig opties blokkeren. Dat geldt extra sterk voor de maritieme sector, omdat zeevaart niet grootschalig te elektrificeren is.
Belangrijke punten uit het onderzoek:
- Elektriciteitsproductie moet 3 tot 5 keer zo groot worden als nu.
- Ruim de helft van alle energie komt dan direct of indirect uit zon, wind en kernenergie.
- Voor lucht- en zeevaart blijft koolstof als grondstof nodig voor bunkerbrandstoffen.
- Biogrondstoffen moeten 3 tot 6 keer opschalen ten opzichte van nu.
- Groene waterstof wordt een schaars maar cruciaal onderdeel van de brandstofmix.
Voor scheepvaart en havens betekent dit: wie nu alleen inzet op één ‘veilige’ oplossing (bijvoorbeeld alleen e-methanol of alleen LNG), gokt op een scenario dat misschien niet uitkomt. De realiteit wordt een hybride systeem van biobrandstoffen, synthetische brandstoffen op basis van groene waterstof, efficiencyverbeteringen en grootschalige CO₂-opslag.
Wat dit betekent voor maritieme beslissers
- Reken niet op één wonderbrandstof.
- Ontwerp infrastructuur in havens modulair: aanpasbaar aan verschillende duurzame brandstoffen.
- Investeer in data en AI om scenario’s en brandstofmixen door te rekenen in plaats van te varen op gevoel of losse excel-sheets.
2. Elektriciteit als werkpaard – maar niet op zee
Elektriciteit wordt het “werkpaard” van de klimaattransitie. In vrijwel alle kostenoptimale trajecten die het PBL heeft doorgerekend, groeit de elektriciteitsproductie gigantisch. Dat raakt de maritieme sector op twee manieren.
Eén: de schepen zelf worden niet massaal volledig elektrisch. Voor deepsea is dat simpelweg niet realistisch qua energiedichtheid en ruimte aan boord.
Twee: de bunkerbrandstoffen wórden elektrisch. Niet in de tank, maar in de keten:
- Groene waterstof wordt gemaakt via elektrolyse van water met hernieuwbare stroom.
- Op basis van die waterstof en CO₂ worden synthetische brandstoffen (e-fuels) voor schepen geproduceerd.
Hier zit een belangrijke rol voor AI:
AI in de productie- en logistieke keten van brandstoffen
AI kan helpen om:
- Productieplanning van elektrolysers te optimaliseren op basis van stroomprijzen, weersvoorspellingen en vraag naar waterstof.
- CO₂-logistiek (van afvanglocatie naar opslag of gebruik in brandstoffen) efficiënter te plannen.
- Havenoperaties te sturen: welk schip tankt wat, wanneer, en hoe voorkom je pieken in vraag naar een specifieke duurzame brandstof?
Een haven als Rotterdam kan bijvoorbeeld AI-modellen inzetten die weersvoorspellingen (wind/zon), netcongestie, aankomsttijden van schepen en beschikbare tankcapaciteit combineren tot één dynamisch planningsadvies voor bunkerbedrijven.
3. Biogrondstoffen, CCS en de rol van negatieve emissies in de scheepvaart
Het PBL is duidelijk: biogrondstoffen en CCS zijn onmisbaar, of we dat leuk vinden of niet. Voor de maritieme sector is vooral relevant wáár we die biogrondstoffen inzetten en waar we CO₂ afvangen.
Niet voor biomassa-elektriciteitscentrales
Veel mensen denken bij BECCS (bio-energie met CO₂-opslag) aan het afvangen van CO₂ bij biomassacentrales die elektriciteit produceren. Volgens het PBL is dat waarschijnlijk niet de slimste keuze. Waarom?
- Duurzame biomassa is schaars en moet worden ingezet waar weinig alternatieven zijn.
- Voor lucht- en zeevaart zijn geavanceerde biobrandstoffen op basis van biogrondstoffen cruciaal.
- Bij de productie van deze biobrandstoffen ontstaat relatief zuivere CO₂ in continu draaiende fabrieken – veel makkelijker en goedkoper af te vangen dan bij wisselend draaiende centrales.
Met andere woorden: als je ergens CO₂ gaat afvangen en opslaan, doe het dan waar je brandstoffen maakt voor sectoren zonder alternatief, zoals de zeevaart.
Negatieve emissies: noodzakelijk vangnet
Het PBL rekent in 2050 met 20 tot 50 megaton CO₂-opslag per jaar, op een totale opslagcapaciteit onder de Noordzee van ongeveer 1.700 megaton. Die negatieve emissies zijn nodig om restemissies uit onder andere landbouw en afvalverbranding te compenseren.
Voor de maritieme sector betekent dit twee dingen:
- Volledig nul zou voor bunkerbrandstoffen extreem duur kunnen zijn; een deel van de emissies wordt waarschijnlijk via negatieve emissies gecompenseerd.
- Havens met CO₂-infrastructuur (pijpleidingen, terminals, opslagfaciliteiten) worden strategische knooppunten in het Europese energiesysteem.
Hoe AI hier waarde toevoegt
- Monitoring en detectie: AI-modellen kunnen lekdetectie bij CO₂-opslag en -transport verbeteren door sensordata en satellietdata te combineren.
- Optimalisatie van CO₂-stromen: voorspellen waar, wanneer en hoeveel CO₂ beschikbaar komt uit industriële bronnen en brandstoffabrieken, en die stromen koppelen aan opslagcapaciteit en scheepsaanvoer.
- Risico-analyse: scenario’s doorrekenen voor prijsontwikkeling van emissierechten, opslagkosten en impact op bunkerprijzen.
4. Schaarste aan biogrondstoffen en waterstof: wie geen data heeft, verliest
Biogrondstoffen en groene waterstof worden de grote bottlenecks richting 2050. Het PBL verwacht structurele schaarste, met bijbehorende hoge prijzen.
Voor de maritieme sector betekent dat:
- Brandstofkosten worden nog volatieler.
- Langlopende brandstofcontracten zonder goede data-analyse zijn gevaarlijk.
- Scheepstypen en routes die nu nog prima renderen, kunnen in 2040 marginaal zijn.
Dit vraagt om datagedreven maritieme strategie
Hier komt AI direct in beeld. Met goede data-infrastructuur en modellen kun je bijvoorbeeld:
- Routeplanning optimaliseren op basis van brandstofmix, weersomstandigheden en CO₂-prijs, in plaats van alleen op reistijd.
- Flottedesign en retrofit-beslissingen ondersteunen: welke schepen maak je dual-fuel, waar zet je in op methanol, waar op ammoniak, waar op efficiencymaatregelen?
- Brandstofmix-scenario’s maken: wat gebeurt er met je kosten en emissies als waterstof duurder wordt dan verwacht, of als biobrandstoffen strenger worden gereguleerd?
Een concreet voorbeeld: een rederij met 30 containerschepen kan een AI-model gebruiken dat historische vrachttarieven, brandstofprijzen, ETS-prijzen, havengelden en weersdata combineert. Dat model kan voor de komende jaren per schip en per route aangeven welke combinatie van snelheid, brandstof en havenkeuze de laagste kosten per vervoerde ton CO₂-equivalent oplevert.
5. Klimaatneutraal is niet hetzelfde als fossielvrij
Een scherpe constatering uit het PBL-rapport: een klimaatneutraal Nederland in 2050 hoeft niet fossielvrij te zijn. In de meeste kostenefficiënte trajecten wordt nog een beetje fossiele brandstof gebruikt, waarvan de uitstoot binnen Nederland wordt gecompenseerd.
Voor scheepvaart en havens is dat politiek gevoelig, maar economisch relevant:
- Volledig fossielvrij vraagt een nóg grotere inzet van schaars biobased en hernieuwbaar materiaal.
- Dat verhoogt de kosten substantieel, speciaal voor sectoren die nu al krap in de marges zitten.
Gevolgen voor maritieme strategie
- Reken op een lange transitieperiode met gemengde brandstofportefeuilles: fossiel + bio + synthetisch.
- Focus op reductie per tonkilometer, niet alleen op absolute nul-emissie in één stap.
- Zorg dat je systemen (IT, AI, rapportagetools) verschillende soorten emissies, certificaten en compensaties kunnen verwerken.
Hier zie je ook waarom CO₂-data in de keten cruciaal wordt. Havens, rederijen en verladers willen kunnen aantonen welke lading met welke emissie-intensiteit is vervoerd. Dat vraagt om standaardisatie, dataplatforms én slimme algoritmes die data uit verschillende bronnen koppelen en controleren.
6. Beleidsversnelling en ETS: waar moet de sector op letten?
Het PBL gaat uit van een lineaire reductie van emissies van 55% in 2030 naar klimaatneutraliteit in 2050, wat neerkomt op bijna 80% reductie in 2040. De Europese Commissie heeft echter al een doel van 90% reductie in 2040 voorgesteld.
Voor de maritieme sector, die sinds 2024 stap voor stap in het ETS-systeem wordt getrokken, betekent dat:
- De prijs op CO₂-uitstoot zal in de praktijk een steeds scherpere prikkel vormen om te vergroenen.
- Negatieve emissies zijn nog niet in ETS opgenomen, waardoor projecten rondom biogene CO₂-afvang financieel achterlopen.
- Bedrijven die nu investeren in data, rapportage en AI-gestuurde optimalisatie, hebben straks een groot voordeel in ETS-compliance en kostenbeheersing.
Praktische AI-toepassingen voor beleid en compliance
- Automatische ETS-rapportage op basis van vaartdata, brandstofverbruik en certificaten.
- Realtime CO₂-kostprijs per reis berekenen en meenemen in de tariefstelling richting klanten.
- Scenario-analyse: wat doet een CO₂-prijs van 120 euro/ton met je winstgevendheid per route, en welke maatregelen verdienen zich als eerste terug?
7. Wat kun je nu doen als haven of rederij?
De kern uit het PBL-onderzoek voor de maritieme sector is eigenlijk simpel:
Wie nu durft te kiezen voor een breed pakket aan opties én datagedreven besluitvorming, heeft in 2040 nog speelruimte. Wie inzet op één oplossing en geen zicht heeft op zijn eigen cijfers, vaart zich vast.
Concrete stappen voor de komende 2–5 jaar:
- Maak een integraal energie- en brandstofplan voor je vloot of haven, inclusief biogrondstoffen, synthetische brandstoffen en (waar relevant) CCS.
- Bouw een datafundament: verzamel per schip, per route en per klant consistente data over brandstof, emissies, vertragingen en kosten.
- Introduceer AI stapsgewijs:
- Start met route- en snelheidoptimalisatie.
- Voeg CO₂- en ETS-kosten toe in de modellen.
- Breid uit naar strategische planning (vloot, investeringen in bunkerinfrastructuur, contracten).
- Werk samen met havens en brandstofleveranciers om CO₂- en brandstofketens transparant te maken.
Wie deze stappen nu zet, sluit naadloos aan op het pad dat het PBL schetst: een klimaatneutraal Nederland in 2050, waarbij de maritieme sector niet de rem, maar de versneller van de duurzame transitie is.
De vraag is dus niet óf AI een rol gaat spelen in je route naar klimaatneutrale scheepvaart, maar hoe snel je het durft in te zetten. Want één ding is duidelijk: zonder slimme data en algoritmes wordt sturen in een schaarse, complexe brandstofwereld onnodig duur.