Tweemaal daags voeren bij ouderdieren verbetert uniformiteit en productie. Lees hoe je dit data-gedreven test met KPI’s en AI-inzichten.
Tweemaal daags voeren: meer uniformiteit, meer eieren
Een voerbeurt per dag is op veel pluimveebedrijven nog altijd de norm. Praktisch, snel, “zo doen we het al jaren”. Maar wie de biologie van een hen serieus neemt, ziet meteen het probleem: je stopt in een paar uur alle brandstof in de tank, terwijl de productie van eiwit en schaal doorloopt over bijna 24 uur. Dat wringt.
Precies daarom is tweemaal daags voeren zo interessant. Niet als modieuze aanpassing, maar als een concrete optimalisatie met meetbaar effect: betere uniformiteit in de opfok en betere reproductie- en productieprestaties in de legfase. En in onze serie AI in Landbouw en Voedselproductie past dit onderwerp perfect, omdat het laat zien hoe “klein” in de praktijk vaak “groot” wordt in resultaat—zeker als je het data-gedreven aanpakt.
De beste bedrijven die ik spreek, veranderen niet alles tegelijk. Ze kiezen één knop waar ze aan draaien, meten strak, en schalen dan op. Voerfrequentie is zo’n knop.
Waarom 1x per dag voeren biologisch gezien wringt
Het kernpunt: bij één voerbeurt ontstaat een mismatch tussen voeropname en nutriëntenbehoefte.
Bij ouderdieren (vleeskuikenouderdieren) is voer meestal gecontroleerd: een afgewogen hoeveelheid die in de legperiode vaak binnen 3 tot 6 uur op is. Daarna volgt een lange periode met weinig tot geen opname, terwijl er wél productieprocessen doorgaan.
Het tijdschema van ei- en schaalvorming (en waarom timing telt)
De meeste hennen leggen in de ochtend, vaak 2 tot 7 uur nadat het licht aangaat. Daarna gaat het proces direct door:
- Binnen ~1 uur na leg: de volgende dooier komt in de eileider.
- Volgende ~6 uur: vorming van het eiwit (albumen) → vraagt aminozuren/eiwit.
- Daarna ~18 uur: eischaalvorming → vraagt vooral calcium.
Bij één voerbeurt vroeg op de dag krijgt het dier relatief veel nutriënten op één moment, terwijl de vraag naar calcium en eiwit in verschillende “golven” komt. Tweemaal daags voeren spreidt die beschikbaarheid.
Waarom bedrijven soms later voeren (en wat het kost)
In de legfase voeren sommige bedrijven niet direct bij licht aan, maar ongeveer 6 uur later. Doel: voeren buiten het piekmoment van leggen (vaak 80–90% van de eieren) om grondeieren te beperken.
Dat is een logische managementkeuze. Maar het heeft een keerzijde: de eerste uren na licht aan, waarin al snel eiwitvorming start, zijn dan relatief “arm” qua recente nutriëntenopname. Tweemaal daags voeren kan hier een middenweg zijn: je houdt gedrag en legmomenten onder controle, zonder de hele dag in één voerwindow te proppen.
Wat tweemaal daags voeren oplevert: uniformiteit en productie
Het kernpunt: in de opfok stuur je op uniformiteit, in de legfase op nutriëntenbeschikbaarheid per productiestap.
Onderzoek (o.a. vanuit Wageningen Livestock Research, zoals in de bron aangehaald) wijst erop dat tweemaal daags voeren voordelen heeft in beide fases:
In de opfok: uniformiteit is geen bijzaak
Uniformiteit in lichaamsgewicht is een stille voorspeller van later succes. Als de koppel uiteenloopt, krijg je:
- meer variatie in voercompetitie en rangorde-gedrag
- meer variatie in seksuele rijping
- lastiger licht- en voerschema’s (je stuurt dan altijd “gemiddeld”)
Tweemaal daags voeren in de opfok kan helpen om de dag beter te “verdelen”, waardoor dieren minder extreem hoeven te pieken in opname en competitie. Dat vertaalt zich vaak naar rustiger voeropnamepatronen en strakkere gewichtsverdeling.
In de legfase: betere match met calcium- en eiwitvraag
Bij eischaalvorming is calciumvraag langdurig. Met twee voerbeurten vergroot je de kans dat er later op de dag en in de avond nog voldoende calcium (en de juiste mineralenbalans) beschikbaar is. In de praktijk is dit relevant voor:
- eischaalkwaliteit (minder scheuren, minder uitval)
- eiproductie (stabiliteit in leg)
- conditie (minder “leegtrekken” van reserves)
Let op: tweemaal daags voeren is geen wondermiddel. Het werkt vooral goed als je ook scherp bent op voerstructuur, mineralenmanagement, wateropname en lichtregime. Maar als je één managementaanpassing zoekt die je netjes kunt testen, is dit een sterke kandidaat.
Van ‘gevoel’ naar ‘meten’: zo maak je het data-gedreven
Het kernpunt: voerfrequentie wordt pas echt interessant als je het behandelt als een experiment met duidelijke KPI’s.
Hier zie je de brug naar AI en precisie-aanpak. Je hoeft geen futuristisch bedrijf te zijn om data slim te gebruiken. Begin klein, maar meet hard.
Welke KPI’s wil je vóór en na vergelijken?
Kies een set indicatoren die je al kunt registreren (of met beperkte investering kunt meten):
- Uniformiteit opfok
- % dieren binnen bandbreedte (bijv. ±10% van streefgewicht)
- spreiding (CV%) als je die hanteert
- Productie en kwaliteit
- eiproductie per hen per week
- uitval door scheuren / second grade
- grondeieren (aantal en %)
- Gedrag en welzijn (proxy’s)
- onrust tijdens voerbeurt (score of observatie)
- pikkerij-incidenten / veerstatus
- Voerefficiëntie in context
- voer per geproduceerd (broed)ei of per 100 hennen
Maak vooraf één A4 met: wat meten we, hoe vaak, wie is eigenaar, wat is de nulmeting.
Waar AI concreet kan helpen (zonder grote beloften)
AI wordt pas nuttig als het op routine helpt. Drie praktische toepassingen die ik in de sector zie toenemen:
- Voorspellen van afwijkingen: algoritmes die op basis van voeropname, wateropname en temperatuur een waarschuwing geven bij afwijkende patronen.
- Optimalisatie van voer- en lichtschema’s: niet “magisch”, maar via simulaties en historische data kun je scenario’s vergelijken (bijv. 60/40 verdeling ochtend/middag).
- Computer vision voor gedrag: camera’s die activiteit, clustering rond voer- of drinklijnen en rustpatronen objectief maken.
De winst zit vaak niet in “slimmere beslissingen”, maar in snellere beslissingen. Als je twee keer per dag voert, wil je ook sneller zien of het effect positief is—en dat vraagt korte feedbackloops.
Praktische implementatie: zo test je 2x voeren zonder chaos
Het kernpunt: begin met een gecontroleerde proefopzet, niet met een bedrijfsbrede omschakeling.
Stap 1: Kies één koppel of één stal als pilot
Idealiter test je:
- één stal met 1x voeren (controle)
- één stal met 2x voeren (pilot)
Heb je die luxe niet? Werk dan met een voor/na-vergelijking, maar wees eerlijk: seizoenseffecten en koppelverschillen maken het lastiger.
Stap 2: Bepaal de verdeling en timing
Twee logische startvarianten:
- Variant A (rust en routine): 50/50 verdeeld, bij licht aan en later op de dag.
- Variant B (biologie-gedreven): 60/40 of 70/30, met een tweede gift richting de periode waarin schaalvorming zwaar wordt.
Let op grondeieren: als je tweede voerbeurt te dicht op het legmoment zit, kun je juist meer verstoring krijgen. Timing is dus bedrijfsspecifiek.
Stap 3: Houd de totale voerhoeveelheid gelijk
Je test frequentie, niet “meer voeren”. Zet daarom de totale daggift vast en splits alleen op.
Stap 4: Check je randvoorwaarden
Tweemaal voeren vraagt om consistentie. Kijk vooraf naar:
- Voerlogistiek: kan je systeem twee voerbeurten betrouwbaar aan?
- Arbeid: wie doet wat, ook in weekends/feestdagen (eind december is niet de makkelijkste maand).
- Uniforme verdeling: voer moet écht overal komen; anders vergroot je competitie.
- Water: veranderingen in voerpatroon veranderen vaak wateropname; monitor dat mee.
Een simpele vuistregel: als je bij 1x voeren al “net” uitkomt met timing en rust in de stal, ga dan eerst je basis strak trekken vóór je opschaalt.
Veelgestelde vragen uit de praktijk
“Krijg ik meer grondeieren als ik 2x voer?”
Niet per se. Het risico zit vooral in het voeren tijdens het piekmoment van leggen. Met een slimme timing (bijv. tweede gift ruim ná de legpiek) kun je grondeieren beperken én toch nutriënten spreiden.
“Is 2x voeren vooral voor grote bedrijven interessant?”
Nee. Juist middelgrote bedrijven kunnen snel testen en bijsturen. Grote bedrijven winnen vaak op automatisering, maar de biologische logica geldt voor iedereen.
“Wat is het eerste signaal dat het werkt?”
In de opfok zie je het vaak terug in rust rond voer en minder spreiding in wegen. In de legfase is een eerste hint soms betere schaalkwaliteit of stabielere productie, maar geef het tijd en kijk naar trends over weken.
Waar dit past in ‘AI in Landbouw en Voedselproductie’
Tweemaal daags voeren is een mooie reality check voor iedereen die denkt dat AI alleen iets is voor drones en satellieten. De echte hefboom in voedselproductie zit vaak in managementdetails die je meetbaar maakt.
Mijn overtuiging: bedrijven die in 2026 het verschil maken, combineren twee dingen.
- Een biologisch kloppend managementprincipe (zoals voer spreiden over de nutriëntenpiek).
- Een datalaag die snel laat zien wat het effect is (KPI’s, dashboards, signalering).
Als je dat goed doet, wordt “tweemaal daags voeren” geen extra werk, maar een gecontroleerde optimalisatie.
Je hoeft niet meteen alles te automatiseren. Begin met één pilot, meet strak, bespreek wekelijks de cijfers en durf te stoppen als het niet oplevert. En als het wél oplevert? Dan heb je een bewezen verbetering in handen—precies het soort praktische stap dat de landbouw productiever én voorspelbaarder maakt.
Welke managementknop wil jij als volgende data-gedreven testen: voerfrequentie, lichtschema, of mineralenstrategie?